Hjallis, de Ard Schenk van Noorwegen

Drie keer werd Hjalmar Andersen Europees en wereldkampioen, drie keer won hij olympisch goud. Zijn succesverhalen zijn onvergetelijk.

Andersen in 1952. Foto AFP

Glunderend stond de 86-jarige Hjalmar Andersen naast het rondebord op de oude ijsbaan van Hamar. Om de schaatslegende heen verzamelden alle groten in de Noorse schaatshistorie, van Knut Kupper’n Johannesen tot Johann Olav Koss. Een tiental fotografen en filmploegen. Een handjevol publiek.

Het was een ijskoude avond, 25 graden onder nul, aan de vooravond van de EK 2010. Het oude Hamar Stadion werd gesloten, met het rondebord voor eeuwig op de magische cijferreeks 16.32,6. Iedere Noorse schaatsfan weet: het ‘onmogelijke’ wereldrecord dat Hjallis in 1952 reed op de tien kilometer, tijdens de interland Noorwegen tegen de rest van de wereld. Liefst acht jaar hield het stand.

De dinsdag op 90-jarige leeftijd overleden Andersen werd van 1950 tot en met 1952 drie keer Europees en wereldkampioen allround. Hij won bij de Winterspelen van 1952 in Oslo olympisch goud op 1.500 meter, vijf en tien kilometer. Vier keer verbeterde hij een wereldrecord, 708 dagen leidde hij de Adelskalenderen, de wereldranglijst aller tijden. Zijn erelijst laat zich vergelijken met die van Ard Schenk, Eric Heiden en Johann Olav Koss. Buiten zijn prestaties bleef Hjallis tot de verbeelding spreken door verhalen. Jaren vijftig, hooguit een flits zwart-wit beeld.

Legendarisch is zijn tien kilometer bij het EK van 1951 op het heilige ijs van Bislett, toen hij op de tien kilometer in gewonnen positie zou zijn verblind door een flitslicht van een fotograaf en viel. Hjallis mocht overrijden en verwees een uur later de Nederlander Wim van der Voort alsnog naar de tweede plaats.

Hoe populair hij was, bleek ook in 1950 na zijn eerste wereldtitel in het Zweedse Eskilstuna. „Meer dan vijftigduizend mensen stonden hem in de bittere kou op te wachten bij de grens”, vertelde de Noorse schaatser Eskil Ervik in 2010.

Toen Hjallis tachtig werd, kwam de Noorse koning Harold bij hem op bezoek. „Ik ken hem goed”, sprak de legende toen hij als toeschouwer de EK van 2007 in Heerenveen bezocht. „Ik heb inmiddels al drie koningen versleten.” Tot aan zijn dood genoot hij van de prestaties van de Noorse schaatsers, onder wie zijn kleinzoon Frederik van der Horst. Goed, maar legendarisch? Voor altijd staat het rondebord op 16.32,6.