Nachtwerkers overschatten zichzelf

De een presteert beter

’s nachts, de ander moet

’s nachts werken. Werken ze anders in het donker? Nee, zeggen de nacht- werkers. Ja, zeggen de deskundigen.

Automobilisten zijn ’s nachts ongeduldiger. „Ze willen naar huis. Slapen, géén file”, zegt nachtvoorman Marcel Bouw. Foto Peter de Krom

Dichter Menno Wigman is een nachtdier. Hij wil er niet te veel mee te koop lopen – dat eeuwige cliché van luie dichters die rond het middaguur hun bed uitrollen en ’s nachts bij kaarslicht lallend achter de schrijftafel zitten, dáár moeten we vanaf, vindt hij.

Maar, zegt hij over de nacht: „Ik kan niet ontkennen dat ik dan het meest gedreven schrijf. Dan ben ik het meest bezield. En dat is ook het moment waarop ik er het meest in geloof.”

Wigman werkt al jaren in de nacht. Op werkdagen vertrekt hij zo rond een uur of vijf richting zijn zolderkamer op de Amsterdamse Churchilllaan. Onder het dakraam schrijft hij tot een uur of vier in de morgen. Een enkele keer ziet Wigman het dag worden. „Ik hou niet van inslapen, dat vind ik soms eng.”

Menno Wigman is niet de enige die ’s nachts werkt. Wanneer jij ’s avonds de dekens over je hoofd trekt, maken duizenden mensen zich op voor de nacht. Zij graven en asfalteren. Zij bakken brood. Zij sorteren post en vervoeren vracht. Zij gipsen verse botbreuken.

Sommigen werken ’s nachts zoals de dichter, omdat ze dan op hun best zijn, omdat ze dat zelf willen. De meesten, omdat het moet.

Marcel Bouw (43) is voorman bij BAM Infratechniek Mobiliteit. Het bedrijf zorgt voor verlichting langs wegen, voor camera’s, detectielussen, signaleringsborden – kortom „alles wat elektrisch is rond de weg”. Voor dat werk moeten rijstroken dicht en daarom wil de overheid dat Marcel Bouw en zijn team ’s nachts werken. Dan hebben zo min mogelijk automobilisten er last van.

Om dat te stimuleren, kost het BAM overdag 25.000 euro per uur om één rijstrook dicht te gooien. ’s Nachts betalen ze aanzienlijk minder: 500 euro per uur. „Terwijl overdag werken voor ons eigenlijk effectiever is”, zegt Bouw. Dan zijn er geen lampen nodig.

En belangrijker nog: overdag is het veiliger op de weg. Zo zijn automobilisten ’s nachts ongeduldiger, vertelt hij. „Ze willen naar huis. Slapen, géén file.” Marcel Bouw krijgt beduidend meer narigheid naar zijn hoofd. „Elke nacht is er wel iets.” Scheldpartijen. Toeteren. Middelvingers. Appels.

Niet alleen de weg is anders in de nacht. Ook in het ziekenhuis is er verschil. Netty Kwaytaal (54) werkt als verpleegkundige in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Zij werkt gemiddeld zes nachten per maand. Als verpleegkundige in de operatiekamer of op de Spoedeisende Hulp. ’s Nachts krijgt zij vaak andere gevallen dan overdag. Meer ongelukken, meer pogingen tot zelfmoord en meer mishandeling. „Het publiek is anders. Ze komen ook wat vaker uit het café.”

Het werk verandert dus. Maar de werkende mens zelf, doet die het eigenlijk net zo goed als overdag?

Ja, zeggen de nachtwerkers. Zij voelen zich net zo fit als overdag. Nee, zeggen de deskundigen. Mensen zijn niet gemaakt om ’s nachts te werken. Tenminste: de meesten niet.

