Een noodrem voor verontruste burgers

Het volk mag de overheid al adviseren. Maar nu ligt er ook een plan waarmee burgers wetten écht kunnen terugdraaien.

De Tweede Kamer spreekt vanavond opnieuw over het wetsvoorstel dat een correctief referendum mogelijk moet maken. De eer van het initiatief komt ditmaal toe aan PvdA’er Pierre Heijnen, Gerard Schouw (D66) en Linda Voortman (GroenLinks).

Sinds 2005 voerden al drie PvdA-parlementariërs het woord over dit beruchte initiatiefwetsvoorstel, zo lang ligt het al in de Kamer ter behandeling. Bij D66 waren het er twee, GroenLinks is zelfs toe aan de vierde woordvoerder. En de geschiedenis gaat verder terug: dit voorstel is zelfs opvolger van een plan dat in 1999 sneuvelde in de Eerste Kamer. VVD-senator Hans Wiegel weigerde toen het D66-plan voor een corrigerend referendum te steunen, en veroorzaakte zo een kabinetscrisis.

1Er is toch net een wet aangenomen over een referendum?

Ja, vorige maand ging de Tweede Kamer akkoord met een wet die regelt dat burgers een raadgevend referendum kunnen aanvragen. Als 300.000 mensen een referendum willen over een nieuwe wet, dan gebeurt dat. De uitkomst van zo’n referendum is een advies, het bindt het kabinet niet.

Het plan dat nu voorligt gaat verder: met een correctief referendum kan het volk een nieuwe wet écht verwerpen. Een noodrem voor burgers, noemt D66’er Schouw dat. De grotere impact vereist wijziging van de Grondwet, en dus duurt de behandeling van deze wet langer dan die van het raadgevend referendum.

2Wilders wil Nederland bij referendum uit de EU. Lukt dat?

Nee. Beide wetsvoorstellen zijn bedoeld voor nieuwe wetten, niet om bestaande terug te draaien. Bij het raadgevend referendum hebben burgers acht weken om met hun verzoek en 10.000 handtekeningen te komen. En, vult Schouw aan, het initiatief ligt expliciet bij burgers: „Het moet geen speeltje van politici worden.” Wel kunnen burgers zich uitspreken over nieuwe overdracht van soevereiniteit aan Brussel, want daar moet het parlement ook steeds opnieuw mee instemmen.

Overigens hebben de indieners van het wetsvoorstel voor het correctief referendum nog geen opkomstdrempel of minimumaantal handtekeningen bepaald. Dat soort voorwaarden willen ze in overleg met de Kamer vastleggen. Zo verwachten ze een grotere meerderheid te halen.

3Waarom volstaat een raadgevend referendum niet?

Voorstanders van correctieve volksraadpleging vinden dat ze volksvertegenwoordiging en kabinet moeten kunnen binden. Bij een raadgevend referendum blijft volgens hen altijd gedoe over de status: doet het er nou wel of niet toe wat burgers vinden? Tegenstanders van referenda vinden dat volksraadpleging hoe dan ook ingaat tegen het principe van de representatieve democratie. Burgers kiezen immers hun volksvertegenwoordiging al. Een correctief referendum zou dan een motie van wantrouwen betekenen.

4Haalt het voorstel dit keer wel een meerderheid?

In de eerste ronde lijkt het daar wel op. Een Kamermeerderheid van PvdA, PVV, SP, D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren is voor.

Voor de tweede ronde, nodig omdat de Grondwet gewijzigd moet worden, is de drempel hoger: honderd zetels, ofwel tweederde van de Kamers. Deze zes partijen zitten nu samen op 86 zetels.

Voor zo’n tweede ronde – per definitie in een volgende kabinetsperiode – is het afwachten hoe de stemverhoudingen dán zullen liggen. Niet voor niets lag het wetsvoorstel jaren op de plank. Onder het eerste kabinet-Rutte was er geen meerderheid voor. De VVD is tegen, net als het CDA. En Wilders’ PVV had er in de gedoogconstructie geen baat bij het voorstel te steunen.