Voor een knuffel: toets 1

Na telefoon, e-mail en videochat is het tijd voor de volgende revolutie: touch. Zijn we klaar voor de tasttechnologie? „Mensen hebben sterke behoefte aan aanraking.”

Een demente bejaarde met een ‘persoonlijke robot’ die reageert op aanraking, in Knollwood, Washington. Foto Stephen Crowley/The New York Times/HH

Geef je oma via Skype een knuffel door over het kussen op je schoot te aaien.Zet je tv aan door aan de sanseveria in de vensterbank te trekken.

Doe de deur op slot door hard in de deurknop te knijpen.

Leer spelen op een viool die trilt bij fouten.

Trek kleren aan die communiceren met de kleren van je geliefde.

De interactieve kamerplant ligt nog niet in de schappen van de Mediamarkt. Maar deze technieken zijn geen sciencefiction. In labs bestaan ze al. Nu communicatie via tekst, geluid en beeld goed op dreef is, is het tijd voor een extra zintuig: tast. Hoe staat het met de technologie van aanraking?

We kennen het touchscreen – druk op het scherm in plaats van op de knop – wat een grote stap vooruit was. Het maakte de computer op slag toegankelijk voor oma’s en peuters, die zich massaal op Wordfeud en Babypiano stortten. We kennen ook al games met force feedback in de joystick, en we weten van chirurgen die vanaf de andere kant van de wereld opereren, piloten die met trilvesten vliegen en innovatieve seksspeeltjes voor plezier op afstand.

Maar er bestaat al zoveel meer.

Het eerste wat de technologie van tast vooruithelpt, zijn nieuwe materialen. Een knuffel op afstand voelt intuïtiever als het niet via een blauw computerscherm hoeft. Aduèn Darriba, kunstenaar en onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam, trekt een breiwerkje uit zijn tas. Zelf gemaakt. „Ja, je moet van alle markten thuis zijn.” Hij heeft eerder een ‘ademende sjaal’ gemaakt en meegewerkt aan een opblaasjurk van studio Local Androids die „van opluchting” inzakt als de drager wordt aangeraakt.

Uit het breiwerkje steken vier elektrodes. In de wol zit metaal geweven, wat het breisel geleidend maakt. Als Darriba het breiwerkje op een laptop aansluit en eroverheen aait, slaat het metertje op het scherm uit: bij elke andere beweging een ander patroon. Darriba wil met dit materiaal mouwen, truien en kussens maken die aai- en klopbewegingen registreren en doorsturen. Dat voelt intiemer dan een emoticon in Skype aanklikken.

In feite kan elk materiaal dat stroom geleidt interactief zijn, zegt promovendus Gijs Huisman van de Universiteit Twente. Hij werkt samen met Darriba in het Nederlandse COMMIT-project aan een interactieve mouw. Dus niet alleen kussens, pyjama’s en truien, maar ook vloeistoffen en metalen. Zo werkt Disney Research aan deurknoppen die vanzelf in het slot vallen als ze op een bepaalde manier worden vastgepakt. Of, spectaculairder, het Botanicus interacticus-project: planten die reageren op aanraking. Zet je geranium onder stroom, hang de plant aan je laptop en transformeer ’m tot een afstandsbediening: wiebelende bladeren voor zappen, een kneepje in de steel voor ‘uit’. Waarom niet? (Enthousiastelingen opperden meteen de cactus als medium om te reageren op internetfora.)

Als armen om je heen

En dan het tweede: wat voor input geldt, geldt natuurlijk ook voor output. Wil het een beetje overkomen, dan vereist aanraken-op-afstand andere spullen dan schermen en muizen. Het Mixed Realitylab in Singapore experimenteert met nieuwe spullen voor ‘haptische communicatie’ tussen mensen, of tussen computers en mensen. Het lab ontwierp Kissenger, een biggetje met dikke lippen waarmee je op afstand kunt zoenen. Het lab bedacht een ring voor om je vinger die trilt als je geliefde zijn eigen ring aanraakt en maakte een knuffelpyama. Het pak, dat een kind moet aantrekken, blaast zichzelf op op de plekken waar de ouder-op-afstand dat wil. Het zou moeten voelen als een soort armen om je heen.

„Mensen hebben een zeer sterke behoefte aan aanraking”, zegt hoogleraar media design Adrian Cheok van de Keio universiteit in Japan aan de telefoon. Hij is directeur van het Mixed Realitylab. „Aanraking is zó belangrijk. Zet je iemand voor een enge film en raak je ’m aan, dan zie je meteen aan de hartslag en de hersenactiviteit dat hij zich meer op z’n gemak voelt. Zelfs als dat een computergestuurde aanraking is.”

