Senaat blijft kritisch over prostitutiewet

De Eerste Kamer blijft kritisch over de prostitutiewet van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), die onder meer voorziet in een registratieplicht voor prostituees en een landelijk vergunningensysteem. De senaat wil dat Opstelten voor 7 mei, wanneer de wet weer op de agenda staat, een uitwerking stuurt van hoe hij dat registratiesysteem voor zich ziet.

Opstelten bezon zich op verzoek van de Eerste Kamer al eerder op het wetsvoorstel, omdat senatoren delen ervan niet uitvoerbaar vonden. Begin deze maand maakte de minister bekend dat hij zijn plan toch doorzet. Daarop volgde deze week een brief van de senaatscommissie voor Veiligheid en Justitie, met het verzoek aan de minister om zijn overwegingen beter uit te leggen. Opstelten schreef dat hij „alle argumenten en opties opnieuw zorgvuldig heeft gewogen”, maar de senatoren vinden die opties „niet of nauwelijks terug”, schrijven ze. Onder andere de PvdA-fractie is bang dat een registratieplicht voor prostituees averechts zal werken en juist meer illegaliteit zal opleveren, en minder mogelijkheden om slachtoffers te helpen en de daders op te sporen.

Gisteren sprak minister Opstelten ook met de Tweede Kamer over de aanpak van prostitutie en mensenhandel. Het voorstel van de ChristenUnie om hoerenlopers strafbaar te stellen als zij geen melding maken van vermoedens van mensenhandel of uitbuiting zei Opstelten „met sympathie te bekijken”. In zijn eigen plannen krijgt de klant een ‘vergewisplicht’: hij moet zich ervan verzekeren dat de prostituee geregistreerd staat, anders is hij in overtreding.

Opstelten zegde de Kamer verder een jaarlijks overzicht toe van de aantallen prostituees in Nederland. De nationaal coördinator mensenhandel zou die rapportage kunnen doen.