Een toets achteraf laat de mogelijke vooroordelen zien

Van Citotoets naar advies van de basisschool. En achteraf, na de schoolkeuze, toetsen: zo gek is dat helemaal niet, meent Leo Prick.

Jaap Dronkers voorziet de komende jaren een waar slagveld in de strijd van ouders om hun kinderen geplaatst te krijgen op een school voor havo of vwo. De stress over de huidige Citotoets is daarbij vergeleken slechts kinderspel. Dit als gevolg van het politieke compromis om het advies van de basisschool leidend te maken bij de toegang tot het voortgezet onderwijs en om de Cito-toets pas in mei, na de schoolkeuze, af te nemen. In zo’n strijd delven de kinderen van laag opgeleide ouders het onderspit. Deze maatregel bevoordeelt dus de kinderen van ‘ons soort mensen’. Tot zo ver Dronkers.

Ons voortgezet onderwijs kent sedert de invoering van het vmbo een tweedeling. De beste helft gaat naar havo/vwo, de andere helft naar het vmbo. Daarmee is ook het strijdperk gedefinieerd waar de door Dronkers voorziene oorlog zich zal afspelen: op het grensgebied tussen vmbo en havo/vwo.

De Citotoets zou een geijkt middel zijn om die oorlog te voorkomen indien die in staat was om, bij grensgevallen, met een redelijke mate van betrouwbaarheid te bepalen in welke van die twee sectoren een leerling op zijn plaats is. Maar dat kan die toets nu net niet. De Citotoets is een schoolvorderingentest en geeft antwoord op de vraag in hoeverre leerlingen zich de leerstof van de basisschool hebben eigen gemaakt.

Nu geldt voor die gemiddelde leerlingen dat hun scores allemaal erg dicht bij elkaar liggen. Juist in het grensgebied net wel of net niet havo/vwo speelt het toeval een prominente rol. Dit maakt de toets voor al die leerlingen die zich met hun scores rond het midden ophouden, simpelweg op testtechnische gronden, ongeschikt om te bepalen in welke van de twee onderwijssectoren die leerlingen het meest op hun plaats zijn.

In het huidige systeem zijn de kinderen van ‘ons soort mensen’ met hun zonodig extra toetstrainingen en bijlessen en de bereidheid van ouders desnoods een school te zoeken ook als die ver uit de buurt ligt, allang in het voordeel. De tweedeling die ons schoolsysteem kent is niet alleen ondanks, maar ook dankzij de toets al lang verworden tot de op sociale achtergrond gebaseerde selectie die de OESO ons jaarlijks verwijt.

Door het primaat te verleggen van de toets naar het advies van de basisschool wordt voorkomen dat scholen voor voortgezet onderwijs de Citoscore ten onrechte hanteren als een absolute maatstaf. En wat nou zo aardig is van een toets achteraf is dat eventuele vooroordelen op grond van de sociale achtergrond van leerlingen, zichtbaar worden en op termijn worden gecorrigeerd. Want scholen zullen ernaar streven de discrepantie tussen advies en score zo veel mogelijk beperkt te houden. Te veel en te grote verschillen leiden immers gemakkelijk tot lastige vragen van ouders of bestuur.

Bovendien wint met de plaatsing ervan achteraf, de score op de toets aan betrouwbaarheid, want waarom zou je geld uitgeven aan extra toetstraining als het advies van de school toch de doorslag geeft?

De beste manier om kinderen uit alle sociale lagen betere kansen te geven is overigens de invoering van brugklassen mavo/havo. Zo lang die er niet of nauwelijks zijn, blijven grensoorlogen onvermijdelijk.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.