'Het leger zou daar nog heel veel goed werk kunnen doen'

Rob Bakker (34) reed in 2009 in Uruzgan op een bermbom.

Rob Bakker wilde er zelf vanaf, van zijn linkerbeen. „Het was ontelbaar keer gebroken en zo vergroeid dat ik er nooit meer op zou kunnen lopen. In het militair revalidatiecentrum in Doorn zag ik anderen rondstuiteren op hun protheses. Dat wilde ik ook. Toen ik zei, haal dat been er maar af, werd ik eerst doorverwezen naar de psycholoog.”

Maar hij hield vol – alles liever dan de rest van zijn leven in een rolstoel. Het been dat volledig verbrijzelde toen hij op 7 september 2009 in Uruzgan op een bermbom reed, werd onder zijn knie afgezet. „Bijltjesdag”, zegt hij lachend over die operatie.

Maar de wond ging ontsteken en een nieuwe amputatie dreigde. „Dat is het enige moment dat ik me écht zorgen heb gemaakt, want als je been boven de knie wordt afgezet, is lopen een stuk lastiger.” Laat staan de avonturen waar hij zich nu in stort. Bakker reist nog steeds naar onveilige verre landen en hij maakt duizelingwekkende parachutesprongen. „Ik kwam er laatst achter dat er één ding is wat ik niet meer kan: watertrappelen. Daarvoor heeft mijn ‘zwembeen’ niet genoeg weerstand in het water.”

Vlak voor het einde van de missie in Uruzgan keerde hij terug naar Afghanistan. Defensie organiseerde een ‘nabestaandenreis’ en hij ging mee als begeleider van de familie van Mark Leijsen, zijn collega van de luchtmobiele brigade die het ongeluk met de bermbom niet overleefde. Bakker is niet blij dat Nederland zich terugtrekt uit Afghanistan. „Het leger zou daar nog heel veel goed werk kunnen doen. Het was de bedoeling om daar een huis te bouwen, maar dat kost veel tijd. Wij hebben de muren neergezet, maar nu is duidelijk dat het dak nooit wordt afgebouwd.”