Verstandig ouderschap

In onze tijd is ouderschap – of het uitblijven ervan – niet vanzelfsprekend. Sinds de beschikbaarheid van de pil vanaf de adolescentie, maken vrouwen, althans in rijke landen en in de middenklassen, nu bijna altijd een bewuste keuze voor een kind. Maar met die keuzemogelijkheden komen de problemen. Enerzijds stellen vrouwen hun zwangerschap vaker uit, en met uitstel komt soms afstel en ontstaan soms complicaties, alleen al door het aantal meerlingen.

Anderzijds lijkt, met de toename van de medische mogelijkheden, de acceptatie van kinderloosheid af te nemen. Medisch ondersteunde zwangerschappen groeien navenant, maar ook deze hebben zelden de eenvoud van een spontane zwangerschap. Vruchtbaarheidsklinieken treden al vroeg in actie om potentieel kinderloze stellen de kans te geven om toch een kind te krijgen. Vrouwen die geen partner hebben en bang zijn die niet vroeg te vinden, kunnen hun eicellen in laten vriezen om alsnog de kans op zwangerschap te vergroten. Ook zijn er vrouwen die wel vruchtbaar zijn, maar geen man willen en dus kiezen voor in vitrobevruchting. Daarnaast is er een kleine groep mannen die door ziekte, zoals teelbalkanker, in vitrotechnieken nodig hebben. Hoe dankbaar men ook kan zijn voor de medische vooruitgang, keuzevrijheid en hoge verwachtingen vormen een extra belasting.

In het geval van een sterke, onvervulde kinderwens, zoals dat heet, is adoptie een uitkomst. Pleegouderschap voelt vermoedelijk voor veel ouders toch als een tweede keuze. Niettemin, ervaringen uit de VS suggereren dat het opgroeien in pleeggezinnen verreweg te verkiezen is boven tehuizen waar psychische schade en onvoldoende opleiding de kans op criminaliteit vergroten. Maatschappelijk gezien is pleegouderschap van groter belang dan adoptie. Maar ook adoptie is niet meer vanzelfsprekend. Met het teruglopende geboortecijfer en de lage sterftekans is het aantal weeskinderen in Nederland uiterst beperkt. Het toenemend aantal scheidingen leidt wel tot steeds meer stiefouderadopties, dus van kinderen van de partner door de andere partner. Een per definitie onvervulde kinderwens kan ook bestaan bij homoseksuele mannen. Voor hen is alleen de weg naar de adoptie of pleegouderschap open, al of niet van een kind waarvan zij de vader zijn.

Tegenwoordig zijn bijna alle geadopteerde kinderen in Nederland afkomstig uit arme landen, met name uit China. Adoptie is een lucratieve markt waar de vraag verre het aanbod overstijgt. Aspirant-ouders verlangen niet zomaar naar een kind, maar naar een gezonde, jonge en liefst aantrekkelijke baby. Met de grote vraag naar dit type kinderen groeit het risico op malversaties en fraude, wat blijkt uit schrijnende gevallen van kinderroof en verkoop van kinderen door de biologische ouders. Het adopteren van een gehandicapt kind, uit idealistische motieven, dat ik me van een jaar of twintig geleden wel herinner uit mijn eigen vriendenkring, speelt nauwelijks meer een rol. Hoewel humanitaire motieven kunnen tellen, gaat het nu toch in eerste instantie om het adopteren van een kind als vervolmaking van een relatie. Voor een succesvolle carrièrevrouw kan een kind zelfs een bekroning zijn van een veelzijdig leven. Dat het opvangen van kinderen echter het allerbeste kan gebeuren in het land en milieu van herkomst, zoals de Verenigde Naties bevestigen, maakt adoptie van buitenlandse kinderen tot een dilemma.

Het aantal adopties daalt nu snel, en komt mogelijk in de toekomst op nul uit, met uitzondering van ernstige medische gevallen die in het land van herkomst worden verstoten of niet geholpen kunnen worden. In arme landen wordt het adopteren van kinderen door buitenlanders steeds meer met argusogen bekeken en ontstaat twijfel over de legitimiteit van adoptie. Waarom moeten ‘onze’ kinderen ‘weggevoerd’ worden? Om in een ander, mogelijk goddeloos land opgevoed te worden zonder enige erkenning van hun afkomst?

Het geval Yunus illustreert niet alleen de afkeer van homoseksuele, niet-islamitische adoptie- of pleegouders, maar ook een vorm van verzet tegen wat wordt ervaren als een nieuwe vorm van neokolonialisme. Wellicht ten overvloede, maar uit ieder onderzoek blijkt dat er geen enkele basis is voor het vooroordeel dat kinderen van homoseksuele ouders, mannen of vrouwen, afwijken van andere kinderen. De wetenschappelijke onderbouwing is zo sterk dat zij in verschillende staten van de VS (waar de adoptiewetgeving per staat kan verschillen) als bewijs wordt gebruikt in het toewijzen van kinderen.

Niet alleen het aantal adoptiekinderen neemt af, de groei van het aantal kinderen in de hele wereld neemt af. Hoewel de wereldbevolking zeker nog tot in de tweede helft van deze eeuw blijft stijgen, ligt de piek in de toename van de bevolkingsgroei al meer dan een decennium achter ons. Het mechanisme is bekend: geef vrouwen een opleiding, verbeter de hygiëne en het kindertal daalt drastisch. Alleen in Afrika zijn er nog geïsoleerde gebieden waar vrouwen meer dan vier kinderen krijgen. Ondertussen neemt de vergrijzing toe. Dit betekent dat kinderen relatief en absoluut steeds schaarser zullen worden. Het is niet denkbeeldig dat het ouderschap straks veelvormiger wordt, met meerdere verantwoordelijke volwassenen uit verschillende leeftijdsklassen die samen voor kinderen zorgen.

Louise O. Fresco is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, bestuurder en schrijfster. Zie ook louiseofresco.com.