brieven

Nuchtere Dijsselbloem contra amorele sector

Zo langzamerhand is het glashelder dat de mensen uit de financiële sector een stevig lesje ethiek nodig hebben. De aanstellerige reacties op de nuchtere uitlatingen van Dijsselbloem wijzen daarop (NRC Handelsblad, 26 maart). De financiële markt en die arme aandeelhouders zouden zo enorm gevoelig zijn … Even komt er een prikkeling en oei, daar stort hun wereld in. De masters of the universe hebben het moeilijk. Prompt schreeuwt de hele financiële lobby moord en brand en schijterige politici schreeuwen met hen mee. Wat een vertoning! Intussen worden langs slinkse wegen nog even vlug miljoenen onttrokken aan de bewoners van Cyprus. Al die bankiers en aandeelhouders zullen thuis op de bank met de kleinkinderen misschien wel aardige mensen zijn, maar laat ze even ruiken aan een bankbiljet en daar gaat de moraal met een grote boog het raam uit. Dat krijg je in een industrietak, waarin de amoraliteit en soms ook de immoraliteit al jaren zegeviert. Ook de financiële commentatoren hebben zich daaraan aangepast en vervullen plichtsgetrouw hun lobbywerk. Maatregelen worden niet meer getoetst op hun intrinsieke ethiek, maar louter en alleen op hun winst- of verliesgevendheid. Hoe je je miljoenen bij elkaar geschraapt hebt, is nauwelijks een onderwerp van discussie. Het kernprobleem van deze crisis is een geldsector die zich heeft losgemaakt van elke moraliteit, van elke medemenselijkheid en ethiek. Ondanks hun leugenachtige reclames die het tegendeel beweren.

Gerrit Teule

Den Haag

Pak dan ook ‘t vissen aan

D66, GroenLinks en PvdA hebben voorgesteld de plezierjacht te verbieden (NRC Handelsblad, 26 maart). Er mogen alleen dieren worden afgeschoten als de populaties te groot zijn of als dieren schade aanrichten. Als men zo begaan is met het lot van de dieren dan zouden ze toch ook moeten voorstellen de sportvisserij te verbieden? Een spartelende vis aan de haak die de verstikkingsdood ondergaat, lijdt toch beduidend meer dan een dier dat tijdens de jacht wordt neergehaald? Bovendien gaat het bij de sportvisserij om een veelvoud wat het aantal dieren betreft. Waarom dan toch zo’n onevenwichtig voorstel? Ik kan maar twee verklaringen bedenken. In electoraal opzicht is het niet zo handig de vele sportvissers tegen je in het harnas te jagen.

Of zou de klassenstrijd weer de kop opsteken? In de beeldvorming is de jager namelijk een vermogende heer en de sportvisser een eenvoudige burger.

Ir. B. Poppens

Lelystad