Brieven & Tweets

‘Mama, waarom heb ik geen twee moeders?’

Herman Vuijsje maakt zich nodeloos zorgen over het ‘feminiene gezin’ (NRC Handelsblad, 23 maart). Onderzoek toont aan dat kinderen die opgroeien met twee lesbische moeders evengoed functioneren als kinderen die opgroeien in heteroseksuele gezinnen. Er zijn geen verschillen tussen beide groepen in gedrag en genderidentiteit. Sterker nog, de ouder-kindrelatie in lesbische gezinnen blijkt beter te zijn dan die in heteroseksuele gezinnen. (Zie Bos H., 2004, Parenting in Planned Lesbian Families. UvA: Vossiuspers.) Niet zo gek dus dat het zoontje van een alleenstaande moeder een keer thuis kwam en vroeg: „Mama, waarom heb ik eigenlijk geen twee moeders?”

Barbara Krantz

Lesbische (mee-) moeder van twee zoons, Nijmegen

Twee moeders is het zwartste scenario niet

Socioloog Herman Vuijsje stelt dat de discussie over lesbisch duo-moederschap door politieke correctheid op slot zit, en dat twee opvoeders van hetzelfde geslacht wel degelijk schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling. Als homoseksualiteit echter niet het probleem is, maar de ontwikkeling van het kind, kun je discussie nog wel verder voeren, want er zijn wel meer factoren die de ontwikkeling beperken. Mogen zwakbegaafde ouders, of zelfs tienerouders, kinderen opvoeden? Mogen rokers nog wel kinderen in huis hebben? Is het zoveel erger om twee moeders te hebben dan een moeder en een vader die zo hard werkt en daardoor toch nooit thuis is? Mogen alleenstaande ouders wel een kind opvoeden, maar twee van hetzelfde geslacht niet? Geeft het feit dat je zelf een kind kan verwekken je ook het recht om het te verpesten, maar als je moet adopteren moet alles perfect zijn? Ik denk dat voor veel kinderen twee vaders of moeders echt het zwartste scenario niet is.

Koen Valor

Groesbeek

Laat die jongens maar voor zichzelf opkomen

Ik heb me wild geërgerd aan het artikel van Herman Vuijsje. Kan het nu niet eens afgelopen zijn met het medelijden met jongens die zo benadeeld zouden zijn als ze onderwijs krijgen van alleen maar vrouwen of als ze door vrouwen opgevoed zouden worden?

In wat voor een wereld leven de fervente verdedigers van gemengd opvoeden en lesgeven? Denken ze nu echt dat de jongens nooit een mannelijk rolmodel tegenkomen? Nooit op zaterdag op een voetbalveld gestaan waar enthousiaste mannelijke coaches de jongens staan aan te moedigen? Hebben lesbische ouders dan geen vader of broer of goede vriend die met hun kinderen in aanraking komt?

En zou het überhaupt zo zielig zijn voor jongens als ze vooral vrouwelijke rolmodellen om zich heen zien? Is het niet zo dat de meisjes van weleer, ondanks het ontbreken van rolmodellen, zich ontworsteld hebben van hun achterstand?

Het is maar 35 jaar geleden dat ik op de lagere school niet mocht schaken met de jongens maar moest handwerken, en op de middelbare school kregen alle meisjes het advies om de talenkant te kiezen want de exacte vakken waren wellicht niet geschikt voor hen. Desondanks of misschien wel dankzij deze vooroordelen ben ik gekomen waar ik nu ben.

Laten die jongens maar eens voor zichzelf opkomen op school en thuis, net zoals de meisjes dat vroeger hebben moeten doen.

Dr. Gisela Terwindt

Neuroloog-bioloog, Heemstede

Steun voor pleegmoeders

Herman Vuijsje schrijft dat het niet ideaal is dat een kind bij twee lesbische moeders opgroeit. Daar valt weinig tegenin te brengen. Ik denk zelfs dat de twee pleegmoeders van het Turkse pleegkind dat nu zo in het nieuws is, soms geplaagd worden door een knagend gevoel van tekortschieten om deze reden.

Tegelijkertijd denk ik dat mijn biologische dochter geen ideale vader heeft. Ik word soms te boos, werk teveel, ben gescheiden. Daar heeft ze het moeilijk mee.

Het stuk van Vuijsje is Prinzipienreiterei van iemand die de urgentie niet kent. Ik ben pleegvader en heb tot aan de Hoge Raad moeten strijden om een onterechte terugplaatsing naar de biologische ouder te verhinderen. Ik weet dat een pleegkind geen ideale situatie zoekt, maar een plek waar hij veilig kan opgroeien en aan zijn ontwikkelingsbehoeften tegemoet wordt gekomen. Uit alles blijkt dat deze moeders dat met overgave doen.

Kern van mijn betoog: kinderen hechten aan opvoeders, of ze hetero zijn of homo. Hechting is een activiteit, opvoeders hoeven alleen maar responsief te reageren op hun kind. Het is niet moeilijk, maar wel essentieel. Het vervolgens ontbreken van een vader is van secundair belang.

