De Correspondent van Rob Wijnberg

Om half 10 gisterenavond haalde De Correspondent de 15.000 leden – het aantal dat Rob Wijnberg, voormalig hoofdredacteur van nrc.next, nodig heeft om met zijn journalistieke platform te beginnen. De leden betaalden 60 euro of meer. In anderhalve week haalde Wijnberg ruim 1 miljoen euro op.

1 miljoen ophalen in ruim een week, hoe bijzonder is dat?

Bijzonder. Zeker voor een journalistiek initiatief. Er zijn andere successen op het gebied van crowdfunding, zoals het e-horloge Pebble, dat via de Amerikaanse website Kickstarter in ruim een maand 10 miljoen ophaalde. Het zijn vooral gadgets waarvoor het publiek zulke bedragen over heeft. Een miljoen euro voor een journalistiek product, waarvan bovendien nog geen prototype te zien is, is uniek.

Al zijn er ook journalistieke successen. De doelstellingen ervan lijken op die van De Correspondent. Matter haalde via Kickstarter het afgelopen jaar ruim 140.000 dollar op om ‘grote verhalen die nergens anders verteld worden’ te maken. En DecodeDC verzamelde ruim 100.000 dollar om ‘een ander soort verhalen’ over Washington te vertellen, „niet de paardenrace-verslaggeving van de verkiezingen, maar verhalen met diepgang over onderwerpen die er echt toe doen”.

Hoe is het succes van De Correspondent te verklaren?

De Correspondent noemt zichzelf wars van de waan van de dag, maar is niet te beroerd om zelf de waan van de week te zijn. Tien minuten in De Wereld Draait Door en een goede verkoop is verzekerd. Die kans kreeg Wijnberg en andere media volgden. De bekende namen die De Correspondent aan zich wist te binden, zijn hierbij heel handig gebleken, want over de inhoud kon het nog niet echt gaan.

„Je kunt er twee dingen van denken. Mijn analyse van hoe de media werken klopt. Of ik ben hypocriet”, zegt Wijnberg. De afgelopen dagen is hem die hypocrisie regelmatig verweten. „De bekende namen zijn een onontbeerlijk onderdeel geweest. Anders had ik nu op 3.000 enthousiaste intimi gezeten.” Maar 15.000 mensen komen niet alleen voor de bekende namen. De plannen zijn er ook naar. De redactie gaat onderzoeken en uitzoeken. Kijkt waar andere media niet kijken. Daar zitten veel mensen op te wachten. Anderen willen vooral dat het platform een goede kans krijgt. En wie wil er nou geen pionier zijn, zoals Wijnberg leden van het eerste uur noemt?

Wat gaan ze doen met het miljoen?

Femke Halsema schrijft een wekelijkse column, Jelle Brandt Corstius uitgebreide reportages. Ook Wijnberg zelf schrijft in ieder geval wekelijks. De verwachtingen zijn hoog. „Die probeer ik een beetje te temperen”, zegt Wijnberg. „Een miljoen lijkt veel, maar er gaan veel kosten gepaard met goede digitale functionaliteit en hele goede journalisten.” Dat de journalisten vooral bezig zullen zijn met onderzoeksjournalistiek is een verkeerd beeld. Ze gaan zeker op reportage en schrijven doorwrochte stukken, „maar het zal nog heel lang duren voordat wij een minister laten vallen. Het is niet voor niets dat alleen de meest ervaren journalisten van Nederland zich met zulke journalistiek bezighouden”.

Over een half jaar zal De Correspondent op de digitale deurmat vallen. Wijnberg gaat nu op zoek naar een redactie van acht à tien mensen. Hij heeft er al wat op het oog, „maar ik heb de afgelopen dagen ook ruim 700 sollicitaties ontvangen. Die ga ik allemaal lezen. En ik hoop dat er verrassende mensen tussen zitten die indruk maken”.

Hoe hecht wordt de samenwerking met De Groene Amsterdammer?

Vrij hecht. Er zal kruisbestuiving zijn, stukken uit De Groene zullen af en toe ook bij De Correspondent verschijnen. En Wijnberg sluit niet uit dat hij de journalisten die voor De Groene werken gaat bellen. Wel met zijn eigen vraag natuurlijk. Er is dus zeker geestverwantschap, maar een ‘Groene Light’ wil De Correspondent niet zijn.