Agenten knoeien te vaak, vinden advocaten Want de politie luistert slecht Kun je wat harder praten?

Verzonnen telefoontaps // De rechtbank in Alkmaar sprak een verdachte vrij omdat de politie verbalen van telefoontaps verzon De kwestie staat niet op zichzelf, zeggen strafrechtdeskundigen

Redacteur justitie

Knoeiende politieagenten. Ze vervalsen bewijsmateriaal of verzinnen informatie om een verdachte erbij te lappen. Voor de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, Bart Nooitgedagt, is het geen onbekend verschijnsel. Toch is hij „geschokt” over het vonnis dat de rechtbank in Alkmaar vorige week velde. Rechters verklaarden het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in een drugszaak omdat negen van de achttien verslagen van tapgesprekken in het geheel niet bleken te kloppen. „Dit is een grof schandaal: het gaat om door de politie gepleegde strafbare feiten van een ongekende omvang”, zegt Nooitgedagt.

De strafpleiter maakt het vaker mee: cliënten die klagen over de schriftelijke weergave van telefonisch afgeluisterde gesprekken. „Het probleem is dat het uitluisteren van banden heel veel tijd vergt.” In grote zaken heeft Nooitgedagt vaker kunnen vaststellen dat „belastende elementen” in verbalen worden opgenomen die niet te beluisteren zijn. „Maar juist in de middelgrote zaken loop je grote risico’s dat vervalsingen door de politie nooit aan het licht komen omdat verdachten of advocaten het erbij laten zitten.”

Een recent incident dat Nooitgedagt meemaakte betrof een cliënt die ervan werd verdacht bodyguard te zijn van een voorname drugshandelaar. „Bij het uitluisteren van de tapgesprekken bleken er dingen geverbaliseerd die nooit gezegd zijn.” En ook bij het verhoren van getuigen wordt de werkelijkheid geweld aan gedaan. „Ontlastende delen worden weggelaten en als een getuige door de politie wordt ‘gevoed’ met informatie staat het niet in de stukken.”

Een veelvoud aan klachten

Het informeren bij strafadvocaten naar misstanden bij het recherchewerk is al snel een rondgang die een veelvoud aan diverse klachten oplevert. „Onjuiste processen-verbaal zijn helaas niet uniek. Je hoort er veel collega’s over klagen”, zegt advocaat Frank van Ardenne, bestuurslid van de Rotterdamse Vereniging van Strafrechtspecialisten. Niet alleen het verdraaien van de weergave van afgeluisterde telefoongesprekken is een probleem, zeggen raadslieden. Er wordt gerommeld met alle bewijsmiddelen die door opsporingsambtenaren in verbalen worden vastgelegd: van de weergave van verhoren of camerabeelden, het verslag van met microfoons opgenomen vertrouwelijke gesprekken tot de beschrijving van observaties.

De rechtbank Amsterdam sprak een jaar geleden twee verdachten vrij die in het strafbankje zaten omdat ze na een ruzie over een parkeerboete twee agenten zouden hebben mishandeld. Dat had de politie geverbaliseerd. Uit beelden van beveiligingscamera’s bleek hier echter niets van. De rechtbank oordeelde daarop dat er „doelbewust onjuistheden” in het proces-verbaal waren opgenomen en de verdachten gingen wegens „onherstelbaar vormverzuim” vrijuit.

Ook de rechtbank Rotterdam constateerde in 2010 in een strafzaak dat een verbalisant had gelogen over vermeend gebruik van geweld door een verdachte. Camerabeelden toonden een andere gang van zaken. Het OM werd niet-ontvankelijk verklaard. „De gemeenschap moet erop kunnen vertrouwen dat de politie juist en volledig verbaliseert en dat de rechter ook de juiste informatie krijgt”, oordeelde de rechtbank.

De man die in deze zaak ten onrechte als verdachte was aangemerkt deed aangifte tegen de agent wegens valsheid in geschrifte. „Het OM nam de zaak niet in behandeling. Vervolging was niet nodig want er was al een ‘goed gesprek’ geweest met de agent, zei het OM”, vertelt advocaat Van Ardenne. Tegen dat besluit ging de raadsman in beroep bij het hof. „Toen bleek dat een dergelijk gesprek niet had plaatsgevonden. Het hof heeft nu gezegd dat ‘nader onderzoek’ nodig is.”

Advocaten klagen erover dat klachten of aangiftes wegens valsheid in geschrifte tegen opsporingsambtenaren vaak niet serieus worden genomen. „Meestal krijgen we te horen dat fouten een vergissing waren en dat er niet opzettelijk is geknoeid. Dat is vrij bar want we hebben het hier over professionals die donders goed weten waar ze mee bezig zijn”, zegt advocaat Nooitgedagt.

Een enkele keer wordt een agent wel vervolgd wegens het maken van onjuiste verbalen. In augustus vorig jaar veroordeelde de Amsterdamse rechtbank een agent tot vier maanden voorwaardelijke celstraf wegens het valselijk opmaken van een proces-verbaal. De agent had opgeschreven fysiek te zijn bedreigd maar uit bewakingsbeelden bleek dat dit in het geheel niet het geval was. De opsporingsambtenaar heeft „de integriteit van de politie geschaad”, aldus de rechters. „Het is in het Nederlandse strafrecht van groot belang dat de deelnemers en de samenleving er op moeten kunnen vertrouwen dat processen-verbaal nauwgezet en naar waarheid zijn opgemaakt”, oordeelde de rechtbank.

Het steekt advocaten ook dat officieren van justitie zelfs als er gerede reden voor twijfels is doorgaans toch het optreden van de politie dekken. „De tijd is voorbij dat de officier van justitie echt magistratelijk handelt. Het OM trekt zelden of nooit het boetekleed aan”, aldus Nooitgedagt.

Een genante vertoning

Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen noemt het „een genante vertoning” dat het OM in de zaak van de telefoontaps in Alkmaar meteen heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. „Als de behandelende officier van justitie in deze zaak weg komt met dit geknoei, kun je een beschaafd rechtssysteem wel op je buik schrijven. Dan verdwijnt het vertrouwen in de publieke ambtenaar.”

Van Koppen noemt het „onbegrijpelijk” dat de politie valse stukken opmaakt. „Als de politie knoeit met stukken, komt dit vroeg of laat toch uit.” Advocaat Nooitgedagt vermoedt dat agenten nogal eens last hebben van tunnelvisie. „De politie is vaak bevooroordeeld: ze zijn zo overtuigd van de schuld van een verdachte dat ze bereid zijn bewijs te fabriceren.”

Of het rommelen met bewijsmateriaal vaker gebeurt dan vroeger is onduidelijk. Na de crisis in de misdaadbestrijding uit de jaren negentig toen de politie zelf in drugs bleek te handelen om te infiltreren in de onderwereld, de zogeheten IRT-affaire, zijn de opsporingsmethodes beter genormeerd. Toch is de situatie er nu niet op vooruit gegaan, zegt Van Koppen. „Destijds werd er bij gebrek aan regels vooral creatief gerechercheerd. Nu wordt de boel gewoon belazerd.”

Een woordvoerder van het Korps Nationale Politie laat weten dat de politie geen commentaar wil geven op dit artikel.