Kwallen en calorieën als obsessie

Marathonzwemster Linsy Heister (24), in 2010 nog de beste van de wereld, stopt definitief met topsport. Haar strenge dieet zal ze niet missen.

Linsy Heister in 2009 bij de WK zwemmen in Rome. „Ik voelde mij altijd minderwaardig. Het was een obsessie.” Foto Robert Vos/ANP

Linsy Heister heeft er vrede mee als ze zegt: „Ik ben geen zwemster meer.” Zonder pijn in haar hart, verzekert ze.

Het is mooi geweest voor de marathonzwemster die nog geen drie jaar geleden wereldkampioen werd op de 25 kilometer en Europees kampioen op 10 kilometer, een olympische afstand. Die een medaillekandidaat was voor ‘Londen’, maar de Olympische Spelen nooit haalde. Diezelfde Linsy Heister, 24 jaar oud pas, heeft tegenwoordig een heel andere ambitie: „Ik wil naar Amsterdam. Lesgeven op een basisschool. Ik wil heel graag het werkende leven in.”

Ze zal niet meer in open water strijden tegen onzichtbare, stekende kwallen. Of haar dagelijkse gevecht voeren tegen de calorieën, jarenlang een obsessie.

Maar één gevoel overheerst nu ze bekend maakt dat ze niet meer terugkomt in het zwemmen: ze kijkt met trots terug op „een glansrijke carrière”, met als hoogtepunt 2010. „Sinds mijn zesde heeft zwemmen centraal gestaan in mijn leven. Het is nu tijd voor iets nieuws.”

Linsy Heister: marathonzwemster met een ongeëvenaarde dieselmotor. Won eens een klassieke zwemwedstrijd over 57 kilometer in de Rio Coronda, in de Argentijnse binnenlanden. Negen uur borstcrawlen. Zwom trainingsweken van honderd kilometer in zwembad De Tongelreep in Eindhoven, van waaruit ook Pieter van den Hoogenband, Maarten van der Weijden en Ranomi Kromowidjojo de wereldtop bestormden.

Maar haar dromen werden gedwarsboomd door een overbelaste schouder, het jaar voor Londen, gevolgd door ontsteking in haar pols. „Mijn moeder heeft het zwaar te verduren gehad. Ik was een bitch, ik was zo gefrustreerd dat de dingen niet gingen zoals ik wilde. Ik viel in een diep gat.”

Haar laatste race, een olympische kwalificatiewedstrijd in Portugal in juni vorig jaar, kan ze zich nauwelijks nog herinneren. „Die heb ik geblokkeerd.” Maar het resultaat weet ze nog wel: „Ik had na twee jaar mijn oude vorm terug, maar de rest had zich twee jaar verbeterd. Dus ik werd voorbij gezwommen door een meisje uit Hongkong waar ik nooit rekening mee hoefde te houden.”

Het hielp haar accepteren dat het voorbij was. „Ik heb niet heel erg gerouwd toen ik de Spelen miste. Ook uit zelfbescherming. Ik miste wel het vertrouwde leventje en de mensen daarin.”

Tegelijkertijd had ze veel zin in haar nieuwe leven, afstuderen op de Pabo en voor de klas staan. Dat doet ze nu, op een steenworp van het bad waar ze jarenlang om kwart over zes ’s ochtends indook. „Ik mis het zwemmen niet. Als ik op Facebook van een zwemmer lees dat hij zo diep is gegaan denk ik: die tijd heb ik gehad. Ik sta nog versteld over de uren ik al die jaren in het water heb gelegen en hoe diep ik ben gegaan.”

Twee keer dreven de emoties nog boven. „De eerste keer was toen ik tijdens de Spelen een sms’je kreeg van [chef de mission] Maurits Hendriks, die mij en andere sporters die Londen niet hadden gehaald een hart onder de riem stak. Dat deed wel zeer. Ik was er niet bij.”

De tweede keer was bij het jaarlijkse sportgala, waar ze sinds 2008 altijd kwam. In 2010 was ze zelf genomineerd. „Toen ik het op televisie zag dacht ik: dit was mijn leven. Dat is nu weg.”

Maar ze kijkt met een gelukkig gevoel terug. „De trainingen, de reizen, mijn Europese titel, mijn wereldtitel, een lunch met Willem-Alexander en Maxima – dat neemt niemand mij meer af. Kippenvel. Ik ben zo dankbaar voor wat ik allemaal heb meegemaakt.”

Maar het was niet allemaal even makkelijk. Tijdens de WK van 2007, bij Melbourne, was ze twee uur lang een speelbal in een school kwallen – ze werd talloze keren gestoken. „Dat is elke keer weer een angst geweest. Afgelopen zomer was ik op vakantie in Kroatië. Dan ga ik nog wel de zee in, maar nooit verder dan tien meter van de kant. Wat dat betreft ben ik geen boegbeeld voor het openwaterzwemmen.”

Ook is ze opgelucht dat ze haar gevecht met haar voeding kon beëindigen. Die strijd was van grote invloed op haar carrière, erkent ze. „Ik at jarenlang twee boterhammen per dag. Een appel na een training, met een glaasje drinkyoghurt, hoe zwaar die training ook was geweest. Dat was heel zwaar. Hoe minder je mag, hoe meer geobsedeerd je raakt. Eten was heel belangrijk voor me.”

Hoe langer ze zwom, des te meer ze de verleidingen zag, op stations, in winkels. „Bij mijn dieet hoorden strikte hoeveelheden, dus ik woog elke avond mijn eten: 100 gram pasta, 100 gram aardappelen, elke avond was ik weer verbaasd hoe weinig. Ik was een lopende encyclopedie op het gebied van calorieën. In de supermarkt keek ik bij alles wat de voedingswaarde was. Dan ging ik bijna huilend naar mijn moeder – laat maar, ik hoef niks meer. Dat was een heel erge periode.”

Ondertussen was Heister zich altijd bewust van haar uiterlijk en bang dat andere zwemsters op haar letten. „Ik voelde mij altijd minderwaardig. Dat was een obsessie.”

Het dieptepunt kwam nota bene de dag dat ze Europees kampioen werd in Hongarije. „Ik wist geen raad met mezelf, ik zag foto’s van mezelf in de krant, ik was bang dat ik aangekomen was. Ik was daar meer mee bezig dan met mijn titel. Toen heb ik hulp gezocht.”

De opluchting was groot, sinds ze is gestopt. „Ik was continu met mezelf bezig – of ik ergens vet zag. Ik keek altijd in de spiegel. Nu mag ik alles. Het is niet zo dat die problemen hebben meegespeeld met mijn besluit om te stoppen met zwemmen. Het is het waard geweest. Maar op die manier zou ik nu niet meer willen zwemmen.”