Zij zien het dag worden

Nachtwerkers

De een presteert beter ’s nachts, de ander móét ’s nachts werken Werken ze anders in het donker? Nee, zeggen de nachtwerkers Ja, zeggen deskundigen

Verslaggever en avondmens

Dichter Menno Wigman is een nachtdier. Hij wil er niet te veel mee te koop lopen – dat eeuwige cliché van luie dichters die rond het middaguur hun bed uitrollen en ’s nachts bij kaarslicht lallend achter de schrijftafel zitten, dáár moeten we vanaf, vindt hij. Maar, zegt hij over de nacht: „Ik kan niet ontkennen dat ik dan het meest gedreven schrijf. Dan ben ik het meest bezield. En dat is ook het moment waarop ik er het meest in geloof.”

Als Wigman ’s ochtends een gedicht bekijkt, glijden de zinnen langs hem heen. Al zou hij zo’n gedicht nooit midden in de nacht naar een tijdschrift sturen. De dagen zijn er voor Wigman om te corrigeren. „Je moet er in alle nuchterheid nog eens naar kijken. Dan zie je waar je ’s nachts te ver bent gegaan. Waar het te vet is.”

Wigman werkt al jaren in de nacht. Op werkdagen vertrekt hij zo rond een uur of vijf richting zijn zolderkamer op de Amsterdamse Churchill-laan. Onder het dakraam schrijft hij tot een uur of vier in de morgen. Een enkele keer ziet Wigman het dag worden. „Ik hou niet van inslapen, dat vind ik soms eng.”

Menno Wigman is niet de enige die ’s nachts werkt. Wanneer jij ’s avonds de dekens over je hoofd trekt, maken duizenden mensen zich op voor de nacht.

Zij graven en asfalteren.

Zij bakken brood.

Zij sorteren post en vervoeren vracht.

Zij gipsen verse botbreuken.

Sommige mensen werken ’s nachts zoals de dichter, omdat ze dan op hun best zijn. Omdat ze dat zelf zo willen. De meesten werken ’s nachts omdat het moet.

Marcel Bouw (43) is voorman bij BAM Infratechniek Mobiliteit. Het bedrijf zorgt voor verlichting langs wegen, voor camera’s, detectielussen, signaleringsborden – kortom „alles wat elektrisch is rond de weg”. Voor dat werk moeten rijstroken dicht en daarom wil de overheid dat Marcel Bouw en zijn team ’s nachts werken. Dan hebben zo min mogelijk automobilisten er last van. Om dat te stimuleren, kost het BAM overdag 25.000 euro per uur om één rijstrook dicht te gooien. ’s Nachts betalen ze aanzienlijk minder: 500 euro per uur. „Terwijl overdag werken voor ons eigenlijk effectiever is”, zegt Bouw. Dan zijn er geen lampen nodig.

En belangrijker nog: overdag is het veiliger op de weg. Automobilisten vallen wel eens in slaap achter het stuur – of zakken even weg. Vorig jaar werden er dertig pijlwagens (die een afzetting markeren) aan stukken gereden.

Bovendien zijn automobilisten ’s nachts ongeduldiger. „Ze willen naar huis. Slapen, géén file.” Marcel Bouw krijgt beduidend meer narigheid naar zijn hoofd. „Iedere nacht is er wel iets.”

Scheldpartijen. Toeteren. Middelvingers. Appels.

Soms gaan automobilisten zelfs met elkáár op de vuist. Bouw: „De nacht doet wat met mensen. De lontjes zijn korter.”

En niet alleen de weg is anders in de nacht. Ook in het ziekenhuis is er verschil. Netty Kwaytaal (54) werkt als verpleegkundige in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Zij werkt gemiddeld zes nachten per maand. Als anesthesieverpleegkundige in de operatiekamer of als verpleegkundige op de Spoedeisende Hulp. ’s Nachts krijgt zij vaak andere gevallen dan overdag. Meer ongelukken, meer pogingen tot zelfmoord en meer mishandeling. „Het publiek is anders. Ze komen ook wat vaker uit het café.”

Net zo fit als overdag

Het werk verandert dus. Maar de werkende mens zelf, doet die het eigenlijk net zo goed als overdag?

Ja, zeggen de nachtwerkers. Zij voelen zich net zo fit als overdag. Dichter Menno Wigman kan zich naar eigen zeggen zelfs beter concentreren in de nacht.

Nee, zeggen de deskundigen. Mensen zijn niet gemaakt om ’s nachts te werken. Tenminste: de meeste mensen niet. Uit onderzoek blijkt dat als je mensen ’s nachts een simpele taak laat uitvoeren, een knop laat indrukken wanneer er een lampje gaat branden, dat ze dat trager doen dan overdag. En het vervelende is dat ze dat zelf niet doorhebben. „Je overschat jezelf”, zegt Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Kerkhof: „Je neemt ’s nachts grotere risico’s en maakt sneller fouten.” Bovendien ben je onder invloed van slaaptekort minder flexibel, zegt hij. Je hebt meer moeite om nieuwe informatie op te nemen. En dan zijn er ook nog allerlei hormonen die sterker op stressoren reageren dan overdag. Cortisol bijvoorbeeld. Kerkhof: „’s Nachts ben je stressgevoeliger.”

