Bankieren met een sociaal gezicht

Kleine coöperatieve banken beheren veertig procent van de spaartegoeden op Cyprus. Hoe gezond zijn hun vriendendiensten?

Loukas Stylianou heft bij elke pick-up die door de dorpsstraat van Alampra rijdt even zijn hand op naar de bestuurder. De manager van de lokale coöperatieve bank kent ze stuk voor stuk. Hij praat over de duizend leden van zijn bank zoals de directeur van een sportclub over vrijwilligers. Hij heeft het over vrienden, mede-eigenaren, buurtgenoten. Mensen van wie hij alles weet, en zij van hem.

Achter zijn bureau, een kamer op de begane grond vlak naast de balie van het kleine bankfiliaal, hangen tekeningen van scholieren. In de kast staat een icoon van Ayia Marina. Het is de beschermheilige van Alampra, een dorp op een half uur rijden van de hoofdstad Nicosia richting de zuidkust.

Veertig procent van de spaartegoeden van Cyprioten staat niet bij grote commerciële banken, maar bij kleine coöperatieve banken (Coops) in hun eigen dorp of stad. De 93 Coops zijn samen goed voor 15,1 miljard euro.

Terwijl afgelopen jaar de onzekerheid omtrent banken toenam, groeide het marktaandeel van de coöperaties. „Cyprioten zien ze als de laatste veilige schuilplaats”, zegt economisch analist Michalis Persianis telefonisch vanuit Nicosia.

De coöperaties zijn op Cyprus de banken met een menselijk gezicht. Ze hebben geen buitenlandse tegoeden, zijn niet beursgenoteerd en streven geen winstmaximalisatie na, waardoor de rentes gunstig zijn. Alleen inwoners van een gemeente, of mensen die daar grond bezitten, kunnen lid worden en hebben dan stemrecht. Managers krijgen geen bonussen. 7,5 procent van de winst gaat naar goede doelen, waaronder de kerk. Vaak is de enige geldautomaat in een dorp die van de Coop.

De Coops zijn het andere gezicht van Cyprus. Naast het EU-land met een grote financiële sector en veel buitenlands kapitaal, bestaat een eiland waar bewoners hun zaken onderling regelen; waar banken een sociaal instrument zijn in handen van lokale politici, vaak van de communistische partij AKEL.

Nog geen tien jaar geleden had vrijwel elk dorp een eigen ‘Coop’, met daarnaast meestal een Coop-supermarkt, waar producten een stuk goedkoper waren dan bij de grote ketens. De hoge dichtheid aan coöperatieve banken is uniek voor het eiland. EU-eisen aan de financiële gezondheid van banken dwingen de Coops echter tot verandering. Na een reeks fusies zijn er van de bijna 400 banken nu nog 93 over, op 850.000 inwoners.

„Ik heb grote banken nooit vertrouwd”, snuift Thomas Thoma, eigenaar van tuincentrum Nevada langs de doorgaande weg naar Alampra. „Die eten veel te veel van je geld”, vult zijn zoon aan die in het familiebedrijf werkt. Thoma wil even gerustgesteld worden door Stylianou en heeft hem op zijn mobiele telefoon gebeld, hoewel de bank net als alle anderen woensdag nog dicht is.

„Wat denk je, gaat de trojka ook de rekeninghouders bij Coops laten meebetalen”, vraagt Thoma als Stylianou bij hem binnenstapt in de kas vol planten en grote aardewerken kruiken. „En kan ik de cheques van de Laiki Bank straks nog verzilveren?” Garanties kan ook Stylianou hem onder deze omstandigheden niet geven. Maar aan het einde van het korte bezoek zegt Thoma dat hij niet van plan is zijn geld van de bank te halen.

De coöperatieve banken kunnen de komende jaren hopelijk als stootkussen fungeren om de klappen van de recessie te dempen, zegt Varnavas Kourounas. Hij is manager van de overkoepelende Coop waar Alampra en nog acht dorpen onder vallen. „We zijn milder. We verrichten geen wonderen, maar we kunnen wel meer rekening houden met persoonlijke omstandigheden, doordat we onze klanten goed kennen. Bijvoorbeeld een gunstige betalingsregeling treffen als iemand plotseling zijn baan kwijt raakt.”

Juist doordat de Coops niet dezelfde criteria hanteren als commerciële banken, maken financieel analisten op Cyprus zich zorgen om de coöperaties. „Ze zouden het volgende probleem voor dit land kunnen zijn. Ik ben bang dat ze te menselijk voor hun eigen goed zijn geweest”, zegt econoom Persianis.

Leningen zijn vaak verstrekt aan vrienden en familie en zonder gedegen analyse van hun kredietwaardigheid. „Het maakte niet zo veel uit of je op twee of op vier benen binnenkwam. Als het je lukte de drempel te passeren had je een lening”, zegt Persianis ironisch. „Ik overdrijf, maar niet veel.”

„Een bank met een menselijk gezicht is fantastisch”, vervolgt hij. Het probleem is dat door minder strenge regulering en versnipperd toezicht te weinig bekend is over de gezondheid van deze banken.

De communistische partij, met 19 van de 56 zetels in het parlement en ‘leverancier’ van de president een sterke politieke speler op Cyprus, houdt de Coops uit de wind. „Het is een feit dat ze veel te gemakkelijk waren met het accepteren van onderpand of garanties van familieleden of vrienden bij het geven van kredieten.”

Een groot deel van de leningen is daardoor mogelijk niet gedekt als het er de komende jaren op aan komt. Er wordt gezegd dat van het noodkrediet van 10 miljard euro van Europa en het IMF ruim 1 miljard bestemd is voor de 93 coöperaties, maar dat kon de Centrale Bank van de coöperaties gisteren niet bevestigen.

Varnavas Kourounas zegt dat de tijd dat leningen werden gegeven op basis van sociale in plaats van financiële criteria, wel voorbij is. Hoewel de behoefte aan sociale banken zal groeien, maakt de druk om aan strenge criteria te voldoen het „helaas moeilijker om mild te zijn”, zegt Kourounas. „We blijven onze sociale doelen nastreven, maar de klappen van tien procent recessie kunnen ook wij niet opvangen.”