In het weiland sloeg de paniek toe

Jij bent voor mij, dacht Jasper S. toen hij Marianne Vaatstra zag fietsen. Dat zei hij gisteren tijdens de eerste dag van de rechtszaak.

Jasper S. in de rechtbank in Leeuwarden. Geheel links officier van justitie H. Mous. In het midden, achter de tafel, rechter Dölle. Tekening ANP

In een flits kwam moordverdachte Jasper S. Marianne Vaatstra (16) tegen op 1 mei 1999. Hij fietste die nacht rond een uur of twee wat rond in de omgeving om zijn hoofd leeg te maken. Dat deed de veehouder uit Oudwoude (nu 45) vaker. Marianne was uit geweest in Kollum en fietste met flinke snelheid naar huis in Zwaagwesteinde. „Toen ik haar tegenkwam zag ik dat het een jonge vrouw was. Uit het niets flitste het door mijn hoofd: ‘Jij bent voor mij.’” Nooit had hij dat eerder gehad. Waarom nu wel? Jasper weet het niet.

Donderdag en vrijdag staat Jasper S. voor de Leeuwarder rechtbank terecht wegens verkrachting van en moord op de scholiere. S. werd vorig jaar november aangehouden na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek onder 6.500 mannen. Hij verklaarde gisteren dat hij zijn arrestatie als „een enorme opluchting” had ervaren. Hij had zich niet eerder aangegeven, omdat hij niet wilde dat zijn twee jonge kinderen zonder vader zouden opgroeien.

S. heeft bekend Marianne om het leven te hebben gebracht. Waarom deed hij wat hij deed? Jasper S. zucht als de rechter hem dat vraagt. „Er is een knop omgegaan. Mijn geweten is uitgeschakeld.” S. fietste vaker alleen de nacht in. Soms bezocht hij prostituees. Deze nacht was hij dat niet van plan, stelt hij. Hij wilde zijn gedachten ordenen. Maar in een impuls keerde hij om en fietste achter Marianne aan. Hij wilde seks met haar, trok haar van de fiets en legde zijn hand op haar mond. Ze vroeg: „Wie ben jij?” Ze beet hem, een korte worsteling volgde.

Rechter Bert Dölle: „Is er niet iets bij u geknapt toen ze u in de hand beet?”

Jasper: „Nee, de knop ging al eerder om. Ik pakte het mes om haar onder controle te houden. Wat er toen door mijn hoofd ging weet ik niet. Ik hoop er ooit nog eens achter te komen.”

Hij pakte zijn zakmes en zette dat op haar keel. Onder bedreiging van het mes liepen ze een weiland bij Veenklooster in. Volgens S. staakte Marianne haar verzet nadat hij haar had bedreigd met zijn mes. De rechter vindt dit wonderlijk. Marianne stond bekend als iemand die haar mondje kon roeren en niet bang was uitgevallen.

Ze moest hem oraal bevredigen, daarna sneed hij haar bovenkleding los en verkrachtte haar. Nadat hij was klaargekomen, ontwaakte hij uit zijn „roes”. „Ik raakte volslagen in paniek.” Hij zucht, snikt. „Ik dacht aan mijn gezin en de ontdekking.” De rechter vraagt: „Het meisje ligt in het gras en u denkt aan uw gezin?”

Jasper S. vertelt hoe hij Marianne op haar rug draaide en haar van achteren wurgde met haar losgesneden bh. Toen hij haar nog hoorde ademen, heeft hij haar keel drie keer doorgesneden. „Ik voelde haar bloed wegstromen.” Hij snikt opnieuw. „Mijn lichaam heeft het gedaan. Ik was het niet”, verklaart hij.

Rechter Bert Dölle vindt het opmerkelijk dat S. bepaalde details nog wel weet, zoals de zwart-witte rugzak van Marianne. Maar hoe ze reageerde en wat ze zei toen hij haar vasthield herinnert hij zich niet. „In doodsstrijd is het vaak alles of niets. Maar u heeft hierover niks geregistreerd.”

Jasper S: „De handelingen bleven me meer bij dan de reacties van het slachtoffer. Er was communicatie. Maar vraag me niet hoe of wat. Ik heb in paniek gehandeld. Er was geen tijd om na te denken.” Het OM vermoedt dat S. meer weet, maar niet het achterste van zijn tong laat zien.

In zijn slachtofferverklaring noemt vader Bauke Vaatstra de verdachte „een rat”, die de hoogste straf verdient. „Marianne is als een beest afgeslacht.” Haar twee zussen verklaren over het „allesomvattende verdriet” dat er nog steeds is. „We leven in een hel en dat wensen wij je de rest van je leven toe.” Moeder Maaike Terpstra en broer Freddy Vaatstra eisen van S. elk een „shockschade” van 25.000 euro. Een andere zus en broer elk een schadevergoeding van 15.000 euro. Ze lijden allen aan een posttraumatische stressstoornis, zegt hun advocaat Yehudi Moszkowicz.

Vandaag worden drie getuigendeskundigen gehoord. Volgens een psycholoog heeft S. geen stoornis. Hij reageerde impulsief toen hij Vaatstra tegenkwam en volgde zijn lust, zei zij tegen de rechtbank. Een psychiater acht seksuele deviantie bij S. niet uitgesloten. Hij is sinds zijn puberteit seksueel impulsief en roekeloos en heeft problemen in de omgang met vrouwen.

De strafeis komt vanmiddag.