AFM heeft kritiek op accountants

Financieel toezichthouder AFM heeft grote kritiek op de wijze waarop de vier grote accountantskantoren omgaan met de sinds dit jaar geldende verplichting om hun zakelijke adviespraktijk te scheiden van hun wettelijke taak de boeken van bedrijven te controleren.

Volgens de Autoriteit Financiële Markten hebben de grote vier kantoren – Ernst & Young, PWC, KPMG en Deloitte – vlak vóór op 1 januari de nieuwe wet inging nog snel nieuwe adviescontracten gesloten met grote beursgenoteerde klanten waarvan zij ook al de externe accountant zijn. De kantoren hebben daarmee „niet gehandeld in de geest van de wet”, stelt de AFM in het gisteren gepubliceerde rapport Naleving overgangsregeling scheiding controle en advies.

De scheiding tussen controle en advies is bedoeld om de onafhankelijkheid van de accountancy te versterken. Accountants liggen sinds de financiële crisis onder vuur omdat zij bij veel bedrijven zowel de jaarrekeningen controleren – een wettelijke verplichting – als financieel en strategisch advies geven.

In 52 van de 82 onderzochte contracten voor niet-controlediensten hebben de vier grote kantoren volgens de AFM de afgesproken overgangsregeling voor de nieuwe wet verkeerd geïnterpreteerd. Bij deze contracten zijn de werkzaamheden namelijk niet precies gedefinieerd, waardoor de accountantskantoren proberen „de adviesrelatie” met de klant waarvan ze ook al de boeken controleren „zo lang mogelijk te bestendigen”. De AFM heeft de kantoren en hun betrokken cliënten opgeroepen deze contracten te heroverwegen.

In een reactie laten de grote accountantkantoren weten de conclusies van de AFM niet te delen. Zo zegt PWC in een reactie „met veel verbazing” kennis te hebben genomen van de opstelling van AFM. „Naar ons idee zijn wij nog volop in discussie met de toezichthouder over de interpretatie van de overgangsmaatregel.”