Hij werkt al, dus hij krijgt de baan

Werkloosheid // Werkgevers nemen het liefst mensen aan die al een baan hebben // Werklozen zijn minder aantrekkelijk // Maar nu het aantal werklozen blijft groeien, is die voorkeur niet vol te houden

Twee mannen solliciteren op dezelfde functie. Beide gesprekken verlopen uitstekend, de bekende ‘klik’ is er. Ook op papier doen ze niet voor elkaar onder, hun cv’s kunnen als vellen overtrekpapier op elkaar worden gelegd. Ze zijn even lang, hebben dezelfde kleur ogen en worden door dezelfde personen geïnterviewd. Er zijn kortom geen noemenswaardige verschillen, zelfs hun pakken lijken op elkaar en ze drinken allebei hun koffie zwart. Of nee, toch een verschil: één van de twee werkt momenteel op een vergelijkbare positie bij een ander bedrijf. De ander is, door een speling van het lot, zijn baan kwijtgeraakt en is nu werkloos.

Wie het wordt? Niet te zeggen?

Fout.

Dikke kans dat nummer één met een aanbod naar huis gaat – de man die al van werk is voorzien.

„Als je werkt, dan geef je het signaal af dat je productief bent en over de juiste capaciteiten en motivatie beschikt”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Universiteit van Tilburg. „Mensen handelen op basis van die signalen. Ze maken een sollicitant minder aantrekkelijk voor de arbeidsmarkt.”

Het effect treedt direct op. Hoe langer je werkloos bent, hoe sterker het wordt. „Als je zes maanden of langer zonder baan zit helemaal, dan is het ‘in-between jobs-argument’ helemaal weg.”

Het wordt de ‘signaaltheorie’ genoemd. Werkloosheid geeft een ander signaal af dan wél ‘gewoon’ een baan hebben. „Daar worden, bewust of onbewust, allerlei assumpties aan ontleend”, zegt Wilthagen. „De werkgever beschikt niet over alle informatie van sollicitanten, kan eigenlijk nooit precies weten wat iemand wel en niet kan. Dan zijn dit soort signalen doorslaggevend bij een besluit.”

Rook en vuur

„Het adagium in onze sector is altijd geweest: de beste kandidaat hééft al een baan”, zegt Peter Caljé, directeur van werving- en selectiebureau YER. „Dat zijn de mensen voor wie je je best moet doen. Die je moet losweken en verleiden.”

Het hebben van een baan geldt als referentie, een bevestiging dat iemand goed is – anderen schijnen dat immers ook te vinden. Toch komt de status ‘werkloos’ door de crisis langzaam in een ander licht te staan. Het aantal werklozen is sinds juni 2011 onafgebroken aan het stijgen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Een gevolg daarvan is dat het sociale stigma wordt verzacht: minder ‘waar rook is, is vuur’, en meer ‘het kan de beste overkomen’.

„Werkgevers begrijpen dat de oorzaken van werkloosheid economisch zijn, dus vaak buiten het individu liggen”, zegt arbeidspsycholoog Jolet Plomp. „Iedereen kent wel mensen die goed zijn in hun werk en toch zonder baan zitten. Werkloos solliciteren is nu veel minder ernstig dan vroeger, toen iedereen gemakkelijk een baan kon krijgen.”

De vraag is of dat zich inmiddels ook vertaalt naar de sollicitatieprocedure. Wilthagen heeft er zijn twijfels bij. Terug naar de twee kandidaten: „De ene is werkloos – dan kun je natuurlijk proberen uit te zoeken of daar een goede reden voor is en of hij er echt niets aan kan doen, maar feit blijft: de ander heeft blijkbaar wél zijn hoofd boven water weten te houden. Dan is die persoon toch echt aantrekkelijker. Je hebt twee identieke dossiers, maar degene die werkt zendt toch een beter signaal uit en heeft meer kans te worden aangenomen.” De crisis verandert daar volgens Wilthagen weinig aan. „Juist in deze economische situatie willen werkgevers geen risico’s nemen.”

Geen beweging in te krijgen

Die houding van werkgevers, bewust of onbewust, is niet vol te houden, zegt Peter Caljé van YER. „De kandidaat met baan is niet per definitie beter dan degene zonder baan. Wat je veel ziet, is dat mensen zonder baan komen te zitten omdat hun functie in zijn geheel wordt opgeheven. Denk aan filiaalmanagers bij banken die massaal online gaan.”

Wat er vervolgens gebeurt: als er een vacature moet worden vervuld, wordt eerst gekeken naar mensen met een vergelijkbare positie bij een ander bedrijf. Die hebben immers geen omscholing nodig. Werklozen vallen dan eerder buiten de boot. „Dat is waar ik mijn geld mee verdien: het in beweging krijgen van mensen die al op een goede andere plek zitten.”

Maar de arbeidsmobiliteit verkeert op dit moment op een dieptepunt, zegt Caljé, „een all time low”. Mensen zijn vaak allang blij dat ze iets hebben en switchen van baan voelt altijd als een risico. „Iemand met een vaste plek zal minder actief zijn ogen open houden voor een mogelijke nieuwe baan dan vroeger het geval was.”

Niet zo onzeker

Bedrijven zouden er goed aan doen verder te kijken dan het ‘werkloosheidsignaal’. Juist het aannemen van de werkloze kandidaat biedt voordelen. Die kan vaak veel sneller beginnen, zit niet verstrikt in andere arbeidsovereenkomsten en heeft geen gehannes met opzegtermijnen. Daarnaast is zijn onderhandelingspositie aanzienlijk minder sterk: er is geen andere werkgever die eerst overtroeft moet worden.

Maar het probleem ligt niet alleen bij de werkgevers die meer vertrouwen hebben in werkende kandidaten. „Een veel geniepiger factor is dat werkloos zijn je zelfvertrouwen aantast”, zegt arbeidspsycholoog Jolet Plomp. Juist goede werknemers die buiten hun schuld werkloos worden, zijn gefrustreerd. „Negatieve verwachtingen nemen alle vitaliteit weg uit het sollicitatiegedrag. Dat druppelt door in een defensieve toon: ook dat maakt je minder aantrekkelijk voor selecteurs.”