De man van 9,5 miljard is terug

Met zijn aankoop van Le Rêve van Picasso maakte Steve Cohen duidelijk dat hij nog meespeelt op de kunstmarkt. Daaraan werd getwijfeld na beschuldigingen van beursfraude.

Andy Warhol: Turquoise Marilyn van Andy Warhol

Hij is terug op de kunstmarkt – en hoe. Hedgefondsmanager Steve Cohen baarde deze week opzien door Le Rêve van Picasso (1932) te kopen van casino-eigenaar Stephen A. Wynn. Volgens onbevestigde berichten betaalde Cohen het bijna onwaarschijnlijke bedrag van 155 miljoen dollar (121 miljoen euro) voor het kleurrijke doek, waar hij al jaren een oogje op had. Zeven jaar geleden zou Cohen het al van Wynn overnemen, toen voor 136 miljoen dollar. Dat ging destijds niet door omdat Wynn per ongeluk met zijn elleboog door het doek prikte. Gevolg: een scheur van 15 centimeter.

De aankoop werd met gejuich begroet door de commerciële kunstwereld. Maandenlang heerste namelijk de vrees dat de 56-jarige Cohen gestopt was met het kopen van kunst. Dat zou pijnlijk zijn, want hij behoort tot de kleine groep miljardairverzamelaars die de afgelopen jaren de hedendaagse kunstprijzen naar recordhoogtes opstuwde.

Cohen is een van de grootste beleggers op Wall Street. Maar een met problemen. Al een tijd ligt zijn hedgefonds SAC onder vuur van de Securities and Exchange Commission (SEC), de beurswaakhond. De verdenking luidt: handel met voorkennis. Vorige maand trof zijn fonds een schikking van 616 miljoen dollar met de SEC. Die schikking werd gisteren in een hoorzitting getoetst door de rechter. Dat Cohen juist nu het schilderij van Picasso kocht, wordt gezien als een teken dat hij erop vertrouwt dat de rechter de schikking zal goedkeuren.

Cohen zelf is door de SEC niet beschuldigd van beursfraude, naaste medewerkers van hem wel. Een viertal heeft schuld bekend. Amerikaanse media menen dat de SEC via die medewerkers ook Cohen zelf wil aanpakken, die ondanks de schikking nog niet zeker weet van vervolging af te zijn.

Om de aankoop van de Picasso te financieren bracht Cohen de afgelopen tijd kunstwerken uit zijn collectie op de markt. Hij zit niet op zwart zaad. Onlangs kocht hij bijvoorbeeld een villa van 60 miljoen in The Hamptons, een verzameling badplaatsen voor rijke New Yorkers.

Cohen begon in 2001 met het verzamelen van kunst. Hij begon met de impressionisten, maar schakelde al snel over op moderne en hedendaagse kunst. Hij vestigde zijn naam als kunstkoper met de aanschaf van de haai in een tank met formaldehyde van Damien Hirst, gekocht voor 8 miljoen dollar. Madonna van Edvard Munch kocht hij voor 11 miljoen dollar, Woman III van Willem de Kooning voor 137 miljoen, Turquoise Marilyn van Andy Warhol voor 80 miljoen en vier beelden van Henri Matisse voor 120 miljoen dollar. Zijn collectie wordt geschat op een waarde van zeker 1 miljard dollar.

Cohens landhuis met dertig kamers in Greenwich, waar hij met vrouw, zeven kinderen en schoonouders woont, hangt vol met kunst. Dat begint al met de oprijlaan. Daarlangs staan drie beelden van Jeff Koons. De Amerikaanse vlag van Jasper Johns hangt in zijn bibliotheek en „waar je ook maar gaat” zag een interviewer van Vanity Fair Picasso’s, Monets en Francis Bacons hangen. Ook de entree van het kantoor van SAC in Cummings, Connecticut oogt als een museum.

Cohen houdt niet alle kunstwerken voor zichzelf. Musea die al lang niet meer het vermogen hebben om mee te kunnen bieden op de topwerken die op de markt komen, geeft hij kunstwerken in bruikleen. En onlangs schonk hij ook werken van Cy Twombly, Martin Kippenberger en Ed Ruscha en eerder al van Peter Doig aan het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Hij is ook bestuurslid van het Museum of Contemporary Art (MoCA) in Los Angeles, waar hij verschillende tentoonstellingen sponsorde.

Het signaal dat Cohen geeft met de aankoop van de Picasso zorgt voor opluchting. In november, vlak nadat het onderzoek van de SEC bekend werd, was hij voor het eerst in jaren afwezig op Art Basel Miami, de prestigieuze kunstbeurs. De galeriehouders die met Cohen zaken doen, begonnen zich serieuze zorgen te maken. De op Wall Street als opvliegend bekendstaande beurshandelaar werd door hen omschreven als een warme en toegewijde verzamelaar. „We zouden het zonder meer verschrikkelijk vinden als hij niet meer actief is in de markt”, zei kunsthandelaar David Zwirner in The New York Times.

Die vrees blijkt ongegrond. De man met een collectie van 1 miljard dollar is terug.