Geld is overbodig

Ruilen en delen zijn het nieuwe kopen en hebben Van gereedschap tot kinderkleertjes en van wasmachines tot appeltaarten Nieuw is niet per se beter – en niet alleen omdat het crisis is

Vanavond schaft de pot Provençaalse stoofschotel, met aardappelpuree en spinazie en madeleines toe. Altijd populair bij degenen die een avondmaal bij het echtpaar Jacobs komen afhalen. De coq au vin gaat ook altijd hard, net als de kip chasseur met spekjes en paddestoelen. De bouillebaise en de curries doen het wat minder.

Twee à drie avonden in de week koken Peter en Monique Jacobs een aantal extra porties en zetten die op de vorig jaar gelanceerde site thuisafgehaald.nl. Buurtgenoten kunnen zo’n maaltijd tegen kostprijs bij één van de thuiskoks komen afhalen. Sinds de site vorig jaar live ging hebben zich ruim 5.000 thuiskoks aangemeld, die voor een kleine 36.000 afhalers koken.

„Koken en met eten bezig zijn is onze passie”, zegt Peter Jacobs, marketeer. „Als je toch al bezig bent is het geen moeite om iets meer te koken. En daar maken we anderen weer blij mee.”

Ruilen en delen zijn het nieuwe kopen en hebben. Nieuw is niet per se beter – en niet alleen omdat het crisis is. Er zitten behalve economische ook sociale kanten aan. Dankzij internet is het mogelijk geworden om een veel grotere groep mensen te bereiken om mee te ruilen en te delen dan alleen je eigen vrienden en bekenden. Je kunt elkaars gereedschap lenen op peerby.nl. De te klein geworden kinderkleren ruil je via krijgdekleertjes.nl, een appeltaart bakken voor degene die je wasmachine repareert kan dankzij de vele dienstenruilwinkels in het land. Je kunt je diensten aanbieden voor virtueel geld als de nieuwe Smiles (smilestree.nl), of oudere ruilvaluta als LETS (local exchange trading system) of Noppes. Op ruilen.nl, met bijna 52.000 geregistreerde deelnemers, kun je een waardebon voor de sauna ruilen voor DE-punten of een set zomerbanden ruilen voor ‘bied maar iets leuks aan’. „Geld is overbodig!”, roept de site de bezoeker toe.

Sinds deze maand kun je zelfs een spijkerbroek leasen: bij de winkels Echt Waar in Amsterdam en Sincero in Utrecht, die kleding van biologisch en gerecycled katoen verkopen, kun je een eerste bedrag betalen en daarna een jaar lang een vast maandelijks bedrag. Dan beslis je of je de broek wilt houden of recyclen in ruil voor een nieuw model.

En natuurlijk is het leuk om juist wél met vrienden en bekenden te ruilen, zoals de kledingruilfeestjes die bij groepen vriendinnen populair zijn. In december organiseerde Nicole Horsmans zo’n feestje. „De mensen waren zelf niet echt op zoek naar nieuwe kleding. Ze waren superblij als hun oude kleding gaaf stond bij anderen. Conclusie: van weggeven word je blij!”

Ruilen is uiteraard het oudste handelsmodel ter wereld. Geld is in feite ook ruilhandel, waarbij we met elkaar hebben afgesproken dat we de waarde van een brood ruilen voor de waarde van dat geld. Kunstenaars hebben al lang geleden uitgevonden dat ze hun drank- of tandartsrekening kunnen vereffenen met kunstwerken. Maar de hernieuwde populariteit van het ruilen is echt iets van deze tijd, zegt Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut (dat „actuele maatschappelijke onderwerpen” onderzoekt) en auteur van het boek De Improvisatiemaatschappij. In het ruilen komt een aantal ontwikkelingen samen, zegt hij, waarvan de crisis er maar één is. „We zitten nu middenin de doe-het-zelf maatschappij waarin burgers zelf initiatieven nemen, in reactie op de traagheid en onpersoonlijkheid van de gevestigde instituties. Het geloof in de markt is echt op zijn retour. Nu zijn we op zoek naar alternatieven.”

