Exuberant jeugdwerk

klassiekGustav Mahler: Das klagende Lied; Alban Berg: Lulu-Suite ****

De opname van Mahlers oratorium Das klagende Lied die Pierre Boulez in 1970 maakte, was een doorbraak voor het imposante opus 1, dat Mahler in 1880 op twintigjarige leeftijd voltooide. Voordien was het werk met een complexe ontstaansgeschiedenis alleen bekend in de versie met de door Mahler in 1898-’99 gereviseerde delen 2 en 3. Na het terugvinden van het breed opgezette deel 1 kwam Boulez met een driedelige versie, gevolgd door Simon Rattle en Riccardo Chailly.

Hoewel Das klagende Lied het in populariteit nog steeds niet kan halen bij Mahlers latere oeuvre en slechts zelden klinkt, kan het belang ervan niet worden overschat. Volgens Boulez zijn alle kenmerken van de monumentale muziek van Mahler al aanwezig in dit exuberante jeugdwerk van meer dan een uur, dat de componist zelf nooit zó heeft gehoord. De thema’s leven, dood en leven na de dood beheersen de door Mahler zelf geschreven tekst. En ook klinkt die typisch mahleriaanse ruimtelijke muziek met soms een orkest in de verte.

De term ‘oratorium’ is veel te bedaagd voor de heftige en dramatische effecten, een schokkende opera waardig. ‘Pauze lang en schrikwekkend’, schreef Mahler in het manuscript. En ‘met helse wildheid’. In het middeleeuwse ridderverhaal zoeken twee broers een bloem, die recht geeft om de koningin te trouwen. De ene broer vindt de bloem, de ander doodt hem. Tijdens het koninklijke huwelijk komt een speelman met een fluit, gemaakt van een bot van de dode broer. Het lied van de fluit klaagt de bruidegom aan, de burcht zakt ineen.

Pas na het schrappen van deel 1 en de revisie van de rest kwam er in 1901 een wereldpremière. De oerversie klonk pas in 1997. Jammer dat Boulez, deze week 88 geworden, nu komt met de ‘officiële’ 2-delige versie, die hier met de Wiener Philharmoniker wel een topuitvoering krijgt: overrompelend en met een enorme klankrijkdom. Met drie voortreffelijke solisten (Dorothea Röschmann, Anna Larsson en Johan Botha) is de vocale bezetting veel goedkoper dan de oerversie, met idealiter twaalf solisten. In de enerverende Lulu-Suite van Alban Berg wordt gezongen door een extatische Anna Prohaska.