Volgende keer doen we dat dus anders

Cyprus is gered en de eurozone is nog intact Maar de crisis toont aan dat er een nieuwe standaard is bepaald De trojka van Europa, IMF en ECB wil niet meer tegen elke prijs een euroland redden

Niets of niemand is meer onaantastbaar. Hoewel het akkoord met Cyprus wordt geprezen als een overwinning van het gezond verstand, blijft er ook een sluimerend gevoel van onbehagen boven de eurozone hangen.

Wie over een jaar terugblikt op de crisis in Cyprus, zal waarschijnlijk als eerste aan de kleine spaarder denken. Bij alle vorige Europese steunoperaties werd zijn spaargeld beschermd, maar tijdens de Cypruscrisis leek het serieus zo ver te komen dat zijn spaarrekening moest worden aangesproken om het land te redden.

Bij de eerste Griekse reddingsactie in 2010 werd vooral een offer van de overheid gevraagd. Later werd de Europese private sector tot een bijdrage gedwongen: Europese banken moesten fors afschrijven op leningen die zij aan Griekse banken hadden verstrekt. Dit jaar, bij de nationalisering van SNS Reaal, gingen de maatregelen weer een stap verder: voor het eerst werden ook particuliere beleggers onteigend. In Cyprus was dan de spaarder aan de beurt; de laatste onschendbaar geachte groep.

Het plan om een eenmalige heffing van 6,75 procent te doen op spaartegoeden tot 100.000 euro was na twee dagen alweer van de baan, maar toen was de schade al aangericht. „Het korten van kleine spaarders is bespreekbaar geworden”, zegt een anonieme bankier. En daarmee is het depositogarantiestelsel, dat in de hele eurozone geldt, ondermijnd. Als het in Cyprus kan, waarom dan niet in andere, grotere probleemlanden als Italië en Spanje?

Bankiers zijn bang om openlijk hun zorgen uit te spreken. Door veel aandacht te besteden aan de aantasting van het stelsel zou er juist onrust kunnen ontstaan. „Bij ons heerst de gedachte: Ai, dat was niet verstandig”, zegt de bankier. Veel van zijn collega’s vrezen dat spaarders in andere perifere landen hun geld naar veiligere landen zullen brengen. Al kunnen banken in Noord-Europa daarvan uiteraard ook profiteren.

Spaarders met meer dan 100.000 euro zien waarschijnlijk nog meer reden om hun geld te verplaatsen. In Cyprus moeten zij immers de redding betalen, ze verliezen daar rond 30 procent van hun geld. Ook in andere probleemlanden weten grote spaarders nu dat ze aan de beurt zijn als het tot een reddingsactie komt.

Dit is slechts één van de ontnuchteringen waarmee de eurozone achterblijft na de Cypruscatastrofe. Want hoe reëel is de oprichting van een bankenunie als er zulke rotte appels blijken te zijn als de twee grote banken van Cyprus? Het onderlinge vertrouwen dat nodig is om elkaar in noodsituaties te helpen zal alleen maar verzwakt zijn. Vooral noordelijke banken zullen nu nog minder bereid zijn om mee te betalen aan de redding van zuidelijke banken.

En wat te denken van de destijds magische woorden van Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank? Hij zei in juli vorig jaar dat de ECB „alles zal doen wat nodig is” om de eurozone bij elkaar te houden. Maar dit weekend werd openlijk gesproken over een ‘cyxit’. Sterker nog: het vermoeden bestaat dat sommige noordelijke politici het onbeduidende Cyprus graag geofferd hadden om een voorbeeld te stellen aan grote landen als Spanje en Italië.

Draghi’s doel was om de rust terug te brengen op de financiële markten. Dat is gelukt en die rust is er nog steeds. Maar de wetenschap dat er na zijn belofte een land toch zo dicht bij de afgrond kon komen, zal ongetwijfeld een rol spelen als er weer een land steun nodig heeft.

Dan zijn er nog de restricties die de Cypriotische regering heeft opgelegd aan spaarders met meer dan 100.000 euro. Zij mogen hun geld voorlopig niet van de bank halen. Het zou gaan om een tijdelijke maatregel, van hooguit een paar dagen. Maar de tijdelijke beperkingen die in IJsland werden ingevoerd toen daar de banken in problemen kwamen, zijn nog altijd van kracht. Het verschil met Cyprus is dat IJsland een eigen munt heeft. De restricties in Cyprus gaan lijnrecht in tegen de vrijheid van kapitaalverkeer, één van de basisprincipes van de muntunie.

Dit alles neemt niet weg dat Cyprus gered is en de eurozone nog intact is, iets waaraan velen dit weekend twijfelden. Bovendien komt een deel van de rekening deze keer terecht waar hij hoort: bij de personen die royaal hebben geprofiteerd van de hoge rentes bij banken die te veel risico namen. De Cypriotische belastingbetaler wordt gespaard, anders dan eerder in Griekenland, Portugal en Ierland.

De crisis toont aan dat de trojka van Europa, IMF en ECB niet meer tegen elke prijs een euroland wil redden. Dat besef is uit nood geboren: het geld en het maatschappelijk draagvlak in de noordelijke landen raken op. Cyprus was een uniek geval, maar het uiteindelijke optreden van de trojka heeft een nieuwe standaard bepaald voor reddingsacties.