Hoop gloort voor homo's in VS

Het Hooggerechtshof in de VS schrijft mogelijk geschiedenis. De rechters toonden zich kritisch over wetten tegen het homohuwelijk.

Een nieuw ‘Roe vs Wade’ hangt in de lucht in Washington. Deze uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1973 geldt als de grootste juridische doorbraak in de Amerikaanse geschiedenis: het Hof legaliseerde abortus. Veertig jaar later kan het Hooggerechtshof opnieuw geschiedenis schrijven, nu over het homohuwelijk. Twee wetten die de rechten van homo’s beperken, schiet het Hof mogelijk af. Na gisteren is de kans daarop duidelijk toegenomen.

De rechters betreden, net als in 1973, „onbekende wateren”, zoals rechter Anthony Kennedy het dinsdag noemde. Hij voelt zich daar ongemakkelijk bij. De rechters moeten zich uitspreken over iets waar nauwelijks jurisprudentie over bestaat. Twee zaken staan centraal: een wettelijk verbod op het homohuwelijk in Californië en een landelijke wet die het huwelijk definieert als een verbintenis tussen man en vrouw, en die homoseksuele echtparen financieel achterstelt. Volgens Kennedy kunnen de rechters de zaken nauwelijks beoordelen, omdat het homohuwelijk nog maar sinds kort in negen staten bestaat. „We moeten vijf jaar ervaring afwegen tegen tweeduizend jaar geschiedenis”, zei Kennedy.

Vooraf calculeerden voorstanders van het homohuwelijk in dat hun zaak weinig kans zou maken bij het Hof. Een meerderheid van de Amerikanen (58 procent) mag dan voor volledige legalisering zijn, de rechters hebben weinig te maken met de stemming in het land. Wat telt is hun politieke kleur: vijf rechters zijn conservatief, vier zijn progressief.

Toch maakte de zitting veel los in de VS. Duizenden voor- en tegenstanders trokken naar Washington. Honderden mensen wachtten dagenlang voor de ingang van het Hof om een plek op de publieke tribune te bemachtigen. Stand-ins, die tegen betaling nachten in de rij doorbrachten, hebben bedragen tot zesduizend dollar gekregen.

In met name de conservatieve pers ontstond een felle discussie over het homohuwelijk. De conservatieve rijen zijn niet meer gesloten na de verkiezingsnederlaag van vorig jaar. Steeds meer Republikeinen vinden dat de partij, om zichzelf niet uit de markt te prijzen, impopulaire standpunten over het homohuwelijk en immigratie moet wijzigen. Bill O’Reilly, een icoon van conservatief Amerika, zei in zijn dagelijkse talkshow op Fox News dat tegenstanders van het homohuwelijk „geen argumenten hebben, behalve steeds weer op de Bijbel te beuken”.

De hoorzittingen van gisteren en eergisteren moeten de homobeweging positief stemmen. De meeste rechters bleken buitengewoon kritisch over de wetten. Dat bleek gisteren het duidelijkst, toen de landelijke Defense of Marriage Act uit 1996 ter discussie stond. Die wet verhindert homoseksuele echtparen aanspraak te maken op allerlei overheidsvoorzieningen. Edith Windsor, een 83-jarige vrouw uit New York, vocht de wet aan, nadat ze 363.000 dollar belasting moest betalen over de bezittingen van haar overleden vrouw. Dat is discriminatie, aldus Windsors advocaat, want hetero-echtparen hoeven die belasting niet te betalen.

De meeste rechters bleken het daarmee eens, zodat het Hof in juni mogelijk zal instemmen met het ongrondwettig verklaren van de wet. De progressieve rechter Ruth Bader Ginsburg zei dat de wet heeft gezorgd voor „volwaardige huwelijken en magere melk-huwelijken”. De conservatieve rechters Kennedy en John Roberts hadden een ander bezwaar: de federale overheid moet zich niet bemoeien met zaken die staten zelf beslissen. De autonomie van de vijftig staten is een groot goed onder Amerikaanse conservatieven.

Zo ontstond een verbond tussen twee politieke richtingen, die elkaar meestal uitsluiten. Een historische beslissing hangt in de lucht, nu conservatieve en progressieve belangen samenkomen.