'Als ik binnenkom, weten ze: het wordt moeilijk'

Choreografe Nanine Linning (35) is artistiek leider van het dansgezelschap in Heidelberg en scoort daar met haar multidisciplinaire aanpak.

‘De gouden tijden in Nederland zijn voorbij.’

‘Prosecco...” Smalend murmelt Nanine Linning nog even na in de documentaire Nanine: Passion (Manon Lichtveld, Bas Westerhof, 2012). Prosecco? Champagne moet ze hebben! Voor minder laat zij zich niet aan de voeten ophijsen in een feestelijke kroonluchter om zo, elegant kronkelend, bubbels te schenken. Voor de act ‘Happy Hour Chandelier’, die haar BV op feesten en evenementen uitvoert, wil zij dus champagne, negen flessen alstublieft, en snel een beetje. Einde telefoongesprek.

De kijker voelt meteen: Linning (Amsterdam, 1977) is een ambitieuze vrouw met een sterke wil. Streng ook, vindt zij zelf, en dat was best confronterend. „Maar het is wie ik ben”, zegt zij via een Skype-verbinding. „Heel direct in de communicatie, ja is ja en nee is nee.” Niet alleen is dat een beetje wennen voor haar collega’s in Heidelberg, waar zij tegenwoordig leiding geeft aan het dansgezelschap van het plaatselijke theater. Ook haar multidisciplinaire manier van werken is niet gebruikelijk voor de ‘städtische’ theaters, waar orkest, opera-, toneel- en dansgezelschap wel hetzelfde dak delen, maar niet intensief samenwerken aan voorstellingen. En dat is nu juist wat Linning wél van ze verwacht, merkte ook het theater van Osnabrück, waar zij van 2009 tot 2012 de organisatiestructuur opschudde met haar grotezaalproducties met dansers, musici en zangers. Ze regisseerde er ook haar eerste opera.

Intussen kent men haar, zegt ze. „Als ik binnenkom, weet men dat het moeilijk wordt”, zegt ze lachend. „Gedetailleerd en complex. In de Duitse theaters is alles aanwezig voor mijn manier van werken, maar de huisgezelschappen hebben een eigen publiek, eigen abonnementen, eigen planning, rusttijden, cao’s enzovoorts. Ik ben begonnen die grenzen op te heffen, waarbij ik het geluk heb gehad een intendant te treffen die ervan overtuigd is dat dít is wat we willen. Hij heeft gezien hoe succesvol het is. Het publiek is laaiend enthousiast.”

Vóór Duitsland waren de choreografieën die zij van 2001 tot 2006 maakte als huischoreografe bij Scapino Ballet Rotterdam soberder, abstract, grotendeels vanuit de vorm gedacht en met een grote nadruk op lichaamsplastiek. Zwaar werk voor de dansers – bij Scapino schoot het aantal blessures omhoog tijdens Linnings repetities. Maar over de grenzen gaan hoort voor haar bij dansen: „Ik voel me sporter: tot de grens gaan en eroverheen.” De geprononceerde musculatuur van haar slanke lijf, uitgebreid te bewonderen tijdens ‘Happy Hour Chandelier’, levert het bewijs.

Voice Over, de voorstelling die nu door Nederland toert, is een voorbeeld van de stijl die zij in Duitsland heeft ontwikkeld. Die ze ook alleen dáár had kunnen maken, aldus Linning. Ze is de manier van werken in Nederland ontgroeid. „Je dénkt alleen al anders als je studio direct naast het toneel zit en je het hele jaar door ook een werkplaats, een kostuumatelier, zangers en een orkest voorhanden hebt. Ik vind het ontzettend inspirerend om met koor, orkest, video en haute-coutureontwerpers iets te ontwikkelen in plaats van te laten uitvoeren. Maanden met je dansers in een studio in Amsterdam-Noord – dat is een ouderwetse gedachte geworden. Mijn multidisciplinaire aanpak is zo ver doorontwikkeld dat het ondenkbaar is geworden om op het laatst alles in elkaar te moeten monteren.”

In Nederland, denkt ze, valt alleen in grote huizen als Het Muziektheater of het Lucent in Den Haag op haar manier te werken, maar eigenlijk is het systeem er niet op ingesteld. Ook zijn de financiële middelen er niet meer. „De gouden tijden zijn in Nederland echt voorbij.” Voorlopig voelt ze zich in Duitsland op haar plaats, al realiseert zij zich dat ook daar de overheidsfinanciering steeds meer onder druk zal komen te staan. „Maar wel vanuit een andere filosofie. Er is veel waardering, ook bij het publiek, voor de kunsten. In Heidelberg is, volkomen tegen de trend in, een nieuw theater gekomen met ons nieuwe dansgezelschap, gefinancierd door de stad en haar bevolking. Daar zijn de mensen hier hartstikke trots op.”

Barok

In Linnings recente werk valt een rijke, barokke vormgeving op. De kostuums voor Synthetic Twin, over Siamese tweelingen, werden ontworpen door Iris van Herpen, die ook Lady Gaga onder haar cliëntèle mag rekenen, en in Requiem, waarmee ze vorig jaar Nederland bezocht, kon het publiek op zijn gemak over het toneel dwalen en zangers en dansers bestuderen die in groteske, sneeuwwitte uitdossingen – sirenen, centauren en andere mythische figuren – waren ‘tentoongesteld’.

Bij Voice Over is de door Linning zelf ontworpen kostumering relatief sober, de sfeer is grimmig, de klanken zijn onheilspellend en de kleuren duister, geheel in overeenstemming met de thematiek: de choreografe uit in dit werk haar zorgen om de maatschappelijke tendens steeds meer uit handen te geven aan gezichtsloze conglomeraten. „De vraag is: waar zit de macht, en wat doen we met die macht? We geven haar weg en hebben er geen zicht meer op. Kijk naar de bankencrisis. Of naar de voedselproductie, de farmaceutische industrie. Overal doet men alleen aan symptoombestrijding, de essentie van problemen wordt niet aangepakt, want dat is duur en de aandeelhouders hebben geen belang bij jouw welzijn.” In het stuk is te zien hoe een man telkens terugkeert naar een vrouw – de ‘Dark Queen’ – die hem mishandelt en vernedert. De olijke danser met de Mickey Mouse-oren blijkt een coke-snuivende terrorist.

„Angry Mickey is een metafoor voor de manier waarop ons allerlei ongezonds wordt aangesmeerd. Suiker bijvoorbeeld, terwijl we weten dat je er kanker van krijgt. In dergelijke materie heb ik mij de laatste jaren verdiept. Ik heb een verantwoordelijkheid, als kunstenaar, als mens en als choreograaf en artistiek leider. Alleen mooie nieuwe concepten bedenken is niet genoeg.”

‘Voice Over’ van Nanine Linning, tournee t/m 7/4. Inl: naninelinning.nl