Column

Lachcontroles

De Partij voor de Dieren wil een einde aan de ‘plezierjacht’. En dat verbod zou er best eens kunnen komen, want PvdA, D66 en Groen Links zijn al om. Ook de Dierenbescherming is tegen ‘plezierjacht’, evenals een meerderheid van de Nederlandse bevolking, getuige diverse peilingen. Net als u, wellicht, dacht ik bij het woord in eerste instantie aan een boot. Een jacht dat wordt gebruikt voor de zogeheten pleziervaart, een plezierjacht. Dat woord ontstond in de jaren vijftig, toen het in de mode raakte om bij wijze van recreatie zomaar wat te gaan varen. Organisaties in het beroepsvervoer lobbyden voor een wet die deze vorm van scheepvaart aan banden zou leggen. Beroepschippers die zich het apezuur voeren om hun gezin te onderhouden werden op het water geconfronteerd met bootjes vol feestende rijkelui, lachend en zwaaiend met champagneflessen. Dit leidde tot incidenten, schippers die hun zelfbeheersing verloren boorden zo’n jacht ‘per ongeluk’ de grond in, of stuurden het expres de volle zee op als de weg werd gevraagd, wat nogal eens gebeurde want een gedegen vaaropleiding, ho maar. Er moest onderscheid komen tussen de echte vaart en de ‘pleziervaart’, vond de beroepsorganisatie. Alleen onaangename, vervelende, niet-plezierige scheepvaart zou voortaan nog toegestaan zijn. Om het contrast te benadrukken werd dit ‘chagrijnscheepvaart’ genoemd, ook wel de ‘baalvaart’. Het Vijfde Kabinet Drees kwam nog bijna ten val op het wetsvoorstel. Een proef leidde tot problemen, toen een veerman op grinniken betrapt werd en een forse boete kreeg, trokken duizenden binnenvaartschippers naar het Binnenhof en eisten intrekking van de wet. En aldus geschiedde. De wet kwam er niet, de pleziervaart bleef.

De jacht waar het nu om gaat, het recreatief jagen op dieren, wordt dus waarschijnlijk wel verboden. Naar analogie van de pleziervaart maakt het ontwerp wetsvoorstel verschil tussen de jacht waar plezier aan wordt beleefd, de ‘plezierjacht’, en niet-leuke vormen van jagen, de zogeheten ‘jammerjacht’. Handhaving zal plaatsvinden door middel van controles. Je mag schieten wat je wilt, in de natuur of in bewoond gebied, maar één lachje en je kunt je vergunning kwijt raken.

Niet iedereen is enthousiast over dit plan. Deskundigen hebben naar voren gebracht dat plezier niet altijd uiterlijk waarneembaar is, denk aan het zogeheten binnenpretje. Die vorm van jachtplezier zal zich aan de wet onttrekken, en als gevolg daarvan waarschijnlijk extra populair worden. Een oplossing zou kunnen zijn om ook indirecte bewijzen van jachtplezier toe te laten. Het dragen van een hoed met een veertje bijvoorbeeld, het bezit van een heupflacon en/of een rooddooraderde neus, zaken die bij jammerjagers zelden worden aangetroffen. Een vrolijk samenzijn direct na afloop is uiteraard ook strafbaar. Over de criteria voor de jammerjacht is nog discussie. Is het voldoende als de jammerjager zwijgend en met een strak gezicht zijn werk doet, of moet hij er actief bij zuchten, snikken of zelfs huilen?

Marianne Thieme, partijleider van de PvdD, is trots op het wetsvoorstel: ‘De vleestax, de ronde vissenkom, de martelslacht en nu de plezierjacht. En als dit lukt, ligt de weg open naar andere, soortgelijke wetgeving. Ook genieten van vlees zou bijvoorbeeld verboden moeten worden. Als het niet anders kan, soit, daar hebben wij begrip voor, maar doe het met gepaste eerbied. Lachen in het algemeen, trouwens. Dieren kúnnen niet lachen, dus eigenlijk is het héél wreed van ons, als wij dat wel doen! Eigenlijk zou je het woord ‘lachen’ moeten afschaffen. Altijd als je lacht, lach je in feite een dier uit

Wacht even, voor alle duidelijkheid, u wilt het lachen verbieden?

‘Nee, natuurlijk niet. Je moet realistisch zijn, dat weten wij ook wel. Maar je zou inderdaad kunnen beginnen met het echt bewust uitlachen van dieren. Al die filmpjes van slapende katten die van de bank vallen, of honden die achter hun eigen staart aanrennen, het is natuurlijk toch een vorm van discriminatie. Een programma als ‘Animal Crackers’ van André van Duin, waarin dieren echt totaal belachelijk worden gemaakt, en soms ook echt vernéderd, dat kan dus echt niet! Daar zouden wij wel eens een maatschappelijk debat over willen.’

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de taalkliniek (taalkliniek.nl).