Een dubieuze transactie

Het Eindhovense college van B en W hanteerde een kleine twee jaar geleden bombastisch taalgebruik toen het de gemeenteraad voorstelde om PSV financieel de helpende hand toe te steken.

De voetbalclub „draagt bij aan de ambities van Eindhoven op het terrein van citybranding ”; „PSV is met haar uitstraling een aansprekende partner in de doorontwikkeling van onze regio tot dé toptechnologieregio van Europa”.

Tegenover dit marketingjargon stond een pijnlijke constatering: PSV verkeerde in grote liquiditeitsproblemen. „Zonder oplossing dreigt voor PSV eind seizoen discontinuïteit.” Een van de meest succesvolle voetbalclubs van Nederland dreigde door eigen financieel wanbeleid het loodje te leggen, daar kwam het op neer.

Dus kwamen B en W met een oplossing die geen staatssteun mocht worden genoemd; het college besefte dat het volgens Europese regels verboden is zomaar overheidsgeld in bedrijven, dus ook betaaldvoetbalorganisaties, te steken.

De oplossing was dat de gemeente voor 48,6 miljoen euro de grond onder het stadion en het trainingscomplex van PSV kocht en dat de voetbalclub jaarlijks een erfpachtsom ging betalen. Kort daarna deed PSV voor ettelijke miljoenen enkele spelersaankopen.

De deal was van meet af aan verdacht. De gemeenteraad stemde ermee in, al was er verdeeldheid tot in de collegepartijen. De verantwoordelijke wethouder, de PvdA’er Staf Depla, wekte soms de indruk dat hij eerder als supporter handelde dan als een publiek bestuurder die zuinig met overheidsgeld hoort om te gaan.

Al in 2011 kondigde de Europese Commissie een onderzoek aan, deze maand gevolgd door de mededeling dat er nu een „grondig onderzoek” komt. Europees Commissaris Joaquín Almunia (Mededinging) liet weten: „Voetbalclubs moeten niet bij de belastingbetaler aankloppen wanneer zij financieel in de problemen komen.” En zo is het. Ook transacties die de gemeenten Nijmegen (NEC), Maastricht (MVV), Tilburg (Willem II) en Den Bosch (FC Den Bosch) voor hun clubs sloten, worden daarom onder de loep genomen.

Maatregelen die, vermoedt de Commissie, „in beginsel onverenigbaar zijn met de interne markt in de EU”. In het geval van Eindhoven wordt betwijfeld of de aan PSV betaalde 48,6 miljoen euro wel een marktconform bedrag was. Was dat niet veel te hoog?

Nu doet zich de merkwaardige situatie voor dat de gemeente Eindhoven, met instemming van PSV, zich al tot het Gerecht in Luxemburg heeft gewend, omdat de Commissie nieuwe regels zou hanteren voor grondtransacties. Maar zij heeft nog geen enkele conclusie getrokken. Dat maakt de stap van de gemeente op zijn minst voorbarig.