Arbeiderskasteel terug in volle glorie

Architectuur

Restauratie Justus van Effenblok, Rotterdam. Architecten: Molenaar & Co architecten/Hebly Teunissen architecten. Opdrachtgever: Woonstad Rotterdam. Kosten: 18 miljoen euro.****

Het is weer een echt kasteel. Dat is de eerste gedachte die opkomt bij het weerzien met het onlangs gerestaureerde Justus van Effenblok in de Rotterdamse ex-probleemwijk Spangen. Niet alleen heeft het immense bakstenen gebouw met honderden woningen twee poorten, maar op het binnenterrein staat ook een hoog blok met een kleine toren, alsof hier de koning van Spangen woont.

Toch is in dit kasteel ook de geboorte te zien van het Nieuwe Bouwen met zijn ‘licht, lucht en ruimte’. Architect Michiel Brinkman (1873-1925) heeft hier in 1922 letterlijk het gesloten bouwblok opengebroken, de bouwsteen van de 19de-eeuwse stedenbouw waar Nieuwe Bouwers als Le Corbusier zo’n hekel aan hadden. Brinkman, de aartsvader van het beroemde bureau Brinkman en Van der Vlugt (van de Van Nellefabriek en De Kuip in Rotterdam), had van twee gewone bouwblokken met besloten binnentuinen één reuzenblok gemaakt met een groot, openbaar binnenterrein. Door de tegenover elkaar liggende poorten loopt over het terrein zelfs een straat.

Op het binnenterrein plaatste Brinkman blokken met woningen en gemeenschappelijke voorzieningen die evenwijdig aan elkaar in stroken staan opgesteld. Zo kondigt het Justus van Effenblok de modernistische ‘strokenbouw’ aan die pas vijftien jaar later in zwang zou raken in de Nederlandse stedenbouw.

Maar dat is nog niet alles. Het blok is ook het eerste woningcomplex in Nederland – en een van de eersten in de wereld – dat een galerij kreeg. ‘Luchtstraat’ heette de eerste galerij van Nederland in 1922 nog. Hij heeft nog niets van de latere galerijen, die flats als die in de Amsterdamse Bijlmermeer zo’n slechte naam zouden geven. Geen lange, smalle, naargeestige gang is het, maar een brede, comfortabele betonweg onder de open hemel langs de deuren van de woningen op de eerste verdieping. Hij is zo breed, omdat de melkboer er in 1922 met zijn kar overheen moesten kunnen. Die ging met een lift in een van de twee gemeenschappelijke blokken – oorspronkelijk bedoeld voor het wassen van kleding en voor baden – naar boven en daalden aan de overzijde weer af.

Een jaar of zeven geleden was er weinig meer over van de glorie van het Justus van Effencomplex. In 1985 was het weliswaar tot Rijksmonument verklaard, maar met hoog opschietend onkruid leek het binnenterrein op een gebied voor nieuwe natuur. De woningen met de door betonrot aangetaste luchtstraat zagen er armoedig uit.

Een van de oorzaken van de armetierigheid was dat het complex bij een renovatie in de jaren tachtig danig was verminkt. De bakstenen gevels waren aan het hof waren wit gesausd, de kleur van het Nieuwe Bouwen. Maar zoals de meeste geverfde en gestucte gevels in Nederland, werden ze zelden opnieuw geverfd, met haveloosheid als resultaat. De armoede werd nog versterkt door de kunststof kozijnen en bloembakken die aan de hekken van de luchtstraat waren gehangen.

Die zijn nu door de zorgvuldige restauratie, ontworpen door Joris Molenaar en Arjan Hebly, verdwenen. De witte verf is verwijderd, de bakstenen laten weer hun eigen, beige kleur zien. De deuren hebben de oorspronkelijke, lichtgroene kleur terug, de ramen zijn weer schuiframen van hout.

Ook binnen zijn de woningen onder handen genomen. Nadat in de jaren tachtig veel woningen waren samengevoegd tot grotere, zijn ze nu soms weer veranderd. Het Justus van Effencomplex heeft nu een keur aan woningen, van klein tot groot.

De architecten zijn ver gegaan in de restauratie: zelfs de deurknoppen en handvaten van de ramen lijken sprekend op die uit 1922. De binnentuinen zijn daarentegen niet in oorspronkelijke staat hersteld, maar, naar een ontwerp van Michael van Gessel, veranderd van een woestenij in een soort Drents hunebeddenlandschap met glooiende grasperken, grote bomen en reuzenkeien.

Toch stemt het gerestaureerde Justus van Effencomplex ook treurig. Het is hoogstwaarschijnlijk het laatste Nederland arbeiderspaleis dat voor zo veel geld – 18 miljoen euro – in volle glorie is hersteld. Zeker als de heffing van het kabinet-Rutte II van 1,7 miljard euro op huurwoningen doorgaat, zullen de eigenaren van soortgelijke arbeiderspaleizen, de woningcorporaties, geen geld meer hebben voor zo’n schitterende restauratie.