'Bedreigen van politici, dat is niet uit te roeien'

Vorig jaar werd 113 keer strafrechtelijk onderzoek gedaan wegens bedreigen van een politicus. „We willen laten zien dat we er bovenop zitten.”

Om de zoveel tijd loopt er een Kamerlid naar de beveiligingsbeambte van de Tweede Kamer. Om een formulier in te vullen om melding te doen van bedreiging.

Het Team Bedreigde Politici (TBP) van de politie in Den Haag kreeg vorig jaar 264 van dit soort meldingen binnen, blijkt uit cijfers van het Openbaar Ministerie. In 113 gevallen oordeelde het OM dat er genoeg reden was om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Tweeëntwintig keer kwam het tot een veroordeling.

Het gaat hier om bedreigingen. Van scheldpartijen, waarvan veel Kamerleden zeggen dat ze deze dagelijks in hun mailbox ontvangen, wordt geen melding gedaan. Het TBP doet geen mededelingen over welke politici of partijen het vaakst worden bedreigd. PVV-leider Wilders zegt in een reactie per sms „alleen de afgelopen maanden al tientallen aangiften te hebben gedaan”.

Sinds de oprichting van het TBP, in 2005, schommelt het aantal meldingen elk jaar tussen de 200 en de 300. Het TBP zegt geen aanwijzigingen te hebben dat het aantal bedreigingen tegen politici toeneemt.

De hoofdverantwoordelijke officier van justitie Hendrik-Jan Talsma wil een statement maken omdat, zo zegt hij, „mensen zich pas realiseren dat dreigen via internet strafbaar is als de politie voor de deur staat”. Mensen denken: de bedreiging komt toch niet aan, het is toch niet strafbaar, zegt Talsma. „Maar dat is het wél. We willen laten zien dat we er bovenop zitten. Dat mag best schrik aanjagen.”

Wie zijn de bedreigers?

Talsma: „Er is een groep personen die ik ‘de gefrustreerde burgers’ noem. Een groep, wier dreigingen aanhaken op nieuwsfeiten. De werkloze, die gekort wordt op zijn financiën en hoort dat er wél geld gaat naar een bank of naar Cyprus. Dan zijn er de verwarde personen. Mensen die denken dat politici iets tegen hen persoonlijk hebben en in werelden leven waar complotten een rol spelen. Dit zijn de mensen, die dreigen via e-mail en soms nog per brief.

„De grootste groep dreigers zijn minderjarigen, die dreigen via sociale media, vooral Twitter. Het is stoere praat, ondoordachte praat, net als op het schoolplein. Jongeren die niet goed nadenken als ze op ‘verzenden’ klikken. Ze denken dat Twitter een onderonsje met vrienden is, waar ze kwetsende teksten over personen op kunnen plaatsen. Ze realiseren zich niet dat de bedreigde het ook te lezen krijgt.”

Waneer is iets dreigen, en wanneer gewoon ordinair schelden?

„Er is sprake van een strafbaar feit als het gaat om een gerichte, concrete bedreiging. Pas dan komt het tot een aangifte. Er is een verschil tussen ‘ze zouden jou een kogel door je kop moeten schieten’ en ‘als ik jou tegenkom, dan schiet ik je dood’.”

Het aantal aangiften neemt niet af. Hoe kan dat?

„Helaas niet. Je ziet vooral bij jongeren en gefrustreerde burgers dat optreden van politie en justitie effect heeft. We zien weinig recidive: verdachten zien we eigenlijk nooit terug, behalve als het gaat om verwarde mensen. Maar de mensen die ermee stoppen, worden weer door anderen vervangen.

„We hebben dus niet de illusie dat we dit kunnen uitroeien. We willen duidelijker maken dat dit niet mag, dat dit niet ongezien kan. Dat een berichtje van een 16-jarige scholier een bijzonder grote impact kan hebben op een politicus.”

Hoe vaak wordt iemand veroordeeld?

„Van de 113 zaken zijn er 22 opgelost, nog 55 in onderzoek, 6 zaken zijn geseponeerd en in 30 zaken is geen verdachte getraceerd. Meestal is de verdachte goed te achterhalen. Via een IP-adres kunnen we terugzoeken wie achter de dreiging zit.”

Wat voor straf krijgen bedreigers doorgaans?

„De meeste zaken worden afgedaan met een werkstraf.”

Hoe kan het dat er nog zoveel zaken in onderzoek zijn?

„Een deel van de meldingen kwam pas eind vorig jaar binnen. Rond verkiezingstijd zien we altijd een piek in het aantal bedreigingen. Dan is de belangstelling voor politici groter dan normaal, en profileren zij zich nadrukkelijker.”

Valt politici zelf iets te verwijten?

„Ik ben de laatste die zal zeggen dat politici hun toon moeten matigen. Ze zijn vrij om standpunten in te nemen. Het zijn degenen die dreigen, die een verkeerde toon aanslaan.”