Rusland kritisch over zetel Syrische oppositie bij top Arabische Liga

Rusland heeft vandaag de Arabische Liga bekritiseerd, omdat deze bij een top in Qatar een zetel gaf aan de afgevaardigde van de Syrische oppositie. Die plek werd eerder bezet door iemand van de Syrische regering.

Aftredend leider van de Syrische Nationale Coalitie tijdens de top van de Arabische Liga gisteren. Foto AFP/ HO

Rusland heeft vandaag de Arabische Liga bekritiseerd, omdat deze bij een top in Qatar een zetel gaf aan een afgevaardigde van de Syrische oppositie. Die plek werd eerder bezet door de Syrische regering.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken noemde het weggeven van de zetel in een statement vandaag “een nieuwe anti-Syrië-maatregel”, meldt persbureau Reuters.

“De ontwikkelingen bij de top van Arabische Liga en de genomen beslissingen, ook al zijn er bezwaren van andere lidstaten, veroorzaken op zijn zachtst gezegd verbijstering. (…) Dit gaat om het openlijk aanmoedingen van juist díe machten, die nog steeds gokken op een militaire oplossing in Syrië.”

Gisteren nam Moaz Al-Khatib plaats namens de Syrische Nationale Coalitie (SNC), waarin de oppositie tegen het regime van president Assad is verenigd. Dat is al opmerkelijk, aangezien hij dit weekend opstapte. De zetel werd begin deze maand in Kairo door de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken gegeven aan de SNC.

Vandaag ook eerste ambassade van de Syrische oppositie geopend

De SNC opende vandaag ook haar eerste ambassade, in Doha, de stad in Qatar waar ook de top van de Arabische Liga plaatsvindt. De ambassade was vacant, nadat hij eerder toebehoorde aan de Syrische regering. Het is volgens onze Midden-Oostendeskundige Carolien Roelants een logisch gevolg van de erkenning van de oppositie als enige vertegenwoordiger van het land:

“Het is ook niet verwonderlijk dat de eerste ambassade in Qatar is gekomen. Dat land is al tijden de drijvende kracht achter de oppositie. Nu zullen andere landen uit de Arabische Liga, wier leden de SNC al hebben erkend, ook gaan volgen. Er zijn echter ook tegenstanders; in landen als Irak, Libanon en Libië zullen de ambassades niet van de oppositie worden. Het Westen zal hier voorlopig ook nog niet aan beginnen.”