Verdachte wandelaars

Tot de kroning lopen Tosca Niterink en Anita Janssen wekelijks een stuk van De Koninklijke Weg: van Paleis Noordeinde, via koninklijke mijlpalen, naar Paleis het Loo.

Zondag 24 maart: van Den Haag naar Benthuizen, 24,3 km.

We planten onze bolide op een busritje afstand van eindpunt Benthuizen bij het station van Zoetermeer (Sweet lake city, volgens Annie) en springen in de trein richting Den Haag. Zoetermeer is een plek waar je beter niet langer dan strikt noodzakelijk verblijft. De diep deprimerende bebouwing hakt gemeen in op mijn geestelijke gesteldheid. In de trein zie ik Leidschendam en Voorburg voorbijtrekken. De Haagse suburbs liegen er ook niet om qua ongezelligheid. De moed zinkt me in de schoenen. „Moeten we hier straks doorheen wandelen?” vraag ik angstig aan Annie. „Ga je nu al zeuren?” zegt ze.

Het is gevoelstemperatuur min vijftien. Recordkoude voor de tijd van het jaar en blablabla. Maar ik laat me niet foppen: ik draag twee jassen, een muts en een capuchon. Ik hoor bijna niks en zie Den Haag vaag en in brievenbusperspectief door een klein spleetje tussen de klep van mijn muts en de touwtjes van mijn dichtgesnoerde capuchon.

Dit is ook de reden dat ik Paleis Noordeinde straal voorbij ben gelopen. „Ik riep je nog”, zegt Annie, „maar je hoorde me niet.”

„Knijp me als er iets te zien is.” Dan lopen we onverwacht door de natuur. In de beschutting van prachtige oude bomen gooi ik mijn capuchon omlaag. „Dit is het Haagse Bos”, gilt Annie. „Ik ben niet doof”, schreeuw ik terug.

We passeren een heuvel met een kabelbaan waar kinderen naar beneden roetsjen. „Even een foto”, zegt Annie. Ze is een hele tijd bezig om een kind precies op het juiste moment naar beneden roetsjend vast te leggen en heeft niet door dat ouders haar argwanend bekijken.

„Wat moet ze en wat doet ze?” zie je ze zeggen. Dan kijken ze naar mij, ook zo’n vreemd wijf, dat al veel te lang naar die kinderen gluurt. Ik voel me ineens vies en wenk Annie.

„Nog heel even”, zegt ze.

„Kunt u niet ergens anders foto’s nemen?” vraagt een angstige ouder.

„Niet van een kabelbaan”, antwoordt Annie vrolijk.

„We hebben liever niet dat u zich hier ophoudt en fotografeert.”

„Hoezo?”

„Nou, je hoort rare dingen.”

We lopen het Haagse Bos door en komen aan bij de hekken van Huis ten Bosch, Annie is een hele tijd bezig een moeilijke foto van het paleis te maken.

Ik begin mezelf verdacht te voelen, net iets te lang drentelend voor dat hek. Er komt een argwanende man uit een deur en een politieagent in uniform. Ze kijken mijn kant op.

Het paleis ligt maar een paar stappen verwijderd van nieuwbouw groeigribusagglomeratie Voorburg. We bikkelen moedig door de angstaanjagende blokkendooswereld terwijl de oostenwind onder onze capuchon probeert te blazen. Ik stel me voor dat de Everestbeklimmers in the death zone hetzelfde voelen.„Maar”, werp Annie op, „wij doen het allemaal zonder zuurstof.