Fraaie ontstemming

A Late Quartet Regie: Yaron Zilberman. Met: Philip Seymour Hoffman, Christopher Walken, Catherine Keener. In: 20 bioscopen. ****

Strijkkwartet The Fugue staat centraal in A Late Quartet, het debuut van Yaron Zilberman, die ook aan het scenario meeschreef. Zij vieren hun 25-jarige bestaan met een uitvoering van Beethovens Veertiende strijkkwartet, opus 131. Een onorthodox stuk, met zeven delen in plaats van vier en geen snelle opening maar een somber adagio. Een tour de force voor musici, die gedurende de veertig minuten dat het stuk duurt te maken krijgen met een ontstemming van hun instrument: in A Late Quartet een metafoor voor het langzaam ontstemd raken van de relaties tussen de kwartetleden.

Beethoven schreef het kwartet in 1826, zijn laatste levensjaar, toen hij volledig doof was. Een breed scala aan emoties passeert de revue, van desolate eenzaamheid tot dansende vreugde. Ook de film gaat over heftige gevoelens, en net als Beethoven begint Zilberman met een intens adagio. Na de eerste repetitie blijkt dat cellist Peter (Christopher Walken) de ziekte van Parkinson heeft. Kort hierop laat tweede vioolspeler Robert (Philip Seymour Hoffman) weten dat hij wil alterneren met eerste violist Daniel (Mark Ivanir). Robert wil ook wel eens eerste viool spelen. Als zijn vrouw Juliette (Catherine Keener), die altviool speelt, laat doorschemeren dat dit niet zo’n goed idee is, volgt een huwelijkscrisis.

A Late Quartet is een traktatie voor liefhebbers van klassieke muziek. Zij krijgen niet alleen prachtige muziek te horen, maar ook een inkijkje in de dynamiek van een strijkkwartet. Die heeft veel weg van een huwelijk. Met weggestopte gevoelens die naar de oppervlakte komen, jaloezie, wrevel, verwijten. Waarom is Daniel zo’n controlfreak? Waarom durft hij niet te spelen zonder zijn partituur vol aantekeningen? Voor Daniel is er niets belangrijker dan muziek, een standpunt dat A Late Quartet zeer invoelbaar maakt. Toch is er ook veel genegenheid, vooral tussen Peter en Juliette, die de beschaafde oude cellist als een vaderfiguur beschouwt.

Hoewel de film over klassieke muziek gaat, hoef je er niet veel van af te weten. Alles wordt uitgelegd, misschien zelfs iets te veel. Het levert wel fraaie anekdotes op, over Schubert en Beethoven, en de legendarische cellist Pablo Casals.