Zijn knuffelpyjama is nog niet te koop, maar Cheok kreeg al bestellingen van ouders met kinderen in het ziekenhuis, en van een man die zijn kinderen vanuit de gevangenis wilde knuffelen. Als je communicatie via media emotioneler wil maken, zegt Cheok, dan moet je er wel zintuigen als tast bij betrekken.

Ja, aanraking is van levensbelang. Maar betast worden via internet, door een ding? Willen we dat? We zetten ook niet standaard de videofunctie van Skype aan. Meestal hoeven we de ander niet te zien. Zelfs audio vinden we al te veel, we sturen liever een sms’je.

„De videotelefoon is inderdaad geflopt”, zegt Cheok. „Maar jonge mensen zijn erg, erg sociaal. Ze willen wél aangeraakt worden, blijkt uit onderzoek, zelfs door vreemden.” Alleen niet altijd. Niemand wil een tastfunctie bij het boeken van een vlucht. „Ontwerpers maken vaak een denkfout: we hebben een technologie en daar voegen we iets aan toe. We hebben videochat en daar doen we tast bij. Maar zo werkt het niet. We moeten nieuwe vormen van communicatie met tast bedenken.”

Voorproeven op afstand

Cheoks nieuwste project is de e-lolly. Het is een stuk elektronica dat je op je tong legt, en dat via warmte en elektrische stroompjes je smaakpapillen activeert. Zo kun je smaken via internet overbrengen. „Dan kun je koken met je grootmoeder, samen lunchen, of alvast een gerecht van een restaurant proeven bij een reservering.” Het multi-sensory-internet komt eraan, voorspelt hij

Microsoft ziet dat ook wel zitten en heeft met succes een stapel patenten aan voor ‘telepresence-apparaten’, waaronder een Skype-knuffelvest.

Maar wát communiceer je precies met een pak dat zich opblaast of een trillende ring? Cheok richt zich vooral op communicatie die sowieso blij en positief is: een knuffel, een kus, een aai. Hoogleraar socially intelligent computing Dirk Heylen en promovendus Gijs Huisman van de universiteit van Twente willen dat wel weten. „Wij bestuderen aanraking niet alleen als signaal maar als betekenisvolle boodschap”, zegt Heylen. Hij bedoelt: we willen weten of en hoe je door aanraking verschillende emoties als woede, blijdschap, angst, opwinding kunt overbrengen.

Huisman en Darriba knopen een mouw met trilmotortjes om de onderarm van de verslaggever. Dat is het lichaamsdeel dat we volgens de onderzoekers vaak gebruiken voor betekenisvolle, sociale aanraking – een kneepje, een klopje, even vastpakken. Op een touchpad met druksensoren, dat later vervangen zal worden door het breiwerk van Darriba, maken ze wrijf- en klopbewegingen. Die aanraking wordt via de computer overgebracht op de trilmotortjes in de omgeknoopte mouw.

Dat werkt. De onderzoekers bestuderen nu bij proefpersonen de codering van emoties: met welke bewegingen brengen mensen emoties over op het touchpad? En daarna de decodering: op welke manier moet je de mouw laten trillen om die specifieke emotie bij de ontvanger over te brengen?

Er blijken grote overeenkomsten zijn in hoe mensen emoties coderen, zeggen de twee. Bijna iedereen slaat hard bij ‘boosheid’, en maakt aaibewegingen bij ‘intimiteit’ en ‘liefde’. De decodering moet nog worden onderzocht. Sowie moet nog veel moet uitgezocht voordat tasttechnologie werkt – voordat je écht blij wordt van een aai of knuffel op afstand. Reageren mannen anders dan vrouwen? Is er verschil hoe mensen van dezelfde sekse of van de andere sekse elkaar aanraken? Zijn er grote cultuurverschillen? Voorlopige antwoorden: ja, ja en ja. Uit onderzoek dat Cheok opstuurt blijkt dat Japanners en Amerikanen elkaar op dezelfde plekken aanraken (vooral: handen, armen, schouders), maar dat Amerikanen elkaar veel meer aanraken.

Maar je hoeft niet te wachten met dingen maken tot je alle antwoorden weet, vindt Cheok. Je weet toch nooit hoe mensen een techniek gaan gebruiken. Misschien gaan zakenpartners wel zo’n ring dragen. Dan betekent een liefdevol trilsignaaltje: schiet op met die deal. Of betekent een smakkend biggetje: je moeder wil even chatten.