Inflatie jaagt Argentijnse onvrede aan

Oplopende inflatie jaagt het ongenoegen in Argentinië aan. President Cristina Kirchner toont zich assertief als altijd. Maar ze ligt onder vuur.

Het zit de (rijke) Argentijnen die graag op vakantie willen niet mee. Sinds vorige week moeten zij een extra heffing van 20 procent betalen voor een vliegticket.

Los daarvan: als ze dollars willen hebben, zijn ze op de zwarte markt aangewezen. Het aanhouden van spaarrekeningen in buitenlandse valuta is in Argentinië verboden, de aanschaf van buitenlands geld aan beperkingen onderhevig.

Maar rijken zijn niet de enigen die problemen hebben. Argentijnen met lage inkomens hebben het pas echt moeilijk. „De prijzen rijzen de pan uit,” zegt Miria Lidiana Fernandez (42), moeder van vier. Als secretaresse verdient ze het minimumloon. Dagelijks pendelt ze van het platteland naar de stad. „Als het zo doorgaat, kan ik mijn kinderen niet meer voeden”, zegt ze.

Er gaat geen dag voorbij zonder demonstraties in de hoofdstad Buenos Aires. Met potten en pannen gaan mensen de straat op uit protest tegen de toenemende inflatie. Volgens de officiële regeringscijfers schommelt die rond de 10 procent, maar niemand die dat gelooft. In werkelijkheid is de geldontwaarding bijna drie keer zo hoog. Op de zwarte markt betaal je ruim 8 peso voor een dollar, veel meer dan de officiële koers.

Twee jaar geleden werd president Cristina Kirchner nog met grote meerderheid herkozen voor een tweede termijn. Maar nu de regering de economische problemen niet het hoofd kan bieden, komt ze steeds meer in de verdrukking. Ze probeert het tij te keren, bijvoorbeeld door de prijzen van levensmiddelen in de supermarkten te bevriezen.

Maar een echte oplossing voor de economische problemen biedt dat niet. Het is een lapmiddel, „nog niet eens een aspirientje bij stevige hoofdpijn”, zegt een Europese bankier. Economen waarschuwen dat het economische model van Kirchner niet langer houdbaar is. De regering intervenieert wel veel, maar investeringen om structureel orde op zaken te stellen blijven achterwege. „De vraag is niet of de situatie ontploft, maar wanneer”, zegt Martin Rapetti, hoogleraar economie aan de Universiteit van Buenos Aires.

Er is nog een ander probleem dat Kirchner dwars zit. In 2001 kwam Argentinië in een diepe schuldencrisis terecht. Het kon zijn buitenlandse schulden niet langer aflossen en ging failliet. Buitenlandse schuldeisers moesten noodgedwongen akkoord gaan met een internationale hulpoperatie, waarbij zij een deel van hun geld niet terugkregen.

Maar niet iedereen heeft zich daarbij neergelegd. Een groep Amerikaanse hedgefondsen eist voor de rechter dat Argentinië zijn schuld aan hen, ongeveer 1,3 miljard euro, alsnog in zijn geheel terugbetaalt. Vorig jaar lieten de fondsen het Argentijnse opleidingsfregat Libertad in het West-Afrikaanse Ghana aan de ketting leggen. President Kirchner was woedend. „Zolang ik president ben houden ze misschien het fregat, maar de aasgierfondsen gaan niet over de vrijheid, waardigheid en soevereiniteit van dit land.”

Het schip is inmiddels terug in Buenos Aires, maar toch kan de rechter nog in het voordeel van de schuldeisers beslissen. Argentinië beschikt nog over genoeg reserves om zo’n tegenslag op te vangen. Toch zou zo’n vonnis een zeer gevoelige klap zijn, zeggen analisten.

Maar ze onderstrepen ook dat de huidige situatie in Argentinië niet te vergelijken is met die in 2001, toen de peso noodgedwongen werd gedevalueerd (na jarenlang één op één kunstmatig aan de dollar te zijn gekoppeld) en veel Argentijnen hun spaarcenten in rook zagen opgaan.

Na die grote crisis maakte de economie al snel een goede herstart. Er werden banen gecreëerd, schulden afgelost – vooral dankzij belastinginkomsten uit de export van soja. In 2008 nationaliseerde Cristina Kirchner bovendien de pensioenfondsen, hun tegoeden kwamen rechtstreeks terecht in de staatskas.

Dat geld gebruikt Kirchner nu om de prijzen kunstmatig laag te houden en om subsidie te geven op allerlei diensten. Econoom Nicolas Depetris Chauvin van het interdisciplinaire Instituut voor Politieke Economie van Buenos Aires woont in een groot huis. Hij is maandelijks slechts acht euro kwijt voor zijn energieverbruik. Door deze kunstmatig lage prijzen verdienen de energiebedrijven niet veel. Daardoor kunnen zij niet investeren in nieuwe energiebronnen, zegt hij. „Tien jaar geleden exporteerde Argentinië energie. Tegenwoordig moeten we importeren”.

Het zijn dit soort ontwikkelingen die economen zorgen baren. Het beleid is populistisch, bedoeld om stemmen te trekken, en niet structureel, zeggen zij. Openbaar vervoer is spotgoedkoop en Argentijnen kijken gratis voetbal sinds de regering de uitzendrechten van de landelijke competitie aankocht.

Tot 2007 was de inflatie onder controle, waren de overheidsfinanciën op orde en was er een overschot op de handelsbalans, zegt econoom Chauvin. „Dat geld is nu allemaal uitgegeven. Wat overblijft zijn groeiende schulden en interventies in de economie.”

Argentijnen voelen de druk en ze gaan steeds vaker de straat op. Kirchner zelf houdt vertrouwen in de toekomst. Zij laat de mogelijkheid onderzoeken de grondwet zodanig te wijzigen, dat ze volgend jaar eventueel voor een derde termijn kan worden herkozen, „als het volk het wil”.