Sociaal overleg remt bezuinigingsplannen

Wetten en bezuinigingen lopen vertraging op omdat heel Den Haag zit te wachten op het sociaal akkoord dat nog maar niet wil vlotten.

Het kabinet zit weer gevangen. De coalitie van VVD en PvdA wil haast maken. De wetgeving die nodig is voor de grote hervormingen en bezuinigingen moet dit jaar al door beide Kamers van de Staten-Generaal, zo staat in het regeerakkoord. Niet voor niets, de eerste bezuinigingen staan al voor 2014 ingeboekt.

Aan de andere kant is er dat sociale overleg, dat tijd vraagt. En dat overleg tussen werkgevers en vakbonden móét lukken, niet ’t minst omdat de kans op steun van oppositiepartijen in de Eerste Kamer voor het kabinetsbeleid dan veel groter wordt. VVD en PvdA hebben daar geen meerderheid.

Gisteren liet premier Mark Rutte tijdens het wekelijkse vragenuurtje daarom weer een deadline vallen. Als vakbonden en werkgevers voor 1 april geen sociaal akkoord zouden presenteren, was het kabinet tot gisteren van plan zelfstandig wetgeving in te dienen op de terreinen waarover het sociaal overleg spreekt zoals de arbeidsmarkt en de langdurige zorg.

Maar gisteren lieten vakbonden en werkgevers weten dat ze pas „in de loop van april” een akkoord verwachten. En het kabinet heeft besloten te wachten. Rutte: „Mijn indruk is dat het overleg voldoende vooruitzichten heeft om erop te vertrouwen dat er over enkele weken wél zicht is op een breed gedeelde agenda.” Anders gezegd: het kabinet is bereid te wachten, als dat betekent dat het zo gehoopte sociaal akkoord er komt.

Lukt het de coalitie van VVD en PvdA zo nog wel om voor het einde van dit jaar álle bezuinigingswetgeving door Tweede én Eerste Kamer te loodsen, wilde D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold weten.

Rutte, altijd optimistisch, dacht van wel. Vooral omdat er op de ministeries hard wordt doorgewerkt aan wetgeving waarop het kabinet in het slechtste geval kan terugvallen, „zodat er geen vertragingen optreden”.

Maar anderen rond het Binnenhof hebben daar grote twijfels over. Kijk maar naar de normale gang van zaken bij wetsvoorstellen, zeggen ze. De kans is klein dat de Tweede Kamer al voor de zomer de grote hervormingsvoorstellen behandelt. En een wetsvoorstel dat pas in het najaar naar de Tweede Kamer gaat, haalt de Eerste Kamer meestal niet voor het einde van het jaar. Zeker niet als het gaat om de complexe stelselwijzigingen, die zorgen voor wijzigingen in veel andere wetten, en waarvan de invloed zich over heel Nederland uitstrekt.

Het is een realiteit die Kamerleden van VVD en PvdA in achtergrondgesprekken erkennen, maar niet openlijk willen uitspreken.

Als, zoals nu te verwachten valt, de Tweede Kamer pas na de zomer serieus over de grote hervormingsvoorstellen gaat praten, stapelen de problemen zich op. Allereerst vanwege de agenda. In het najaar debatteert de Tweede Kamer ook over alle ministeriële begrotingen, en Kamerleden kunnen maar op één plek tegelijk zijn.

Dan zijn er nog politieke ontwikkelingen die de zaak complex maken: in maart 2014 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Op het Binnenhof verwacht men dat oppositiepartijen in campagnetijd nog minder geneigd zullen zijn het kabinet te helpen aan meerderheden. Dat zou in het slechtste geval kunnen betekenen dat de behandeling in de senaat pas na maart 2014 vaart krijgt.

Uitsluiten dat het in 2014 allemaal lukt, durft niemand. „Onder druk wordt alles vloeibaar”, zoals mensen op het Binnenhof graag zeggen. Probleem is hier dat alleen de coalitie belang heeft bij haast, maar niet de macht heeft haast te maken.

Er zijn theoretisch mogelijkheden voor VVD en PvdA om de wetgevingsprocedures in de Tweede Kamer te versnellen. Zo kunnen zij hoorzittingen blokkeren, of de tijd beperken die Tweede Kamerleden hebben om schriftelijke vragen over de voorstellen aan de minister te stellen.

Maar dat soort powerplay is uiteindelijk vooral schadelijk. Oppositiepartijen zoals D66, ChristenUnie en het CDA hebben al laten weten dat ze de ingrijpende bezuinigingen in alle rust willen beoordelen. En voor dit kabinet geldt: de wil van de oppositie is (bijna) wet.