Alles van waarde is marktwaardig

Coen Simon: Schuldgevoel. Lemniscaat, 128 blz. € 4,95

Wie de economie in een notendop wil presenteren, heeft genoeg aan tien woorden: schuld; prijs, schijn, werk en winst (The skybox is the limit.) Dat is hoe Coen Simon de economie ziet in Schuldgevoel, het geschenk voor de Maand van de filosofie. Hierin gaat hij terug naar de oorsprong van de economie. ‘De wereld, een markt’ was het credo toen de liberaliseringsgolven die na de verkiezing van Margaret Thatcher (1979) en Ronald Reagan (1980) op gang kwamen. Een piek daarin was de liberalisering en het openbreken van voorheen besloten financiële markten. Eerst aarzelend, maar later gaf de middenklasse zich gulzig over aan gedrag dat lang was voorbehouden aan de elite: schulden maken en je rijk rekenen. De middenklasse werd de zittende klasse (kantoor) en de bezittende klasse (thuis en tuin). En nu zitten ‘we’ met de gevolgen: is dit het eind van het begin of het begin van het einde?

In Schuldgevoel neemt Simon de economie de maat. Van Adam en Eva tot en met zijn eigen ervaring als handelaar bij de verkoop van een drie jaar oude walkman aan zijn broer. Die transactie is hem slecht bekomen. ‘Rond iedere koop hangt een sfeer van schuld’, noteert hij nu. ‘Zowel aan de kant van de koper als aan de kant van de verkoper.’

Als het om financiële schuld zou gaan, kan de bewering kloppen. Wie eerst moet sparen om een eigen huis te kopen, zal de woning waarschijnlijk pas na de AOW-leeftijd kunnen betrekken. Schuld versnelt het moment waarop je van dat huis kunt genieten. Hoe meer schuld, hoe groter het huis. In die zin is schuld de snelste weg naar genot.

Maar is morele schuld de prijs, een persoonlijke BTW-belasting zo u wilt, op elke transactie? Als dat zo is, verbaast het dat het economisch verkeer zo levendig is. Nee, geen morele schuld, vraag en aanbod ontmoeten elkaar op een evenwichtige prijs, zoals dat heet. Wie die prijs niet zint, die doet niet mee. En zoekt een winkel die goedkoper is. Of een baas die beter betaalt.

Bovenstaande laat onverlet dat Simon fijne zinnen schrijft. ‘De zondeval had er heel anders uitgezien als er geen verboden fruit, maar geld aan die boom in de tuin van Eden had gehangen.’ Of: ‘Voor alles van waarde is nu eenmaal een markt.’

Hij laakt het feit dat de werkende mens niet meer de spelende mens is. Daarin ligt de suggestie van spel als cricketwedstrijd: beschaafde spelers, luierende toeschouwers en een lauwwarm zonnetje. Nee, het spel én de economie zijn een strijd van winnaars en verliezers, van koplopers en achterblijvers, van stijgers en dalers. De economie is een permanente strijd om lonen, winsten en goederen.

Wie toch een parallel met sport wil zien: zoals epo wielrenners meer vaart moest geven, zo gaf schuld de economie meer groei.