Het slagroomincident van Nulde, ontrafeld

Veel is flauwekul in de literaire ‘pikorde’ die HP/De Tijd jaarlijks publiceert, maar dit jaar stond er één scherpzinnige verrassing in de lijst: de derde plaats van Johan Derksen, spil van het steeds verder uitdijende Voetbal International -imperium. Want eindelijk is de voetballiefhebber aan het lezen gegaan. Gijp en Geen genade – het schelmenverhaal van de rechtsbuiten-aan-lager-wal Andy van der Meijde – zijn de hypersuccessen.

Vandaar dat ook Bert Nederlofs Ronald Koeman (Voetbal international, 396 blz. € 19,95) soepeltjes de Bestseller 60 binnengleed: opgestuwd door een hausse aan publiciteit rondom de vijftigste verjaardag van ‘Sneeuwvlokje’ en de goede prestaties van Feyenoord. Intussen hebben de boeken van Van der Gijp en Van der Meijde (vol seks, drugs en depressie) wel verwachtingen geschapen voor een voetbalbiografie in de twintigste eeuw. De goals zijn goed voor YouTube, wij willen schandalen!

Zo wild als bij Van der Meijde hoeft het niet, maar je hoopt toch wel op hier en daar een dingetje in een plattelandsdisco. Ronald Koeman brengt ons echter niet verder dan café ’t Luifeltje in Haren – in de jaren zeventig nog een doodkalm dorp. In die stamkroeg ontmoette hij zijn latere echtgenote Bartina. ‘Af en toe zag ik een jongen met een lichtblauw jack op een oranje racefiets voorbij komen. Hij had zo’n lief koppie.’ In ’t Luifeltje leerde Koeman ook kaarten; al in zijn eerste seizoen bij FC Groningen won ‘het zeventienjarig brutaaltje’ achterin de spelersbus de pot met pokeren. Dan weet je: die haalt het eerste van Barcelona.

Onthullingen over doping of drankgebruik ontbreken in het boek, wel is er het Slagroomincident van Nulde. Groningen-trainer Theo Verlangen vond zijn jonge libero te dik. Koeman, in 1982: ‘Verlangen bleef maar zeiken over mijn gewicht, maar ik woog net als vorig jaar en nu gewoon 78 kilo. Daar heb ik weleens genoeg van en dus heb ik hem een klootzak genoemd.’

Verlangen, in 2013: ‘Op weg naar uitwedstrijden dronken we vaak koffie in wegrestaurant Nulde. En bij de koffie namen we altijd appelgebak, maar op gezag van de medische staf zónder slagroom. Op een dag kwam ik als laatste het restaurant in en daar zaten die gasten allemaal met een lik slagroom op de appeltaart. Ik denk dat Ronald daarachter zat.’

Koeman, nu: ‘Nee, dat was een idee van Peter Houtman.’

Ronald Koeman is ternauwernood een lopend verhaal, vaak beperkt Nederlof zich tot het achter elkaar plaatsen van oude en nieuwe citaten. Het levert voer voor de echte voetballiefhebber op; tientallen pagina’s met tactische kwesties over de teams waarin Koeman speelde en het functioneren van bijna vergeten spelers als Edo Ophof, Henk Veldmate en Ivan Nielsen. En een indrukwekkende lijst met door Koeman gespeelde en gecoachte wedstrijden waarin zijn tijd als trainer van Benfica merkwaardig genoeg ontbreekt. Voor de society-voetbalboekenlezer rest alleen nog de Gullitvraag. Die was kamergenoot van Koeman bij het vreselijke WK 1990 en riep tot twee uur ’s nachts ‘Pronto Pronto’ in zijn telefoon. Met wie belde Gullit? Een vrouw? Berlusconi? Mandela?