Wintels heeft wat uit te leggen

Het dopingakkoord in Nederland blijkt niet afgestemd met de UCI. Heeft wielerbond KNWU loze beloftes gedaan over strafvermindering?

Niet wachten op de internationale wielerunie UCI, maar Nederland als gidsland voor antidopingbeleid. Trots presenteerde Marcel Wintels, voorzitter van de Nederlandse wielerbond KNWU, half januari een akkoord. KNWU en de profploegen Blanco (voorheen Rabo) en Vacansoleil-DCM rekenen af met het dopingverleden. Renners en personeel moeten vóór 1 april een vragenlijst invullen. Wie bekent in de periode vóór 2008 doping te hebben gebruikt, kan rekenen op strafvermindering tot een half jaar schorsing en drie maanden inhouding van salaris. Maar wie daarna zondigde of blijkt te liegen over zijn verleden, verliest zijn baan. Schoon schip. Tot voorzitter Pat McQuaid eind vorige week per brief liet weten dat de UCI zich niet gebonden acht aan het Nederlandse akkoord over strafvermindering.

1 Zijn renners bedrogen met de belofte van een milde straf?

De ploegen gingen er bij de ondertekening van het akkoord vanuit dat er afstemming was geweest over de strafmaat tussen enerzijds KNWU en UCI en anderzijds de Nederlandse Dopingautoriteit en wereldantidopingagentschap WADA. Vervolgens hebben zij dit naar hun personeel en de media gecommuniceerd. Ten onrechte? KNWU en Dopingautoriteit reageerden gisteren op de brief van McQuaid. Die is volgens hen in lijn met het akkoord, dat slechts betrekking heeft op de arbeidsrechtelijke gevolgen en niet op het tuchtrecht. De UCI verklaarde tegenover de NOS dat het zo kan zijn „dat een arbeidsrechtelijke straf door een disciplinaire schorsing wordt gevolgd die langer is”. Simpel gezegd: wie heeft bekend met het idee dat een half jaar schorsing volgt, komt bedrogen uit als de UCI alsnog de standaardstraf van twee jaar toepast. En hoe zit het met behaalde zeges en prijzengeld?

2 Wat is precies de rol van KNWU- voorzitter Wintels?

Bij de presentatie van het akkoord verzekerde Wintels tegen de NOS dat ook de derde Nederlandse profploeg, Argos-Shimano, zich „voor honderd procent gecommitteerd” had. Argos-manager Iwan Spekenbrink verklaarde later dat hij het akkoord juist niet tekende omdat hij toekomstvisie mist. Wintels deelde het ministerie van VWS mee dat de rennersvakbond VVBW het akkoord steunt, blijkt uit een brief die in het bezit is van deze krant. „Een pertinente leugen”, schreef de VVBW later aan de minister. De vakbond is fel tegen, vooral vanwege de rechtsonzekerheid voor de werknemers. En zeker bij een akkoord over arbeidrechtelijke zaken zou de VVBW een cruciale partij moeten zijn. Haast woog voor Wintels kennelijk zwaarder dan draagvlak. Op 11 januari stuurde de KNWU de tekst van het akkoord naar de UCI, daarna was er nooit afstemming. „Een juridisch wangedrocht”, noemde hoogleraar sportrecht Marjan Olfers het akkoord in de Volkskrant.

3 Is de Nederlandse situatie een uitzondering?

De Britse ploeg Sky ondervroeg eind vorig seizoen alle medewerkers. Wie doping bekende, zoals de Nederlandse ploegleider Steven de Jongh, werd ontslagen. Maar nooit eerder koos een nationale wielerbond voor de huidige aanpak van de KNWU. Naast de vragenlijst voor de ploegen, geïnitieerd door voormalig Rabodirecteur Harold Knebel, riep de bond een commissie in het leven onder voorzitterschap van voormalig minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Die doet onderzoek naar de dopingcultuur in het Nederlands wielrennen, op basis van vertrouwelijke gesprekken met betrokkenen. Dat deel van de aanpak sluit enigszins aan bij het beleid van de UCI, die een waarheids- en verzoeningscommissie instelde. Maar in Nederland is één groot probleem: de onduidelijke consequenties van de vragenlijst staan openheid tegenover de commissie-Sorgdrager in de weg.

4 Wat doen de renners in deze zaak?

Een diepe generatiekloof verdeelt het Nederlandse peloton. Aan de ene kant de jongeren, die zo snel mogelijk afwillen van het verleden. Blanco en Vacansoleil hebben nog geen sponsor voor volgend jaar, en dat komt volgens hen door de aanhoudende aandacht voor de dopingproblematiekin de periode tot 2008 . De oudere generatie renners en een aantal ploegleiders vragen zich af wat hun bekentenis kan betekenen voor de toekomst. Zeker nu er aanhoudende onduidelijkheid is over de gevolgen van bekennen, zullen de meesten de vragenlijst ontkennend invullen. Hooguit een paar (oud-)renners, zoals tot nu toe Rudi Kemna en Grischa Niermann, zullen dopegebruik opbiechten. Maar uitsluitend van vóór 2003, zodat alles tuchtrechtelijk verjaard is en de UCI de straf niet meer kan verhogen.