Column

The Everly Brothers

In mijn zieltogende cd-winkel vond ik voor acht eurootjes de verzamelbox Five Classic Albums met bijna honderd songs van The Everly Brothers. Ach ja. Neefje Richard uit Heemstede liet mij toen ik een jaar of elf was hun eerste hits horen: Bye Bye Love, Wake Up Little Susie, nummers die meteen in je gehoor lagen alsof ze er altijd geweest waren. Felle muziek, goede melodie, messcherpe samenzang.

Bye Bye Love kwam in 1957 uit, het begin van een vijf jaar durende roes waarin ze de ene na de andere wereldhit scoorden. Daarna werden ze verdrongen door de ruigere popmuziek onder aanvoering van The Beatles.

Later konden we in biografieën lezen dat Paul McCartney als jongen voortdurend naar The Everly Brothers luisterde om hun stijl te kopiëren. Neil Young vertelde dat alle bands waarin hij gespeeld had zich die stijl hadden willen toe-eigenen, maar dat het nooit helemaal gelukt was. Ook The Beach Boys en Simon & Garfunkel lieten zich door de Everly’s inspireren. Vorige week werd het 50-jarig jubileum van de Beatles-elpee Please Please Me gevierd; voor dat nummer baseerden The Beatles zich op Cathy’s Clown van de Everly’s.

Daar stond ik met die box, bijna zestig jaar na hun debuut. Kopen? Ik was naar de winkel gegaan om What The Brothers Sang te kopen, een recente, door de kritiek enthousiast onthaalde cd waarop Dawn McCarthy en Bonnie ‘Prince’ Billy oude Everly-liedjes zingen, zoals Devoted To You en So Sad. Kiezen was weer eens ondoenlijk, dus zat ik de daaropvolgende dagen driftig te vergelijken én te genieten.

Geen kwaad woord over Dawn McCarthy en die vreemde Bonnie ‘Prince’ Billy (schuilnaam voor Will Oldham), ze hebben het materiaal van de Everly’s ontsloten voor een jongere generatie. Het klinkt aardig tot goed, maar net als Neil Young destijds verliezen ze het onvermijdelijk van de originele versies.

De close harmony singing van The Everly Brothers blijkt nog steeds onovertrefbaar. De lage stem van Don gecombineerd met het schellere geluid van Phil geven hun beste muziek een frisse spanning waardoor zelfs de sentimenteelste liedjes niet te zoetsappig worden. Ik trof op mijn box een kinderliedje aan, Who’s Gonna Shoe Your Pretty Little Feet, met zoveel ingehouden tederheid gezongen dat ik bijna opnieuw vader wilde worden – en dat zegt wat.

Hoe is het de broers later vergaan? Af en toe tamelijk beroerd natuurlijk, zoals het echte popsterren betaamt. Ze bezaten al in 1962 35 miljoen dollar – te veel als je jong bent. Vooral Don ging aan de drugs, in 1962 pleegde hij op een Londense hotelkamer met een overdosis bijna zelfmoord. „Ik was zo high dat ik niet meer wist wat ik deed.”

De broers kregen enorme ruzies, vooral over Dons losse levensstijl. In 1973 stond Don dronken op een podium in Californië, waarna Phil woedend zijn gitaar stuksloeg en wegstormde. Tien jaar lang praatten ze niet met elkaar, maar na een succesvolle reünie in 1983 in de Royal Albert Hall in Londen gingen ze weer regelmatig samen optreden. Vrienden werden ze nooit. „We hebben alleen de muziek gemeen”, zei Don eens.

Ze leven nog. Ik zag een recent interviewtje met Phil, nu 74 jaar. Het hoogtepunt van zijn carrière? „We traden in 1957 met Chuck Berry in The Paramount in New York op. Na afloop gingen we samen ergens cheesecake kopen. Ik weet nog dat ik toen dacht: hier loop ik zomaar met de legende Chuck Berry.”

Het begin is altijd het mooist.