Het ruilen is een manifestatie van een fundamentele maatschappelijk verandering, zegt Boutellier, die zonder de technische voorziening van internet niet mogelijk zou zijn. „Deze netwerkmaatschappij wordt gekenmerkt door ‘zwakke relaties’, waarin de wederkerigheid en vertrouwen een sterke rol spelen. Je kunt er alleen iets aan hebben als je zelf betrouwbaar bent en iets terug doet. Daarom hebben zoveel sites een ranking- of een recensiesysteem. We zijn elkaars betrouwbaarheid voortdurend aan het checken.” Bij het aangaan van deze zwakke relaties kan economische noodzaak een rol spelen, zegt hij, „maar je wordt er ook blij van.”

Bij een rondgang langs diverse ruilfora hoor je dat steeds weer: je wordt er blij van. Op persoonlijk niveau omdat je (voor jou) nieuwe spullen vindt en misschien ook een grappige ontmoeting hebt gehad. Maar ook omdat je het gevoel hebt dat je iets goeds voor de wereld doet door verspilling en overconsumptie tegen te gaan.

Dat is ook de ervaring van Cerian van Gestel, één van de vier vrouwen die drie maanden geleden krijgdekleertjes.nl opzette, een online netwerk voor het ruilen van kinderkleren. Er zijn nu al 470 pakketten geruild.

Je kunt altijd kleertjes geven, maar na drie keer krijgen móet je ook iets geven. „We willen wel degelijk het aspect van geven en nemen erin houden,” zegt Van Gestel, „het is geen Marktplaats.” De ruilers leggen zelf de contacten, sturen foto’s en dan tot slot een doos van vaste afmetingen. Ieder keer dat je iets geeft, gaat er 50 cent naar een goed doel. Nu nog betalen deelnemers € 2,50 als bijdrage aan de kosten van de ontwikkeling van de site, zo’n 10.000 euro.

Helemaal overbodig is geld dus nog niet. Ondernemer Fred Krautwurst wil op smilestree.nl een virtuele valuta introduceren, smiles geheten, als „een platform waar mensen elkaar kunnen helpen door diensten te ruilen”. Maar die diensten sluiten natuurlijk zelden één op één aan: een fotograaf heeft weleens een loodgieter nodig, een accountant een oppas, maar niet noodzakelijk andersom. De 9 procent provisie die de site vraagt, wordt overigens niet in smiles afgedragen, maar in gewone euro’s.

Anders dan lokale ‘munteenheden’ als LETS en Noppes moet SmilesTree niet alleen lokaal maar ook regionaal, nationaal en binnenkort internationaal draaien. „Wij willen de kleinschaligheid juist doorbreken”, zegt Krautwurst. „Zoiets werkt pas als je een bepaalde massa hebt aan deelnemers en een breed scala aan diensten.”

Ontstaat er met Thuisafgehaald een community? Ja en nee. Het zijn contacten met buurtgenoten – maar tot dit gesprek voor de krant hadden de afhalers elkaar niet eerder ontmoet. Tegelijkertijd is het meer dan sec dienstverlening: de deelnemers delen het wederzijdse plezier van het koken en het eten. Ruud Nijhof, oud-landelijke directeur van de Kinderbescherming, haalt hier twee tot drie keer per week een gerecht. Zelf kookt hij nagenoeg nooit: „Ik ben meer van de consumptie dan van de productie.” Thea de Vegte („ik kook allang niet meer zelf”), die een winkel in Amsterdam heeft, haalt regelmatig eten voor haarzelf en voor een vriend die krap bij kas zit; hij komt het de volgende dag bij haar in de winkel ophalen.

Mode-ontwerper Lilian Konings heeft het te druk om altijd zelf te koken. Bovendien is ze over haar eigen kookkunst niet zo tevreden. „Zelfs als ik eters heb haal ik het eten hier.” Zij kan zich voorstellen dat er voor sommige mensen een drempel is om bij anderen hun eten te halen. „Mijn moeder zou dit niet begrijpen.”

Op zondag 7 april organiseert de Salon van de Stadsschouwburg in Café Cox in Amsterdam een kledingruilbeurs onder de naam Krijg de Kleren!