'Paniek op de beurzen? Niet gezien'

Na een bewogen weekend als voorzitter van de eurogroep gaf minister Dijsselbloem uitleg in een kritische Tweede Kamer, die de Cyprus-deal steunt.

Terugkijkend op zijn dolle Cypriotische dagen heeft minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) geen enkel moment het idee gehad dat hij tekort is geschoten. Alle kritiek en verwijten uit de financiële wereld, uit Brussel of uit zijn eigen Nederland ten spijt.

Sterker nog, de voorzitter van de eurogroep die de afgelopen tien dagen een centrale rol speelde bij de redding van het Cypriotische financiële systeem, vond alle kritiek overdreven. „Paniek op de beurzen? Ik heb het niet gezien”, zei Dijsselbloem gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer. Er zijn geen bankruns geweest, zei de minister, evenmin zijn de markten onrustig gebleven. „Ik wil de enorme storm van verontwaardiging dan ook graag relativeren.”

Dijsselbloem zou een onervaren, onhandige voorzitter van de eurogroep zijn en bovendien een loopjongen van de Duitse minister van Financiën Schäuble – dat was de kritiek die de de internationale media de afgelopen dagen spuiden. De Nederlandse bewindsman zei na de Cyprus-deal dat bij de redding van banken voortaan eerst naar aandeelhouders, obligatiehouders en mogelijk zelfs grote spaarders wordt gekeken, voordat een beroep op de belastingbetaler wordt gedaan. Als minister hintte hij daar al op aan de vooravond van de nationalisatie van SNS Bank, eerder dit jaar. Maar als voorzitter van de eurogroep heeft zo’n mededeling een veel grotere impact.

De Cyprus-crisis was de eerste grote testcase voor Jeroen Dijsselbloem sinds hij op 21 januari gekozen werd als voorzitter van de eurogroep. Makkelijk heeft hij het zichzelf niet gemaakt. Bij zijn aantreden koos hij ervoor al zijn verantwoordelijkheden als minister van Financiën te blijven uitvoeren. Behalve de Nederlandse stoel bij de eurogroep delegeerde hij geen enkele taak aan zijn staatssecretaris, de VVD’er Weekers.

Het gevolg is dat Dijsselbloem tijdens de Cypriotische crisisweek een welhaast onmenselijk schema draaide. Op zondag twintig uur non-stop vergaderen in Brussel met de andere hoofdrolspelers in Europa. Op maandag veertien uur aan het uitleggen hoe de Cyprus-deal in elkaar stak en – na zijn veelbesproken opmerkingen tegen Reuters en de Financial Times – of hij nou gesproken had over een ‘blauwdruk’ of niet. (Uit het transcript bleek van niet.) En op dinsdag vijftien uur bezig in Den Haag: op zijn ministerie, op televisie en in de Tweede Kamer.

Op zulke dagen moet Dijsselbloem op drie borden tegelijk schaken. Hij heeft te maken met de Brusselse werkelijkheid, waar hij met afstand de minst ervaren speler is. Hij heeft te maken met de nationale politiek, waar de oppositie hem kan afrekenen op uitglijders. En hij heeft te maken met de financiële wereld, die op elk woord heftig kan reageren.

Tijdens het debat van gisteravond kwam Dijsselbloem niet in problemen. Hij legde geduldig uit dat Brussel „eerlijk” en „open” moet uitleggen „waar het mee bezig is”. Natuurlijk, er was kritiek van de oppositie op de manier waarop hij de Cyprus-deal had uitgelegd. „De voorganger van de minister zei: als voorzitter van de eurogroep is het af en toe verstandig om even te zwijgen”, haalde Wouter Koolmees (D66) Jean-Claude Juncker aan. Maar zijn partij steunde de oplossing voor Cyprus wel – net als een groot deel van de Kamer. Alleen SP en PVV toonden zich erg kritisch over het reddingsplan zelf.

Dijsselbloems partijgenoot Henk Nijboer had de Financial Times meegenomen om te laten zien hoe prominent de minister in de kolommen stond. „Als je die koppen goed leest, dan denk je: wat staat er nu eigenlijk? Voortaan komen de private risico’s niet meer terecht bij de overheid, maar bij investeerders.” Juist rond Cyprus, waar naar verluidt veel Russisch zwart geld is gestald, heeft de Kamer Dijsselbloem steeds gemaand extra voorzichtig te zijn met het geld van de belastingbetaler.

Achteraf gezien, zo gaf Dijsselbloem toe, was het beter geweest om direct duidelijk te maken dat het depositogarantiestelsel – waarin spaartegoeden tot 100.000 euro zijn gegarandeerd – nooit in het geding was. Die indruk ontstond vorige week toen in het eerste – niet uitgevoerde – plan sprake was van eenmalige heffing voor de kleinere spaarder (tot 100.000 euro) . „Met de wijsheid achteraf hadden we dat direct moeten zeggen.”

Dijsselbloem sprak de verwijten van met name Koolmees en Eddy van Hijum (CDA) tegen dat hij te openhartig is geweest. Was het echt nodig geweest zoveel interviews te geven? Ja, zei de minister, om uit te leggen welke keuzes zijn gemaakt. „Ik moet die als eurogroepvoorzitter uitleggen, maar ik praat niet alleen tegen financiële markten, ik praat primair tegen de bevolking van Europa.”