SCP: arme 65-plusser komt bijna niet voor

De stereotype ‘arme oudere’ komt in Nederland nauwelijks meer voor. Dat schrijven onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week in TPEdigitaal, een wetenschappelijk tijdschrift voor economische theorie en beleid. In 2010 – het laatste jaar met definitieve cijfers – waren er ongeveer 59.000 arme 65-plussers (2,3 procent). De groep arme tweeverdieners telde dat jaar 96.000 mensen en de groep armen met een WW- of bijstandsuitkering 126.000.

Het SCP hanteert een eigen definitie van het begrip ‘armoedegrens’. Criteria zijn dat iemand voldoende geld moet hebben om een zelfstandige huishouding te kunnen voeren en in staat is tot ‘minimale sociale participatie’, zoals bezoek ontvangen, sport beoefenen en op vakantie gaan. Volgens deze criteria stelt het SCP de armoedegrens op een besteedbaar inkomen van 1.022 euro voor een alleenstaande en op 1.400 euro voor een stel zonder kinderen. Voor een eenoudergezin met twee kinderen ligt de grens bij een inkomen van 1.540 euro, voor een stel met twee kinderen bij 1.920 euro.

Uit een analyse van armoede tussen 1985 en 2010 concluderen de SCP’ers dat armoede onder gepensioneerden ook in 1985 al weinig voorkwam en de afgelopen 25 jaar verder daalde. Dat komt volgens hen doordat de kale AOW-uitkering sterker steeg dan de bijstandsnorm en doordat de aanvullende pensioenen tot voor kort steeds hoger werden.

Sinds 2008 nam het aantal armen in Nederland met ongeveer 317.000 mensen toe. Het percentage steeg van 5,6 procent in 2008 tot 7,1 procent in 2011. In totaal betreft dat 1,1 miljoen mensen in ongeveer 520.000 huishoudens. Ongeveer eenderde van deze groep verkeerde volgens de onderzoekers ten minste drie jaar onafgebroken in armoede.

Voor 2012 en 2013 verwachten de onderzoekers een toename van de armoede tot 7,6 procent van de bevolking. Het percentage was na 1985 het hoogst in 1994 (8,3 procent).