Hoe alles met alles vervlochten is

Is zijn nieuwe boek geeft Al Gore een brede analyse van de toekomst van de wereld. Maar is het nu een profetisch of een politiek manifest?

Een man, omringd door zijn veestapel, zwaait om hulp na overstromingen in Rajanpur in de provincie Punjab, Pakistan, augustus 2010 Foto Reuters

Boeken over de toekomst gaan bijna altijd over het heden. Afhankelijk van de ideologie van de auteur wordt de lezer gewaarschuwd voor de gevaren van moderne ontwikkelingen, dan wel meegenomen in enthousiasme over de menselijke inventiviteit. Vaak worden vrees en hoop gecombineerd. Ons wacht een prachtige toekomst, mits we zekere uitwassen tijdig de kop indrukken. Onze vooruitzichten zijn dramatisch, tenzij we op tijd de goede richting inslaan.

Dat geldt ook voor het nieuwe boek van de Amerikaanse oud-vicepresident, Nobelprijswinnaar, milieuactivist en succesvol zakenman Al Gore. In Onze toekomst beschrijft Gore ‘zes krachten die onze wereld veranderen’ en die onderling nauw verweven zijn:

Globalisering: de wereldwijde economie die zich niets aantrekt van traditionele grenzen en op zoek is naar de goedkoopste arbeidskrachten (via uitbesteding aan lagelonenlanden en automatisering).

Internet: een wereldwijd communicatienetwerk dat feiten en kennis verbindt met mensen en slimme machines die op den duur intelligenter zijn dan mensen.

Macht: een wereldwijde verschuiving van machtsverhoudingen, van natiestaten naar lossere samenwerkingsverbanden, van West naar Oost, van politiek naar markt.

Groei: het in snel tempo opgebruiken van grondstoffen door de groei van de wereldbevolking, de trek naar de steden en een economie waarin ‘gebrek aan duurzaamheid’ geen prijs heeft.

Technologie: wetenschappelijke revolutie op terreinen als biologie, biochemie en genetica, die de mens controle geeft over de evolutie.

Ecosystemen: ‘een botsing van de menselijke beschaving en de natuur’ met catastrofale gevolgen, vooral voor atmosfeer en klimaat – waarmee Gore bij zijn oude thema belandt.

Onvoorstelbaar

De veranderingen op deze zes terreinen zijn volgens Gore zo groot en gaan zo snel, dat ze soms onvoorstelbaar zijn. Daardoor wordt het steeds moeilijker er greep op te houden. Gore geeft tientallen fascinerende voorbeelden.

Een voorbeeld: Gore schrijft dat de digitale opslagcapaciteit pas in 2002 de analoge opslagcapaciteit inhaalde. Vijf jaar later was al 94 procent van alle opgeslagen informatie digitaal. Bedrijven en individuen slaan nu ieder jaar 60.000 keer de hoeveelheid informatie op die te vinden is in de Library of Congress.

Een ander voorbeeld: het ongebreidelde gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot opwarming van de aarde. Dat heeft grote gevolgen voor maïs, het meest aangeplante gewas ter wereld, dat zeer gevoelig is voor hittestress – de maïsoogst neemt telkens met 0,7 procent af voor iedere dag dat de temperatuur boven de 29 graden Celsius uitstijgt.

Een van de aardigste voorbeelden: met behulp van een kaarsrechte glasvezelkabel tussen het zakencentrum van Chicago en het 1300 kilometer verderop gelegen zenuwcentrum van de New York Stock Exchange in New Jersey kunnen sinds een paar jaar zakelijke transacties 3 milliseconden sneller worden uitgevoerd (van 16,3 naar 13,3 ms). Die tijdwinst levert, door de manier waarop de moderne aandelenhandel is georganiseerd, een belangrijk concurrentievoordeel op. Maar diezelfde snelheid betekent ook dat de traditionele beurshandelaar zijn greep op de aandelenmarkt dreigt te verliezen. Dat bleek bijvoorbeeld op 6 mei 2010 toen koersen in New York ineens onverklaarbaar snel onderuit gingen om zich daarna binnen een kwartier bijna volledig te herstellen. Onderzoekers hadden vijf maanden nodig voordat ze deze ‘flash krach’ begrepen. Hij was het gevolg van een ongelukkige interactie tussen computers. Er was, schrijft Gore, ‘een soort algoritmische galmkamer’ ontstaan.

Gore laat zien hoe de ‘zes krachten’ op elkaar inwerken, elkaar versterken of verstoren. Juist in die verbindingen tussen gebeurtenissen zit de kracht van onze Onze toekomst. Over risico’s en mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, over veranderende geopolitieke verhoudingen, over maatschappelijke gevolgen van klimaatverandering is veel, en vaak ook beter geschreven. Maar veel minder over de wijze waarop die thema’s met elkaar vervlochten zijn. Dat de breedte van Gore’s perspectief soms ten koste gaat van de diepgang, is daarbij onvermijdelijk – je kunt nu eenmaal niet van alles verstand hebben.

Alternatief

Een bezwaar van Onze toekomst is dat Gore blijft steken in een analyse – en dus eigenlijk in het heden. Hoe we de toekomst op basis van al die kennis tegemoet moeten treden blijft de vraag. In de inleiding schrijft Gore: ‘De wereld heeft een intelligent, helder op waarden gebaseerd leiderschap van de Verenigde Staten harder nodig dan ooit – en de afwezigheid van enig geschikt alternatief is ook meer evident dan ooit.’ Aan het slot vraagt Gore zich af of de Amerikanen in staat zijn ‘het visionaire leiderschap van de internationale gemeenschap’ opnieuw op zich te nemen dat ze in de tweede helft van de 20ste eeuw in handen hadden. Dat roept de vraag op of we hier een profetisch manifest lezen van iemand die begaan is met het lot van de wereld, of een politiek pamflet van iemand die in 2016 nog een keer wil dingen naar de kiezersgunst. Gore ontkent dat laatste, hij is ‘als politicus herstellende’. Hoe langer het geleden is, hoe kleiner ‘de kans op een terugval’ en hoe groter het vertrouwen dat het ‘daar niet meer van komt’. Door die vaagheid draagt hij bij aan de verwarring, ook al bevat zijn boek gen programma, waarmee hij Amerikaanse harten gemakkelijk zal veroveren.