Doe als Harvard en Stanford, zet die colleges online

Nederlandse universiteiten moeten niet de kat uit de boom kijken, maar snel meer colleges online aanbieden, bepleiten Karl Dittrich en Anka Mulder

Er gaat een schok door de wetenschappelijke wereld nu gerenommeerde universiteiten als Harvard, MIT en Stanford zich op een heel stevige wijze gaan richten op online onderwijs. Redenen daarvoor zijn de zogenaamde MOOC’s, de massive open online courses, die in de korte tijd van hun bestaan al enkele miljoenen studenten getrokken hebben. Thuis vanachter je computer vrij toegankelijk en online college volgen. Het vak Artificial Intelligence van Stanford trok zonder noemenswaardige promotie 160.000 deelnemers. In Nederland heeft de Universiteit Leiden zich aangesloten bij het uit Stanford voortgekomen Coursera; de TUDelft bij het door Harvard en MIT opgerichte edX. Ook de UvA heeft al een MOOC ontwikkeld.

Universiteiten van Oxford en Cambridge en ook de Europese koepel van universiteiten, denken dat het zo’n vaart niet zal lopen en blijven betrekkelijk rustig in hun comfortzone zitten. Wij denken daar anders over en zijn van mening dat de MOOC’s het startschot vormen van een grote versnelling in online onderwijs. Dit is een ontwikkeling die essentieel is voor de kenniseconomie. De Nederlandse universiteiten moeten daarom op zijn minst vooraan in het peloton zitten. Wij pleiten voor de ontwikkeling van een breed aanbod van online onderwijs, gericht op voor de universiteiten nieuwe doelgroepen, zowel in Nederland als in het buitenland. Voor dit pleidooi hebben wij drie redenen:

1. Het traditionele deeltijdonderwijs heeft in Nederland niet gewerkt

De universiteiten hebben onlangs kunnen constateren dat het universitaire deeltijdonderwijs onaantrekkelijk is geworden. Het aantal studenten dat instroomt in deze sector is teruggelopen van 3000 in 2002 tot 1.400 in 2012. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, als we bedenken dat levenslang leren juist steeds belangrijker wordt. Het staat immers buiten kijf dat het in alle beroepen belangrijk is om kennis up to date te houden. Bedrijven en organisaties vragen steeds vaker om flexibele onderwijsvormen en maatwerkopleidingen voor hun werknemers. Om organisatorische en financiële redenen kunnen de universiteiten daar niet aan voldoen. Online onderwijs kan een flexibel alternatief vormen, waarbij goed rekening kan worden gehouden met de beschikbare tijd en het kennisniveau van de deelnemers.

2. Online onderwijs trekt buitenlands talent naar Nederland en zet Nederland economisch beter op de kaart

Vooral in de technische en levenswetenschappen zijn hoogopgeleiden hard nodig en het Nederlandse aanbod schiet tekort. ASML laat al tijden weten 1.200 vacatures te hebben en betrekt een toenemend deel van zijn nieuwe werknemers uit het buitenland. De Nederlandse universiteiten zijn op die behoefte aan buitenlands talent ingesprongen. Ze zijn de afgelopen decennia sterk geïnternationaliseerd, bieden onderwijs in het Engels aan en ontvangen steeds meer buitenlandse studenten. Dat is een goede ontwikkeling voor de Nederlandse economie, ook omdat onlangs uit berekeningen van het CPB bekend is geworden dat de balans tussen kosten en baten van de aanwezigheid van buitenlandse studenten positief is. Deze conclusie is niet verbazingwekkend: Australië, de VS en het VK beschouwen hun onderwijs al veel langer als een heel goed exportproduct.

Door het onderwijs ook online aan te bieden, wordt de kwaliteit van ons onderwijs internationaal nog meer zichtbaar en dat zal helpen om meer studenten voor Nederland te laten kiezen.

Vrijwel al onze universiteiten staan internationaal zeer goed bekend, zoals blijkt uit alle rankings. Die bekendheid is helemaal sterk waar het gaat om bepaalde profielen: dan zijn we zelfs wereldleiders. Voorbeelden zijn ‘voedsel’ in Wageningen, healthy aging in Groningen, internationaal recht in Leiden en ‘water’ in Delft. De universiteiten van Leiden en Delft ondersteunen hun profielen nu door het aanbieden van MOOC’s op deze terreinen. Op die manier worden niet alleen de universiteiten sterker geprofileerd, maar ook Nederland als kennisland en dus het relevante Nederlandse bedrijfsleven;

3. Online onderwijs leidt tot betere kwaliteit

De schrijver en New York Times-journalist Thomas Friedman schreef dat digitalisering allerlei sectoren op zijn kop heeft gezet: we winkelen online, we boeken reizen online, de krantenwereld is sterk veranderd en nu is het onderwijs aan de beurt. Studenten aan de Harvard Business School volgen liever online het basisvak accounting bij de Brigham Young Universiteit dan bij Harvard in de collegezaal: het is namelijk beter. Online onderwijs is immers extreem zichtbaar en daarmee ook de kwaliteit, of juist het gebrek daaraan. Friedman stelt dat online onderwijs tot een enorme kwaliteitsverbetering zal leiden: „When the outstanding becomes so easily accessible, average is over.” En dat wil elke overheid, elke universiteit, elk land.

Daarom denken wij dat het tijd is voor een gezamenlijke versnellingsagenda van al deze partijen. Online onderwijs ondersteunt immers onze economische en kwaliteitsambities. Universiteiten kunnen niet om deze ontwikkeling heen en overheid en bedrijfsleven moeten ook hun kansen pakken.

Universiteiten moeten nu dus stappen zetten om tot een steviger plan van aanpak voor digitalisering te komen. Dat kunnen ze deels doen op basis van eigen plannen en ambities, maar het is ook verstandig om naar gezamenlijke mogelijkheden te kijken. Onze oproep aan de Nederlandse overheid is om een specifieke aanpak te ondersteunen, waarin de HO-sector, bedrijfsleven en de overheid deze ontwikkeling extra vaart geven.

Nederland heeft al een van de beste IT-infrastructuren ter wereld, SURFnet, tot stand gekomen in samenwerking met alle bovengenoemde partijen. Zou het niet van visie getuigen om nu ook een gezamenlijke ambitie uit te spreken op het terrein van het digitale onderwijs?