Klassieke muziek? Dat is heel verdacht

Jean-Louis Trintignant in Amour

Wanneer in een film een personage opduikt met een grote liefde voor klassieke muziek, dan is de kans groot dat de kijker oog in oog staat met a) een bejaarde, of in ieder geval iemand van een zekere leeftijd b) een psychopaat of c) een vampier.

Misschien is het de associatie van eeuwigheid, of tenminste langdurigheid, die voor de intieme band heeft gezorgd tussen de vampier en klassieke muziek. Zo speelde de vampier van Tom Cruise in Interview with the Vampire een niet onverdienstelijk stukje Haydn op de piano. De jonge actrice Saoirse Ronan haalde vorig jaar het shownieuws door geen genoegen te nemen met doen alsof, maar in twaalf weken een vroege pianosonate van Beethoven daadwerkelijk te leren spelen voor haar rol in Neil Jordans Byzantine. Ze speelt in die film – uiteraard – een vampier.

Klassieke muziek, dat staat in veel populaire films voor ingewikkeld, emotioneel geremd, en een zekere mate van snobisme. Enig wantrouwen is op zijn plaats, als iemand van ‘moeilijke’ muziek houdt. Heel vaak is klassiek de muziek van de slechteriken – van de stalkende minnares Glenn Close in Fatal Attraction, die een passie had voor Madama Butterfly van Puccini, tot de intense liefde van kannibaal Hannibal Lecter voor de Bachs Goldbergvariaties in The Silence of the Lambs.

Ook in serieus drama zoals Shame van de Britse regisseur Steve McQueen heeft Bach een zekere sinistere bijklank. De seksverslaafde, emotioneel volledig geblokkeerde Brandon luistert naar Bach in de film, weer die Goldbergvariaties, terwijl zijn spontane en minder gesloten zusje disco uit de jaren zeventig opzet.

Klassieke muziek in film heeft ook nog wel associaties met kwaliteit en diepgang, maar diepgang die verdacht is. Dat is niet altijd zo geweest. Menig operaster had in de jaren veertig en vijftig een lucratieve nevencarrière in film. Klassieke musici waren helden die ook in de populaire cultuur als sterren werden vereerd. De legendarische heldentenor Lauritz Melchior dook met enige regelmaat op in nu vergeten melodrama’s als Thrill of a Romance en The Stars Are Singing. Operazangers waren onderwerp van prestigieuze biopics zoals The Great Caruso met Mario Lanza. De grote Poolse pianist (ex-premier) Ignacy Jan Paderewski was te zien als zichzelf in Moonlight Sonata (1947). Het nieuwe massamedium film was er niet op uit om de eerbiedwaardige hoge cultuur van de muziek te verdringen, maar probeerde daar juist aansluiting bij te vinden, in de hoop iets van het prestige van serieuze muziek te laten afstralen op nieuwe media zoals film, maar ook radio en televisie.

Inmiddels is ‘klassiek’ vooral synoniem aan ouderdom en de bijbehorende gebreken. In Amour van Michael Haneke worstelt het muzikale echtpaar Georges en Anne met dementie, ze proberen tegen de klippen op hun waardigheid te behouden. De klassieke muziek is symbolisch voor niet alleen ouderdom, maar ook voor waardigheid. Emotie moet gecontroleerd zijn, door techniek en distantie; wat romanschrijver Milan Kundera ooit omschreef als ‘de troost van de vorm’. Haneke is ook een te goede filmmaker om zijn film onder te dompelen in muziek. Die klinkt in zijn film slechts mondjesmaat. Amour laat zien wat er gebeurt als de muziek stopt.

Ook twee recente Amerikaanse films met ongeveer dezelfde titel leggen een direct verband tussen de ouderdom en klassieke muziek. In A Late Quartet dreigt een strijkkwartet uit elkaar te vallen als het oudste lid, een cellist gespeeld door Christopher Walken, de ziekte van Parkinson blijkt te hebben, en de interne spanningen in de groep bloot komen te liggen. En Quartet, de eerste film van Dustin Hoffman als regisseur, een film die de Nederlandse bioscopen nog niet heeft gehaald, gaat over een bejaardentehuis voor operazangers, waar een diva haar intrek neemt die nog een keer een grote uitvoering op touw wil zetten.

Veelzeggend genoeg klinkt er in A Late Quartet meer tamelijk anonieme filmmuziek van Angelo Badalamenti dan de daadwerkelijke klanken van Beethovens opus 131, het strijkkwartet dat in het verhaal weliswaar een grote rol speelt maar niet zo heel veel is te horen. Die muziek is kennelijk toch te vitaal en ongrijpbaar om zich te lenen voor ongecompliceerde weemoed over de dingen die voorbijgaan.