Hete tranen om zeemeermin van Alexander Zemlinsky

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. V. Jurowski. 27/3 Concertgebouw. Herh. 28/3. Radio 4: 31/3 14.15u

Alsof je op scherpe messen loopt. Zo voelt het voor de zeemeermin, die in het sprookje van Andersen haar vissenstaart voor benen inruilt om bij haar droomprins te zijn. Een vergeefs offer, hij ruilt haar in voor een menselijke prinses. Alexander Zemlinsky baseerde zijn Die Seejungfrau (1903) op dit duistere sprookje. Een uitvoering van het Concertgebouworkest bracht de Nederlandse première van het oorspronkelijke middendeel, dat nog schurender klinkt dan de gangbare gekuiste versie. En mahleriaanser: in het ambivalente centrale deel combineert Zemlinsky huppelende loopjes met hete tranen.

Vladimir Jurowski leidde met groot gevoel voor drama. Zijn muziek past het orkest perfect; zelfs in passages met dempers gonsden de strijkers glansrijk.

Eerder was het wennen aan de stereo-opstelling van eerste en tweede violen in Rachmaninovs Derde pianoconcert. Alle aandacht ging hoe dan ook naar de 28-jarige wonderpianist Alexander Gavrylyuk. In de beroemde openingsmelodie liet hij de dynamiek steeds melancholisch wegebben, brak de opgebouwde spanning in de solocadens en liet de melodie daarna nóg weemoediger terugkeren. Adembenemend was de diabolische slotsprint van orkest en solist. Bij de toegift, Mendelssohns Bruiloftmars, blies Gavrylyuk het toehorende orkest bijkans van het podium.