'Ik dacht: ik moet weer lopen'

Dennis van Esch (25) verloor in 2009 in Uruzgan zijn benen door een bermbom.

Dennis van Esch weet niets meer van de ontploffing die hem zijn beide benen kostte. „Ik kan alleen vertellen wat er is gebeurd, omdat ik het heb gehoord van mensen die erbij waren.”

Op 20 juni 2009 reed hij een patrouille in Uruzgan. Hij stond met zijn wapen in de aanslag in het luik van een pantservoertuig toen precies onder hem een bermbom afging. Hij werd vijftien meter door de lucht geslingerd en was meteen buiten westen. Zijn benen waren onherstelbaar beschadigd, zijn kaak gebroken, zijn nieren deden het niet meer en hij had een flinke hersenbeschadiging. Hij werd door defensie terug naar Nederland gevlogen, zodat zijn familie afscheid van hem kon nemen. Maar hij ontwaakte na tien weken in het militair hospitaal in Utrecht toch uit zijn coma – maar zonder benen.

„De bloedvaten in mijn benen waren in de lengte gespleten en onherstelbaar. Door ontstekingen moesten ze steeds meer weefsel van mijn benen afhalen.” Talloze operaties heeft hij ondergaan. De laatste was afgelopen zomer, om pinnen in zijn botten te zetten. Van Esch hoopt ooit op protheses te kunnen lopen, maar met stompjes van 14 en 16 centimeter kost dat bijzonder veel kracht. „In het begin dacht ik: ik moet weer kunnen lopen. Ik ben jong, sportief aangelegd en gedreven, het is niet de bedoeling dat ik de rest van mijn leven alleen in een rolstoel zit. Maar nu zou ik al tevreden zijn als ik binnenshuis zonder deze stoel zou kunnen.” Van Esch werkt nog steeds voor defensie, in de sportschool van de kazerne in Oirschot, waar hij zelf ook fitnesst en zwemt.

Psychische hulp heeft hij wel gekregen, maar daar had hij weinig aan. „Psychologen gaan er toch van uit dat je wel een probleem móét hebben.” Liever praat hij met lotgenoten, die hij een paar keer per jaar ontmoet via de vereniging De Gewonde Soldaat. Maar ook daarbuiten heeft hij over zijn verwondingen leren praten. „Dat moet wel, want mensen willen weten wat er met me is gebeurd en hoe het met me gaat. Voor jongens met wie er aan de buitenkant niets aan de hand is, is dat veel moeilijker en die krijgen vaak pas na hun uitzending last. De komende jaren zullen er nog veel meer psychisch gewonden komen.”