Deze pleegmoeders verdienen de steun die ze kregen van Lodewijk Asscher ten volle. En het ter discussie stellen van het ouderschap van homoparen op het moment dat dit net verworven is, speelt lafhartig in op hun zwakke plek.

Bert Lipper

Pleegvader

Ouders pas beschermen na het kwetsbare kind

Uit uw artikel En wie beschermt de ouders tegen de kinderbescherming? (NRC Handelsblad, 22 maart) lezen wij af, hoe snel het kan verkeren als het om de mening over Jeugdzorg gaat. Vijf jaar geleden kregen jeugdhulpverleners de wind van voren dat ze kinderen onvoldoende tegen (seksuele) kindermishandeling beschermden, en werd naar aanleiding van de zaak-Savannah een gezinsvoogd voor de rechter gebracht wegens nalatigheid. Uiteraard heeft deze rechtszaak een beweging in gang gezet bij Jeugdzorg om kinderen eerder te beschermen tegen mishandelende ouders. Maar het artikel suggereert dat het nu misschien tijd is de ouders te beschermen. Dat is nog maar de vraag, als je bedenkt dat uit onderzoek onder minderjarigen zelf blijkt dat 20 procent van hen wordt mishandeld.

U schrijft terecht dat in de rapporten van Jeugdzorg feiten en meningen vaak door elkaar lopen. Mijn ervaring als melder van (seksuele) kindermishandeling is dat in voorkomende gevallen vooral ernstige mishandelingsfeiten – zeker als zij van seksuele aard zijn – grote kans maken onder het tapijt van meningen geveegd te worden. Dit komt omdat men zich er ongemakkelijk bij voelt, nauwelijks met het kind zelf praat, ouders te vriend wil en moet houden, en niet aan waarheidsvinding mag doen. De rechtsbescherming van de vermoedelijke dader leidt ertoe dat de dader niet/nauwelijks benoemd mag worden, terwijl een kind natuurlijk niet in een vacuüm wordt mishandeld.

Als het schuurt binnen Jeugdzorg waardoor zaken moeten veranderen, moet altijd de bescherming van het kwetsbare kind voorop blijven staan. Pas in de tweede plaats verdienen ouders bescherming

Carla Rus

Arts-psychotherapeut, Den Haag

‘Sie sind ein Arschloch’

Naar aanleiding van het stuk van Pieter Pauw De premier is voor u geen ‘Mark’– dus vousvoyeren voor respect (NRC Handelsblad, 23 maart) het volgende: Pauw neemt Duitsland als voorbeeld voor hoe het in ons land respectvoller, en daarmee uiteindelijk beter, zou kunnen en moeten gaan. Hij gaat uitgebreid in op het vousvoyeren in Duitsland (siezen), maar doet dat helaas niet met betrekking tot het tutoyeren (duzen).

Vousvoyeren in Nederland kan men tot op zekere hoogte wel gelijkstellen met ‘siezen’, maar tutoyeren alhier absoluut niet met ‘duzen’. Daarom gaat Pauw ook in de fout als hij stelt dat een zin als ‘u bent echt een klootzak’ „voor geen meter klinkt”. In het Nederlands moge dit zo zijn, in het Duits echter niet. ‘Du’ wordt in Duitsland gebruikt voor familieleden (ja, ook voor grootouders!), goede vrienden én voor onze lieve heer. Een gelovige spreekt god aan met ‘Du lieber Gott’.

Het gebruik van ‘du’ geeft in al zijn verschijningsvormen, anders dan in Nederland, een verhouding van intimiteit weer. Daarom kan een Duitser alleen maar ‘Sie sind wirklich ein Arschloch’ zeggen, omdat ‘Du bist wirklich ein Arschloch’ in de Duitse optiek een contradictio in terminis (intimiteit versus verwensing) en daarmee onmogelijk is.

Ten slotte, de verhoudingen zijn langzaam maar zeker aan het veranderen en de Duitsers worden steeds een beetje ‘lockerer’. Er is een levendige discussie aan de gang hoe men anders dan vroeger met elkaar zou kunnen omgaan en waar de grenzen zouden moeten liggen. Met name op de werkvloer speelt dit fenomeen en onder jongeren is het tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld om elkaar te ‘duzen’.

Jan Fontijne

Docent Duits, Geldrop

IJsselmeer niet grootste

Het IJsselmeer is niet het grootste meer van Europa, zoals Piet van der Eijk schrijft (Brieven, 23 maart). Zelfs niet als we het Markermeer en het IJmeer er bij optellen. In Noord-Europa liggen enkele veel grotere meren.

Het grootst is het Ladogameer. Als het gaat om de hoeveelheid zoet water dan is in West-Europa zelfs het Meer van Genève groter dan het IJsselmeer. Dat is minder dan een derde wat de oppervlakte betreft, maar het is wel veel dieper.

E. Kokje

Steenwijkerwold