Love it

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

De verwarde Cavia vond dat het nu maar eens lente moest zijn. „Ik zat erover te denken om dit weekend te gaan wandelen, een dagje”, zei ze tijdens de lunch. „O, wandelen! Love it!”, riep Lisa. Lisa liep stage op de afdeling. Ze had heel veel energie. Meer energie dan Cavia zelf had gehad op die leeftijd. „Ik ga mee, goed? Lekker uitwaaien! Wie gaat er nog meer mee?” Cavia wist niet dat ze een groepsactiviteit had voorgesteld. Roy zei: „Ja, ik wil héél graag mee. Not.” Verder hield iedereen zich angstvallig stil. Cynthia zei: „Mijn schoonouders zijn over vanuit Curaçao. Dus...”

Het zag er dus naar uit dat Cavia met Lisa alleen zou gaan wandelen, waar Lisa ‘suuuperveel zin in’ had. „Ik moet sowieso weer beginnen met trainen, want mijn vriend en ik willen de alternatieve Elfstedentocht rijden komende winter”, zei ze. „Vet hè?” Daarna zei ze een heleboel meer, maar Cavia was van paniek mentaal al uitgecheckt. Hield Lisa überhaupt wel eens haar mond?

Ze moest een buffer vinden. Iemand die óók meewilde, zodat die af en toe kon knikken tegen Lisa, en „jaja” zeggen. Toen Lisa naar het magazijn was, liep Cavia snel naar Roy, de receptionist. „Je moet mee Roy, ik kan niet alleen met Lisa...” „Lieverd, I feel your pain. Maar ik kan niet. Los van of ik Lisa meer dan een uur zou trekken.” Hij bekeek haar medelijdend en zei: „Ik kijk wel of iemand anders wil.” Daar dacht Cavia over na. „Niet Erna”, zei ze. „Nee, en niet Adolf Hitler”, zei Roy. Daar kwam Lisa alweer terug. Cavia ging snel achter haar computer zitten. Twee minuten later was er een mailtje van Roy: „Harm-Jan wil mee.”

Juist. Nu zou ze moeten gaan wandelen met een overenthousiaste stagiair en een IT’er die in de rouw was om zijn overleden tamagotchi. „Love it”, mompelde Cavia.

J. Waterlander