Surfsound uit de kelder

Zonder plaat uit te brengen of muziek via internet te verspreiden werd Palma Violets vorig jaar verkozen tot meest opwindende Britse band.

„In tijden van onrust, zoek een plek om terug te slaan.” Op de gevel van een vervallen huis in Zuid-Londen hebben de vier muzikanten van Palma Violets een bordje opgehangen met hun manifest. De groep gebruikte het pand aan Lambeth Road nummer 180 als oefenruimte, clubhuis en primitieve concertlocatie. Hun huiskamerconcerten waren legendarisch: in oktober vorig jaar werden ze uitgeroepen tot meest opwindende rockband van Groot-Brittannië. Een plaat hadden ze nog niet. Zelfs op internet was geen muziek van ze te vinden.

Nu is er het debuutalbum 180 met wilde, ruige, ongepolijste rocksongs. Palma Violets, genoemd naar een paars snoepje dat favoriet is bij Engelse omaatjes, namen een galmende surfsound als vertrekpunt voor muziek die minstens zo onstuimig klinkt als hun Amerikaanse garagerockvoorbeelden. Met twee leadzangers, gitarist Sam Fryer en bassist Chilli Jesson, halen ze een energieniveau dat minder fanatieke rockbands het nakijken geeft. Toetsenman Pete Mayhew en drummer Will Doyle zijn bakens van rust tussen de over hun eigen benen struikelende frontmannen.

De Londense politie kneep een oogje toe als Palma Violets de kelder van hun thuisbasis vulde met fans. „We kondigden onze concerten aan met een sms-je”, zegt Chilli Jesson over de spontane sessies in Studio 180. „Dat nieuws ging als een lopend vuurtje door Londen en ’s avonds was het zo vol dat de condens al na een paar minuten van de muren droop. De buren hebben nooit geklaagd, want die stonden bij ons op de muziek te springen.”

Toen ze dag in dag uit muziek konden maken, vond Chilli Jesson zijn roeping. „Mijn moeder bleef er maar op hameren dat ik moest gaan studeren. Zelf wist ik niet zo goed wat ik moest met mijn leven. Totdat ik mezelf op een plek vond waar ik dat kon doen wat ik altijd al wilde: muziek maken, communiceren met de mensen die ernaar kwamen luisteren en songs schrijven over de zaken die ons bezig houden. Soms gaan ze over heel gewone dingen. Zoals het nummer Fourteen, over nachtbus 14 die helemaal van Noord- naar Zuid-Londen rijdt. Veel van onze fans kwamen met die bus naar onze concerten, uit de verre buitenwijken.”

In Times Of Turmoil zou het album eerst gaan heten, naar het manifest op de gevel. Het werd 180 omdat het huisnummer voor de bandleden symbool staat voor de vrijheid waarmee ze hun muziek vormgaven. Anders dan de eerdere Britse rocksensaties Arctic Monkeys en The Vaccines, liet Palma Violets bewust geen prille opnamen van hun muziek lekken op internet. Ook verspreiding van live-opnamen werd ontmoedigd. ,,Die methode is eigenlijk alweer een beetje passé,” zegt Chilli over bands die gratis reclame maken via YouTube of Facebook. „Voor ons voelde het natuurlijker om de mensen persoonlijk naar onze oefensessies te halen. Onze muziek is letterlijk ontwikkeld met inbreng van de fans. Best of friends werd onze eerste single omdat het publiek daar het hardst op los ging.”

Producer Steve Mackey zag erop toe dat het enthousiasme en spelplezier van de Palma Violets behouden bleef op de cd. Als bassist van de groep Pulp genoot hij het respect van de bandleden, te meer omdat hij ze praktisch alles live liet spelen en hij met een muzikantenoor naar ze kon luisteren. „Bij ons geen eindeloze overdubs of gesleutel aan onze muziek via de computer”, roemt Chilli Jesson die werkwijze. „De beste rockplaten vangen de opwinding van een band die samen speelt en die de muziek als één man naar een hoger plan tilt. Na een jaar van hard werken en veel spelen zijn we klaar om naar buiten te treden. We zijn niet zo strak georganiseerd dat we een aanvalsplan hebben om de wereld vanuit Zuid-Londen te veroveren. Live spelen is wat we het liefste doen, op zo veel mogelijk verschillende plekken.”

180 is uit bij Rough Trade/De Konkurrent. Concerten 28/3 Bitterzoet, Amsterdam, 24/5 London Calling, Paradiso Amsterdam, 15/6 Pinkpop.