Douwe Egberts weinig rust gegund

Boekhoudfraude, een bestuursvoorzitter die met ruzie vertrok, een winstwaarschuwing. En toch ligt er nu een miljardenbod op DE.

Het nieuws dat DE Master Blenders 1753 mogelijk wordt verkocht, kwam niet geheel onverwacht. Ingewijden vertelden maanden geleden al dat ze het vermoeden hadden dat Jan Bennink, president-commissaris én interim-bestuursvoorzitter, het bedrijf aan het klaarstomen was om door te verkopen. Het nieuws dat DE onderhandelt met het Duitse investeringsfonds Joh. A. Benckiser, kwam hooguit sneller dan verwacht.

Benckiser, dat al 15 procent van de aandelen van DE bezit, bracht gisteren een indicatief bod uit van 12,75 euro per aandeel. Als de koop doorgaat, verdwijnt DE binnen een jaar alweer van de Nederlandse beurs en komt het bedrijf in Duitse handen. Wie vorig jaar voor de eerste officiële koers van 8 euro instapte kan een rendement tegemoet zien van 60 procent.

Met veel gevoel voor chauvinisme werd het oer-Hollandse Douwe Egberts afgelopen zomer in Nederland onthaald. Als de verloren zoon die weer thuiskwam. Sinds 1978 was DE in Amerikaanse handen geweest, als onderdeel van Sara Lee, maar na de splitsing van dat voedingsmiddelenconcern in een koffie- en een vleestak kreeg DE een beursnotering aan het Amsterdamse Damrak. In aanwezigheid van premier Rutte sloeg bestuursvoorzitter Michiel Herkemij op donderdag 28 juni de gong. Het Nederlands erfgoed was weer terug waar het hoorde, zo klonk het. „Douwe Egberts is net zo Nederlands als zeuren over het weer”, sprak Rutte.

Maar lang duurde het Nederlandse avontuur van DE niet. En vlekkeloos verliep het al helemaal niet. Drie weken na de beursgang dook een boekhoudfraude op in Brazilië, waardoor de winst over 2012 zo’n 50 miljoen euro lager uit zou komen. En in december vertrok topman Herkemij wegens onenigheid met Bennink. De president-commissaris wilde haast maken, zowel met de aangekondigde productinnovaties als met de organisatorische veranderingen. Van de 150 topmanagers moest 60 procent vervangen worden. Herkemij vond dat het bedrijf in korte tijd al te veel veranderingen had moeten doormaken en wilde het tempo iets terugschroeven.

Bovendien, zeggen bronnen, hadden de heren andere agenda’s. Bennink wilde het bedrijf oppoetsen en klaarmaken voor een overname. Herkemij wilde van DE een degelijk Nederlands bedrijf maken met internationale allure à la Heineken, de bierbrouwer waar hij jarenlang werkte, en liet openlijk weten dat een overname zijn „ergste nachtmerrie” was.

Na Herkemij’s vertrek greep Bennink de macht. Hij werd interim-bestuursvoorzitter. Het gaf hem de gelegenheid flink door te stomen. Slechts weinig mensen durfden tegen Bennink in te gaan, zeggen ingewijden, zeker nadat ze gezien hadden hoe hij Herkemij aan de kant had gezet. Bovendien had Bennink allerlei vertrouwelingen van buiten naar DE gehaald. Het maakte zijn positie onaantastbaar.

Eind februari, bij de presentatie van de halfjaarcijfers, gaf Bennink een winstwaarschuwing af. De winst zou niet tussen de beloofde 3 en 5 procent uitkomen, maar tussen 0 en 2 procent. Er waren wel heel veel organisatorische veranderingen geweest, zei Bennink, en dat had zijn weerslag op de onderneming. „Zoiets vergt tijd.” Een ambigue boodschap, want tegelijk beklemtoonde hij dat hij haast wilde blijven maken.

Als DE verder gaat als niet-beursgenoteerd bedrijf voelt het niet meer de druk om iedere drie maanden solide resultaten te moeten rapporteren om de beleggers tevreden te houden en kan het meer tijd steken in het uitbouwen van het bedrijf.

Maar de toekomst blijft onzeker. De koffiemarkt is versnipperd en er vindt een wereldwijde consolidatieslag plaats. Wellicht wil de nieuwe eigenaar DE in brokjes doorverkopen.