Cyprioten zijn anders dan Grieken, echt

‘Ze zijn zo…beschaafd”, zwijmelt een Griekse vriendin in Athene. We praten via Skype terwijl ze een actualiteitenprogramma over Cyprus bekijkt en ik probeer een verhaal te schrijven op mijn hotelkamer in Nicosia. ,,Moet je zien. Eén persoon tegelijk aan het woord. En ze laten hem uitpraten!” Op Griekse zenders is het scherm vaak verdeeld in vier of zes vakjes met ieder een hoofd. Talkshowgasten praten of schreeuwen dan door elkaar heen. Waardoor niets meer te verstaan is.

Maandag vierden zowel Grieken als Cyprioten de ‘Griekse onafhankelijkheidsdag’, het begin van de strijd om onder de Ottomanen uit te komen. Beide volkeren hebben veel gemeenschappelijk en houden elkaar nauwlettend in de gaten.

Toch benadrukken Cyprioten tegen buitenlandse journalisten al een week de verschillen. ‘We spreken dezelfde taal, maar we zijn niet als de Grieken’, is de eerste zin in een groot deel van de gesprekken. En dan volgt: we werken harder, we demonstreren minder, onze overheid is beter op orde en we zijn minder corrupt.

Dit soort dingen willen Grieken eigenlijk helemaal niet horen van hun Helleense broeders, die snobs. Maar sinds de Cyprioten vorige week dinsdagavond ‘nee’ durfden te stemmen tegen de heffing op spaartegoeden moeten ze hun meerdere erkennen. De Cyprioten kunnen niet meer kapot.

Vorige week deed een van de presentatoren van het populaire Griekse radioprogramma Ellinofreneia alsof hij de Griekse premier Antonis Samaras was. Hij belde parlementariërs op Cyprus om hen de les te lezen. „Hoe kun je ‘nee’ zeggen”, vraagt de nep-Samaras. „Wij zeggen altijd ‘ja’! Noem je dit een democratie? Je hebt de bondskanselier teleurgesteld.” Het duurt een paar minuten voordat de Cyprioten door hebben dat ze in de maling worden genomen en ze ophouden zich boos te verdedigen.

Het fragment werd een hit op sociale media. Op de website van het radioprogramma verspringt het beeld van foto’s van een kudde schapen naar een slachthuis vol hangend vlees naar lammetjes aan het spit.

Dimitris Stefopoulos (32) heeft het ook gehoord. Hij is een Griekse effectenmakelaar die 2,5 jaar geleden naar Cyprus uitweek voor de crisis in eigen land. De afgelopen jaren is het aantal Grieken op Cyprus verviervoudigd naar ongeveer 60.000: grofweg net zo groot als de Russische gemeenschap. „Ik dacht dat het hier beter zou zijn, sukkel die ik was”, zegt Stefopoulos op een terras in Nicosia. „Mijn vrienden noemen me nu de rampenman. Waar ik zit, kelderen de koersen. ‘Verhuis maar naar Turkije of Duitsland’, zeggen ze.”

Stoer dat de Cyprioten ‘nee’ zeiden, vindt ook hij. „Maar ik was ervan overtuigd dat ze een Plan B achter de hand zouden hebben. Nee zeggen zonder alternatief heeft ze tot het lachertje van Europa gemaakt.” Stefopoulos heeft last van schuldgevoel zegt hij. Dat Cyprus nu in de problemen zit, komt deels doordat de banken zo waren blootgesteld aan de bodemloze put die Griekenland heet.

Het is niet voor het eerst dat Griekenland een baksteen om de nek van Cyprus is. De militaire inval door Turkije in 1974, waardoor het eiland nu nog altijd verdeeld is, is mede uitgelokt door de Griekse militaire junta.

Naast ons laat een jongen een twee euromuntstuk op de grond vallen. Het rolt weg en hij begint een zoektocht onder de tafels met behulp van de lamp op zijn telefoon. ‘Geld weg. Crisis! We moeten geld vinden!’ Hij krijgt lauwe reacties op zijn grap. Iedereen maakt zich inmiddels grote zorgen over de toekomst. Pinnen kon dagenlang niet, iets wat zelfs op het hoogtepunt van de crisis in Griekenland nooit aan de orde was.

Inmiddels is Stefopoulos ervan overtuigd dat de crisis op Cyprus nog zwaarder zal worden dan die in Griekenland is. „Ze zitten straks met een volledig ingestort financieel systeem. En als je al denkt dat Griekenland niets produceert, dan produceert Cyprus een fractie van niets. Waar gaan ze dan van leven?”

Zijn contract bij een Griekse bank op Cyprus loopt over een maand af. Hij gaat weer terug naar Athene. De beurs trekt daar de afgelopen tijd weer wat aan. Stefopoulos doet geen moeite zijn opluchting te verbergen.