'Terminator' bij het Strafhof

De Congolese krijgsheer Bosco Ntaganda werd gisteren voorgeleid voor de rechter. Hij was timide en moest wennen aan de formele sfeer in het hof.

Daar zat The Terminator dan, gisteren in de beklaagdenbank van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Bosco Ntaganda deed echter in niets denken aan de Congolese krijgsheer die zijn bijnaam te danken heeft aan de meedogenloosheid waarmee hij Oost-Congo terroriseerde. Er zat een timide man, gestoken in een zwart pak met donkerblauwe das, die ongemakkelijk op zijn onderlip zoog en met zachte stem antwoord gaf op vragen van de rechter.

Het was ook nogal een overgang. Een paar weken geleden voerde Ntaganda nog bevel over een paar honderd rebellen in de jungle van Noord-Kivu, een Congolese regio aan de grens met Rwanda. Jarenlang was hij gewend dat er naar zijn bevelen werd geluisterd. Nu bevond hij zich ineens in de formele omgeving van een internationaal tribunaal. En moest hij doen wat er werd gezegd.

Waarom Ntaganda vorige week op klaarlichte dag ineens de Amerikaanse ambassade in Rwanda binnen wandelde en vroeg te worden uitgeleverd aan het Strafhof, is onderwerp van veel speculatie. Vrijdag werd hij op het vliegtuig naar Rotterdam gezet, vanwaar hij naar het detentiecentrum in Scheveningen werd gebracht. Zijn oude strijdmakker Thomas Lubanga zit daar ook vast, in afwachting van zijn hoger beroep. Hij werd vorig jaar door het Strafhof veroordeeld tot 14 jaar celstraf.

De zitting van gisteren was alleen bedoeld om Ntaganda op de hoogte te stellen van de aanklachten en zijn rechten als verdachte. „Ik ben op de hoogte gesteld van deze misdaden, maar ik ben onschuldig”, zei Ntaganda, niet gewend aan de procedures. Zijn advocaat zei dat hij een verzoek zal indienen om hem vrij te laten tot het inhoudelijke begin van de zaak op 23 september.

De aanklagers zeggen dat Ntaganda als commandant van de rebellengroep UPC tussen 2002 en 2003 oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid heeft gepleegd, waaronder moord, verkrachting en de inzet van kindsoldaten. Onder leiding van Lubanga begon de UPC een brute strijd voor de dominantie van de Hema-stam in de regio Ituri, waarbij honderden doden vielen.

Nadat in 2006 de eerste aanklacht tegen hem was uitgevaardigd, groeide Ntaganda uit tot het symbool van straffeloosheid in Congo. Hij speelde tennis en dineerde in de beste restaurants in de stad Goma, zonder angst te worden opgepakt.

Human Rights Watch noemde Ntaganda’s voorgeleide voor de rechter een belangrijk moment voor de slachtoffers. „Maar als het Strafhof wil bijdragen aan het doorbreken van de cyclus van misdaden in Congo, zal het verder moeten gaan dan lokale krijgsheren, en de hoge functionarissen die hen steunen moeten vervolgen”, zei Geraldine Mattioli-Zeltner, directeur internationaal recht van Human Rights Watch.