Uit onderzoek blijkt dat als je mensen ’s nachts een simpele taak laat uitvoeren – een knop laat indrukken wanneer er een lampje gaat branden – ze dat trager doen dan overdag. En het vervelende is dat ze dat zelf niet doorhebben. „Je overschat jezelf”, zegt Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Kerkhof: „Je neemt ’s nachts grotere risico’s en maakt sneller fouten.” Bovendien ben je onder invloed van slaaptekort minder flexibel, zegt hij. Je hebt meer moeite om nieuwe informatie op te nemen. En dan zijn er ook nog allerlei hormonen die sterker op stressoren reageren dan overdag. Cortisol bijvoorbeeld. Kerkhof: „’s Nachts ben je stressgevoeliger.”

Netty Kwaytaal herkent dat. Zij is sneller geëmotioneerd. Een reanimatie bijvoorbeeld raakt je altijd, zegt ze. „Maar ’s nachts méér dan overdag.” Ze herinnert zich nog een man die werd binnengebracht. Hij kwam van de Chinees. Hij haalde het niet. „Iemand wordt letterlijk uit het leven gerukt”, zegt ze. „Dan sta je daar, met dat warme bakje Chinees. Dat laat me niet meer los.”

Hoe kan het dat iemand ’s nachts anders functioneert dan overdag? Hoogleraar Kerkhof legt uit dat dat te maken heeft met je biologische klok. Die klok zorgt ervoor dat je overdag wakker bent en ’s nachts slaperig. En die klok heeft daglicht nodig om gelijk te blijven lopen. Kerkhof: „Slaap je overdag, dan loopt die klok uit de pas.”

En dat heeft gevolgen voor je functioneren. Allerlei processen in je lichaam worden door je biologische klok aangestuurd. Die zorgt ervoor dat we alert zijn, dat ons denkvermogen optimaal functioneert, dat ons hormoonniveau dusdanig is dat we overdag over maximale energie kunnen beschikken.

’s Nachts, tijdens je slaap, worden bijvoorbeeld eiwitten aangevuld, het afweerapparaat kan zijn werk doen.

Wanneer je je niet aan het natuurlijke dag- en nachtritme houdt, zegt Kerkhof, dan raken die processen verstoord. Niet alleen functioneer je dan minder, het kan ook ongezond zijn. Wie veel ’s nachts werkt, heeft verhoogde kans op obesitas, maag- en darmproblemen, een verstoorde hartfunctie, te laag cholesterol, te hoge bloeddruk.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zegt Hans Hamburger, neuroloog en slaapdeskundige van het WaakSlaapCentrum in het Slotervaartziekenhuis. Genoeg onderzoek waaruit blijkt dat er grotere kans is op ongelukken als mensen werken op tijden waarop ze normaal slapen, zegt hij. Maar er zijn wel degelijk mensen die geschikter zijn voor nachtwerk dan anderen. Mensen die van nature avondmensen zijn of met minder slaap toekunnen.

De drie geïnterviewde nachtwerkers vinden de stilte een uitkomst. Er gaat geen telefoon, er is geen Facebook, geen vergadering en geen e-mail. Je kunt je volledig op je werk concentreren. Dat werk is bovendien leuker, spannender en verantwoordelijker. Zeker voor de verpleegkundige en de wegwerker.

Verpleegkundige Netty Kwaytaal: „’s Nachts heb je de acute gevallen, dan moet je snel handelen. En soms improviseren. Ik voel me eigen baas.” Voorman Marcel Bouw: „’s Nachts gebeurt het hier. Dat wat je overdag bedenkt, breng je ’s nachts in uitvoering.”

Beiden zien de saamhorigheid groeien in de nacht. Bouw praat op de weg meer met zijn collega’s. Omdat je minder ziet, moet je meer communiceren. Dat zorgt voor een goede sfeer. „We lachen meer.” Kwaytaal: „Je bent meer op elkaar aangewezen. En je hebt ook meer voor elkaar over. Samen de schouders eronder.” De nacht, zeggen ze beiden, is goed voor het groepsgevoel.

Ze slapen goed overdag, een vereiste om het vol te houden. Het enige grote nadeel aan werken in de nacht: je sociale leven. Kwaytaal werkte vroeger zeven nachten achtereen. „Dan ben je afgesloten van de wereld. Geen krant, geen tv. Alleen jij en je werk.” Ook Wigman ziet dat nadeel. Zijn vorige relatie liep stuk door „dat gedonder in de nacht”.