Netty Kwaytaal herkent dat laatste. Zij is sneller geëmotioneerd. Een reanimatie bijvoorbeeld raakt altijd, zegt ze. „Maar ’s nachts méér dan overdag.” Ze herinnert zich nog een man die jaren geleden werd binnengebracht. Hij kwam van de Chinees. Hij haalde het niet. „Iemand wordt letterlijk uit het leven gerukt”, zegt ze. „Dan sta je daar, met dat warme bakje Chinees. Dat laat me niet meer los.”

Hoe kan het dat iemand ’s nachts anders functioneert dan overdag? Hoogleraar psychofysiologie Kerkhof legt uit dat dat te maken heeft met je biologische klok. Die klok zorgt ervoor dat je overdag wakker bent en ’s nachts slaperig. En die klok heeft daglicht nodig om gelijk te blijven lopen. Kerkhof: „Slaap je overdag, dan loopt die klok uit de pas.”

En dat heeft gevolgen voor je functioneren. Allerlei processen in je lichaam worden door je biologische klok aangestuurd. Die zorgt ervoor dat we alert zijn, dat ons denkvermogen optimaal functioneert, dat ons hormoonniveau dusdanig is dat we overdag over maximale energie kunnen beschikken. ’s Nachts, tijdens je slaap, worden bijvoorbeeld eiwitten aangevuld, het afweerapparaat kan zijn werk doen.

Wanneer je je niet aan het natuurlijke dag- en nachtritme houdt, zegt Kerkhof, dan raken die processen verstoord.

En niet alleen functioneer je dan minder optimaal: het kan ook ongezond zijn. Wie veel ’s nachts werkt, heeft verhoogde kans op obesitas, op maag- en darmproblemen, op een verstoorde hartfunctie, op te laag cholesterol, op een te hoge bloeddruk.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zegt Hans Hamburger, neuroloog en slaapdeskundige van het WaakSlaapCentrum in het Slotervaartziekenhuis. Genoeg onderzoek waaruit blijkt dat er grotere kans is op ongelukken als mensen werken op tijden waarop ze normaal slapen, zegt hij. Maar er zijn wel degelijk mensen die geschikter zijn voor nachtwerk dan anderen. Mensen die van nature avondmensen zijn of met minder slaap toekunnen.

Neem avondmens Menno Wigman. Kan het dat hij ’s nachts creatiever is? Misschien wel, denkt Gerard Kerkhof. Het kan volgens hem helpen als je tijdens je werk een beetje slaapt. Wanneer je wegsukkelt – in je remslaap – denk je minder gecontroleerd. „De hersenen raken ontremd”, zegt Kerkhof. „Dat zou best iets creatiefs kunnen opleveren.”

Geen telefoon, geen e-mail

De drie geïnterviewde nachtwerkers zien nog veel meer voordelen aan werken in de nacht.

Alle drie vinden ze de stilte een uitkomst. Er gaat geen telefoon, er is geen Facebook, geen vergadering en geen e-mail. Je kunt je volledig op je werk concentreren. Dat werk is bovendien leuker, spannender en verantwoordelijker. Zeker voor de verpleegkundige en de wegwerker.

Verpleegkundige Kwaytaal: „’s Nachts heb je de acute gevallen, dan moet je snel handelen. En soms improviseren. Ik voel me eigen baas.”

Voorman Marcel Bouw: „’s Nachts gebeurt het hier. Dat wat je overdag bedenkt, breng je ’s nachts in uitvoering.”

Beiden zien de saamhorigheid groeien in de nacht. Bouw praat op de weg meer met zijn collega’s. Omdat je minder ziet, moet je meer communiceren. Dat zorgt voor een goede sfeer. „We lachen meer.” Kwaytaal: „Je bent meer op elkaar aangewezen. En je hebt ook meer voor elkaar over. Samen de schouders eronder.” De nacht, zeggen ze beiden, is goed voor het groepsgevoel.

De geïnterviewden slapen goed overdag, een vereiste om het vol te houden. Kwaytaal: „Het gekke is: hoe ouder ik word, hoe beter ik ertegen kan.” Stoppen doet ze niet, ook al mag dat wel als ze straks 55 is. „Ik vind het lekkerder om rustig op te starten dan ’s ochtends vanuit mijn bed het ziekenhuis in te hollen.”

Het enige grote nadeel aan werken in de nacht: je sociale leven. Kwaytaal werkte vroeger zeven nachten achtereen. „Dan ben je afgesloten van de wereld. Geen krant, geen tv. Alleen jij en je werk.” Ook Wigman ziet dat nadeel. Zijn vorige relatie liep stuk door „dat gedonder in de nacht”.

En toch kiest Wigman voor de nacht. Wigman: „Ik weet van Esther Gerritsen (schrijfster, red.) dat zij altijd ’s ochtends schreef, maar door haar scheiding nu ook wel eens ’s nachts werkt. Zij zegt dat ze veel wilder schrijft. Met veel meer expliciet seksuele passages. Misschien dat je meer lef krijgt als je ’s nachts schrijft?”

Zou hij overdag gaan schrijven, dan zou Wigman een andere dichter zijn. Met wat zonniger poëzie. „En ook wat laffer, wat gewoner.”