Vrijheid brengt Birma ook geweld

Nu Birma democratiseert, worden etnische ruzies die eerst verborgen bleven openlijk uitgevochten. Er is angst dat het geweld overslaat naar Rangoon.

Talloze gebouwen van moslims werden de afgelopen dagen verwoest bij het geweld in Meikhtila, een centraal gelegen plaats in Birma. Foto AP

Huizen in as, lichamen verminkt onder het puin, vrouwen en kinderen op de vlucht met hun bezittingen op de rug. Hoe graag Birma zichzelf ook presenteert als een ontluikende democratie, het geweld in Meikhtila verraadt hoe broos de vrede en stabiliteit zijn in het land.

Het geweld tussen moslims en boeddhisten bedreigt de vooruitgang van de laatste twee jaar, zei president Thein Sein op de nationale televisiezender. „Dit kan de democratische hervormingen en de ontwikkeling in gevaar brengen”, zei hij.

Vorige week sloeg de vlam in de pan in Meikhtila, een stadje van 100.000 inwoners 150 kilometer ten noorden van hoofdstad Nay Pyi Taw. Een vechtpartij tussen een islamitische goudhandelaar en boeddhistische klanten resulteerden in geweld gericht op de islamitische bevolking. Moskeeën en huizen van moslims werden in brand gestoken. Zeker 32 mensen zijn bij het geweld gedood en circa tienduizend inwoners van Meikhtila zijn op de vlucht geslagen.

Het geweld lijkt zich uit te breiden. In twee nabijgelegen dorpen werden gisteren winkels, gebedsruimtes en huizen van moslims in brand gestoken. De vrees is dat het geweld overslaat naar grote steden als Rangoon. Daar liet de politie winkels vervroegd sluiten.

Het is niet nieuw dat er etnisch geweld uitbreekt sinds Birma er voor koos langzaam de weg richting democratie te bewandelen. Bij aanvallen van boeddhisten op islamitische Rohingya’s in de provincie Rakhine vielen vorig jaar 200 doden. Maar dat geweld vormde in de ogen van de regering geen bedreiging voor de eenheid van Birma, aangezien Rohinyga’s niet als rechtmatige bewoners van Birma worden erkend. De huidige onlusten zijn problematischer voor de regering, die moet proberen de 135 etnische minderheden in het land harmonieus met de Burmanen, veruit de grootste groep, te laten samenleven.

De rellen vinden nu plaats in het dichter bevolkte hart van het land en niet in een afgelegen provincie, zoals vorig jaar. Volgens de International Crisis Group, een denktank, is het geweld de paradox van een overgang naar democratie. Juist doordat de bevolking meer vrijheid heeft om te demonstreren, samen te scholen en haar mening te uiten komen dit soort conflicten tot wasdom, zegt de organisatie. De grote vraag is of het regime tot een aanpak komt die de nieuw toegekende burgerrechten respecteert. Vooralsnog kiest Thein Sein er voor het leger naar de dorpen te sturen om de orde te herstellen.

President Thein Sein en oppositieleider Aung Sang Suu Kyi trekken samen op. Gisteren riepen ze in een communiqué op tot het beëindigen van het geweld. Beiden kunnen imagoschade lijden, mocht het geweld escaleren. Thein Sein is net terug uit Europa, waar hij verkondigde dat de tijden van geweld voorbij zijn. Die trip en het opheffen van de meeste economische sancties tegen Birma tonen aan dat het land een ontluikende partner is voor het Westen. Wil het zich economisch ontwikkelen, dan zijn goede banden met de buitenwereld nodig.

Het westen verlangt verdere hervormingen en China eist stabiliteit, anders kunnen mijnen en pijpleidingen niet renderen. Tegelijkertijd beseffen Zuidoost-Aziatische landen dat de toestroom gevluchte Rohingya’s tot internationaal genante situaties leidt. Thailand moet zich nu verdedigen tegen aantijgingen dat het leger Rohingya’s van de kust van vakantieoord Phuket heeft verdreven door op ze te schieten. Ook vielen er deze week 42 doden bij een brand in een Thais vluchtelingenkamp voor Rohingya’s.

Als blijkt dat Birma structureel een probleem heeft met het tegengaan van etnisch geweld kan het voor het regime moeilijk worden om de verschillende belangen van de buitenlandse partners te verenigen.

Suu Kyi heeft er de laatste twee jaar voor gekozen zich als constructieve oppositieleider op te stellen. Ze is voor de hervormingen van het regime en spreekt zich minder fel uit over de schending van rechten van minderheden. Haar plotselinge gematigdheid na jarenlang actievoeren maakt haar electoraal kwetsbaar in de aanloop naar verkiezingen in 2015. Etnische minderheden en progressieven verwijten haar dat ze hun rechten verwaarloost.

Op het Congres van haar Nationale Liga voor Democratie moest ze zich verweren tegen aantijgingen dat ze te weinig haast toont met hervormen en ook te weinig mensen uit de minderheden opneemt in de partijtop. Hoe langer het geweld aanhoudt, des te groter de druk op Suu Kyi zich uit electoraal belang wederom op te werpen als hoeder van mensenrechten in Birma.